Piepschuimbolletjes Daan Roosegaarde ontsnappen, Groninger Museum sloot zaal

Bolletjes De zaal met het oplichtende bolletjeslandschap in de tentoonstelling van Daan Roosegaarde was de afgelopen dagen dicht. De niet-afbreekbare bolletjes gingen mee in kleren en haar, het Groninger Museum uit en de stad in.

Kinderen waadden door het oplichtende bolletjeslandschap.
Kinderen waadden door het oplichtende bolletjeslandschap. Foto Studio Roosegaarde

Een belangrijk onderdeel van Presence, de tentoonstelling van kunstenaar Daan Roosegaarde in het Groninger Museum, is sinds vrijdag afgesloten voor het publiek. Bezoekers namen de piepschuimbolletjes („sterrenstof”, in de woorden van Roosegaarde) van een oplichtend bolletjeslandschap ongewild mee in hun sokken, kleren en haar, en verspreidden ze zo over het hele museum en zelfs erbuiten, tot in de trein uit Groningen toe.

De kunstenaar en het museum zoeken naar een oplossing. Voor het bolletjeslandschap, in de centrale middenzaal van de expositie, hangt een koord. „De zaal gaat morgen weer open”, zegt museumwoordvoerder Karina Smrkovsky. Het plan is om de hoeveelheid bolletjes aanzienlijk te reduceren, met tweeënhalve kuub. De bezoekers worden in kleine groepjes toegelaten.

De bolletjes van ‘Presence’ kwamen terecht in heel het museum, en daarbuiten. Foto Studio Roosegaarde

In tegenstelling tot eerdere berichten zijn de bolletjes niet biologisch afbreekbaar. „Ze zijn van geëxpandeerd polystyreen. Dat wordt ook voor verpakkingen gebruikt.” De bolletjes bestaan voor 2 procent uit polystyreen en voor 98 procent uit lucht. Ze zijn bedekt met een fosforescerende coating. Ze moeten lang mee. Presence draait tot januari in Groningen en gaat daarna op wereldtournee.

Lees ook: De tentoonstelling van Daan Roosegaarde bestaat alleen als jij aanwezig bent

Aanleiding en inspiratie voor de tentoonstelling zijn de klimaatcrisis en het streven naar duurzaamheid, Presence gaat over onze voetafdruk en invloed op de leefomgeving. De woordvoerder: „Je wilt de bolletjes niet in de natuur hebben.”

Bij de zaalentree hangen nu kledingvegertjes, en er zijn extra matten om de sokken te vegen. Waarschuwingsbordjes vragen bezoekers om hun zakken te controleren.

In de eerste week van Presence dompelden bezoekers zich naar hartenlust onder in de bolletjesovervloed. Dat kan niet meer. „Het wordt iets anders dan wat Roosegaarde eerst bedoelde”, aldus Smrkovsky. Straks zie je veel minder bolletjes, die door windmachines over de grond worden geblazen. „Zo voorkom je dat mensen erin gaan badderen.” De ervaring is niet weg, de ervaring wordt anders. „Je ziet beter hoe het landschap verandert door de wind. Er blijft genoeg over.”