Opinie

Pas op! Staatsbedrijf is nieuwe multinational

Menno Tamminga

Een Nederlandse staatsbedrijf dat búíten Nederland activiteiten onderneemt en uitbreidt – kan dat wel? Een staatsbedrijf moet toch de Néderlandse publieke belangen dienen? Vanwege dat publieke belang is de overheid de enige aandeelhouder in bedrijven als NS, Gasunie en hoogspanningsnetbeheerder Tennet. Daarom is de staat een dominante aandeelhouder in Schiphol en van de partij bij het Havenbedrijf Rotterdam en de BNG Bank.

Maar moet je voor dat Nederlandse publieke belang spoorconcessies in Engeland en Duitsland exploiteren, zoals de NS? Of participeren in een haven in Brazilië, zoals het Havenbedrijf Rotterdam? Of Duitse windparken op zee aansluiten op het Duitse stroomnet, dat Tennet al eerder had gekocht?

Het is een wat paradoxale trend dat Nederlandse staatsbedrijven steeds meer een soort staatsmultinationals worden. En dat ze dan op buitenlandse markten gaan concurreren met andere bedrijven, misschien wel staatsbedrijven uit dat land zelf. En dat die bedrijven op hun beurt naar Nederland komen, zoals het regionale openbaar vervoer dat grotendeels in handen is gekomen van buitenlandse staatsbedrijven.

Bovenstaande voorbeelden van buitenlandse activiteiten komen uit het jaarverslag beheer staatsdeelnemingen 2018, dat minister Wopke Hoekstra (Financiën, CDA) vorige week naar de Tweede Kamer heeft gestuurd.

Lees ook deze achtergrond over het nieuw staatsbedrijf dat energiepolitiek moet financieren

Nederland is geen land van staatsbedrijven, zoals Frankrijk. De overheid speelt wel een beduidende rol in de economie, maar niet als ‘ondernemer’. De Nederlandse staatsbedrijven zijn geconcentreerd in sectoren waar de overheidsrol praktisch publiek belang is: openbaar vervoer, het beheer van bodemschatten (gas) en infrastructuur. Die bedrijven worden niet geleid door ambtenaren, maar door zakelijke managers. Zij kunnen een bonus verdienen, maar nooit meer dan 20 procent van hun salaris. De beloningsverhoudingen tussen de top en de doorsnee medewerker zijn mede daardoor gematigd. Bij de KLM is de verhouding ruim 12, bij NS 9, bij Gasunie minder dan 5. Échte commerciële multinationals zitten zomaar op een verhouding van 30 of veel hoger.

In zijn jaarverslag houdt Hoekstra geen bespiegelingen over de ‘staatsmultinationals’. In het buitenland investeren? Dat kan, als de investering in het publieke belang is en niet te veel risico’s oplevert. Hij maakt expliciet duidelijk dat de lat voor goedkeuring van een buitenlandse investering door de overheid wel hoger ligt dan een binnenlandse. Al lees je nergens over áfgewezen voorstellen.

In weerwil van de Nederlandse traditie groeit de politieke animo voor staatsinvloed. De overheid kocht eerder dit jaar 14 procent van de aandelen Air France-KLM. Straks begint Invest-NL. Die moet een cruciale schakel worden in financieringen, bijvoorbeeld in de energiewereld, die nu niet van de grond komen.

Vorig jaar hadden de staatsdeelnemingen samen 80.203 voltijdmedewerkers, meldt Hoekstra, zo’n 3.500 meer dan in 2017. Het verslag vermeldt niet hoeveel van hen in het buitenland werken. Staatsdeelnemingen keerden de overheid 826 miljoen euro dividend uit. Ze „dienen dus niet alleen het publiek belang, de staat verdient er ook nog aan”, schrijft Hoekstra.

Daarbij is de minister te zuinig. Ook het realiseren van het publieke belang vertegenwoordigt waarde. Maar dat merk je pas als dingen fout gaan – stroomuitval, een 112-storing. Hoekstra’s dividend is louter de afrekening in het kasboek.

Je kunt als minister ook redeneren: welk staatsbedrijf kan de tarieven verlagen? Dat is in het belang van alle burgers.

Menno Tamminga schrijft op deze plaats elke dinsdag over ondernemingsbeleid en economie.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.