Opinie

    • Ellen Deckwitz

Fietsen

Ellen Deckwitz

Laatst ging ik met een club naar Rocketman en na afloop was ik zo in gedachten dat ik aanvankelijk niet meekreeg dat ze me aanboden om me naar huis te fietsen. Om mijn onnadenkendheid te compenseren zei ik maar ja. Nadat ze me voor de voordeur hadden afgeleverd wachtte ik tot ze de hoek om waren en reed vervolgens in tegenovergestelde richting mijn straat uit. Ik houd van mijn vrienden, maar waar ik ook heel veel (misschien stiekem soms zelfs wel iets meer) van houd is na een avond lang sociaal doen nog even in mijn eentje te fietsen. Het suizen van de wind, je lichaam dat door het trappen ontspant en in een kleine trance komt. En natuurlijk dat je een reden hebt om even niet met anderen bezig te hoeven zijn (behalve natuurlijk je medeweggebruikers).

En dus crosste ik door stadsparken en betonwijken tot de pijp leeg was. Toen ik mijn wijk inreed botste ik tegen twee van de vrienden op die me zo-even nog naar huis hadden gebracht. Doorsjezen kon niet, ze hadden me al herkend, ik moest wel afstappen.

„Had je een onverwachte date?” knipoogde de linkervriend. Ik kon nu wel gaan veinzen maar dat doe je bij collega’s, niet bij mensen om wie je daadwerkelijk geeft.

„Ik wilde even alleen fietsen en in mijn woonkamer gaat dat nogal lastig”, zei ik dus maar.

„Independent woman”, glimlachte de rechtervriend, „maar volgende keer gewoon wel even aangeven als je in je up naar huis wilt, scheelt ook weer omrijden voor ons.”

Als een bestraft kind knikte ik en vervolgde mijn weg – alleen, zoals gewenst. Het vrat aan me dat ik niet al bij de bioscoop had gezegd dat ik even geen behoefte aan gezelschap had. Maar er was ook nog iets anders. Alleen-zijn wordt tegenwoordig alleen maar in uitersten bezien. Óf je bent sneu, óf je bent heroïsch, want stoere heremiet die door middel van zelfverkozen kluizenaarsschap de rest der mensheid de vinger geeft blabla autonoom persoon blabla onafhankelijk dus authentiek blabla en meer van dat soort onzin. Er lijkt geen ruimte te zijn voor nog een andere optie: dat alleen-zijn noodzakelijk is. Niet eens om op te laden (dat veronderstelt namelijk weer dat je het doet om er later van te profiteren), maar om te bekomen.

Ik moest denken aan een bevriende wielrenner, die ooit zei dat hij niet zozeer fietste om langer te leven, maar dat hij fietste óm te leven. En zo trapte ik door, weg van de mensen van wie ik houd, de eenzaamheid in, dat me binnenhaalde met zijn zachte, sterke armen.

Ellen Deckwitz schrijft op deze plek een wisselcolumn met Marcel van Roosmalen.