Hoe de eikenprocessierups Vlijmen in zijn greep houdt

Overlast In Vlijmen komt de eikenprocessierups al jaren voor, maar dit jaar is de overlast extreem. „Mensen worden er radeloos van.”

Wandel- en recreatiegebieden worden door Vlijmenaren gemeden. Op tal van plekken heeft de gemeente afzetlinten en waarschuwingsbordjes geplaatst.
Wandel- en recreatiegebieden worden door Vlijmenaren gemeden. Op tal van plekken heeft de gemeente afzetlinten en waarschuwingsbordjes geplaatst. Foto Merlin Daleman

Nicolas Weis heeft alles uit de kast gehaald in zijn strijd tegen de eikenprocessierups. Op internet had de 34-jarige Vlijmenaar gelezen over een microscopisch ‘aaltje’ dat je kunt inspuiten in bomen en dat zich tegoed doet aan de rupsen. Alleen: het wormpje kan niet tegen daglicht en dus moet je in het holst van de nacht de ladder op. Een tikje onpraktisch. Ook had hij gehoord dat het tweestippige lieveheersbeestje verzot is op de processierups. De larven ervan moet je dan in theezakjes naast de nesten hangen.

Dus trok hij er al vroeg op uit met een brander – meerdere lagen kleding aan, twee paar handschoenen, afgeplakt met tape. Nest voor nest brandde hij weg. Experts adviseren dat vooral níet te doen, want de gevreesde brandhaartjes gaan alleen kapot bij temperaturen van meer dan 600 graden. En met een gewone brander jaag je de haartjes alleen maar de lucht in, dwarrelen ze overal naartoe. Maar volgens Weis ging het prima. „Als je vroeg genoeg bent, hebben ze die haren nog niet.”

Hij moest wel, zegt Weis, de rupsen zorgen voor zó veel overlast. De haartjes kunnen uit de nesten waaien en overal terechtkomen. Op de bank, in bed. Ze zijn te klein om te zien, maar de gevolgen ervan zijn overduidelijk. Gekmakende jeuk, krabben tot bloedens toe. Vorig jaar, toen er ook een plaag was, zat hij na het branden onder de uitslag. Ondanks zijn beschermende kleren waren de haren overal op zijn lijf beland – via het zweet dat van zijn gezicht zijn kraag inliep. „Je wilt echt niet dat dit je kinderen overkomt.” Weis heeft een dochter van vijf, van drie en een pasgeboren baby.

Lees ook: Waarom hebben we zo’n last van de eikenprocessierups?

Inzet leger

Weis’ frustratie – hij heeft vorig jaar gebeld met de vorige huiseigenaar, of dit een verborgen gebrek was – is geen uitzondering. Bij de gemeente staat de telefoon roodgloeiend. De rupsen komen al jaren voor in Vlijmen, maar de overlast is dit jaar „extreem”, zegt wethouder Kees van Bokhoven. „Mensen vragen zelfs of we het leger niet kunnen inzetten. We krijgen meldingen van ouders met kinderen die onder de bulten zitten, die ’s nachts niet kunnen slapen van de jeuk. Daar worden mensen radeloos van.”

Hij vertelt dat mensen het dorp tijdelijk zijn „ontvlucht”. Zijn woordvoerder, die ook bij het gesprek zit, geeft later aan dat dit vermoedelijk toch niet binnen de gemeente speelde, dat de wethouder waarschijnlijk iets dergelijks heeft gezien bij Hart van Nederland. Maar hij bedoelde: de impact van de rupsen op mensenlevens is véél groter dan een beetje jeuk.

Die impact is zichtbaar in het hele dorp. Wandel- en recreatiegebieden worden door bewoners gemeden. Op tal van plekken heeft de gemeente afzetlinten en waarschuwingsbordjes geplaatst. Mensen houden ramen en deuren gesloten, zelfs bij de extreme hitte van vorige week.

Mannen in maanpakken

De frustratie slaat soms om in een gevoel van machteloosheid – en in kritische vragen voor het gemeentebestuur. Dat is wel „een beetje laat” begonnen met bestrijden, denkt Bernadette van den Akker (61). Op last van de gemeente zijn nu mannen in maanpakken met grote ‘stofzuigers’ nesten aan het weghalen in Vlijmen.

Van den Akker runt zorgboerderij De Locatie, waar jongeren die in problemen gekomen zijn worden opgevangen. Het erf staat vol eiken. Veel bewoners zitten onder de bulten. Van den Akker adviseert hen weg te blijven van de bomen, de was niet buiten te drogen te hangen. Meer kan ze niet doen.

De gemeente doet wat zij kan, bezweert de wethouder. Bestrijdingsploegen maken overuren. Alleen: er is niet genoeg ‘capaciteit’. Gemeenten concurreren met elkaar om de laatst beschikbare ploegen – bij wie dankzij de schaarste de kassa rinkelt. De gemeente overwoog zelfs haar eigen ambtenaren op pad te sturen. Maar die zijn daartoe niet „uitgerust”.

Wat de bestrijders doen, is een druppel op de gloeiende plaat, zegt hij. Ze kunnen per dag 10 tot 50 bomen rupsvrij maken. Er staan „duizenden” eiken in Vlijmen. En de overlast blijft. Weggewaaide haren blijven nog jaren gevaarlijk. Inwoners weten dat. Wie zijn dakgoot in het najaar schoonmaakt, of bladeren onder een eikenboom opveegt, krijgt evengoed jeukende bulten. „Het is een goed scenario voor een Alien-film”, aldus de woordvoerder.

Bij de bestrijding stuit de gemeente op complicaties, zegt wethouder Van Bokhoven. Vorig jaar wilde de gemeente een beruchte ‘brandhaard’ preventief behandelen. Maar de kwekers in de buurt wilden dat niet, volgens hem. Ze waren bang dat de bestrijdingsmiddelen de gewassen zouden aantasten. „Nu komen kwekers naar ons toe met de vraag wat te doen. De haartjes zitten ook op de gewassen.” Zie die maar eens te verkopen.

Geen regionaal probleem

De gemeente worstelt ook met de vraag hóé de rupsen effectief te bestrijden. Nu is het eigenlijk niet meer te doen, daarvoor zijn ze simpelweg met te veel. Sommige preventieve middelen tasten ook andere rupsen aan; wie weet wat dat voor gevolgen heeft op lange termijn. En alle bomen in Vlijmen omhakken kan ook niet, aldus Van Bokhoven. „Dan heb je een boel kachelhout, maar een kaal centrum.”

Een „geluk bij een ongeluk” is volgens hem dat nu wel duidelijk is dat het geen regionaal probleem is. Van de landelijke overheid kreeg de gemeente tot nu toe weinig steun. Maar „nu ze in de Randstad ook overlast hebben, beginnen in Den Haag de radertjes te draaien.” Een gecoördineerde aanpak is het enige wat werkt, denkt hij.

Op zo’n gezamenlijke aanpak hoopt ook ‘amateurverdelger’ Weis. Bij de vorige plaag vroeg hij de gemeente om hulp. Die zei dat hij zelf maar een bestrijder moest zoeken, de bomen stonden op zijn terrein. Dat kost veel geld, zegt Weis. En als hij zijn bomen aanpakt en de gemeente doet dat verderop niet, of de buurman laat het na, „zitten ze er het jaar erop gewoon weer”.

RL