Defensie moet strijden voor iedere rekruut

Defensie Defensie heeft een groot gebrek aan personeel. Zo lag de vliegopleiding in Woensdrecht eens anderhalve week stil en werkt de commandant van de herstelcompagnie in Havelte elke week aan nieuwe aanwas.

Defensie heeft een groot gebrek aan personeel. Op de vliegschool in Woensdrecht is plek voor vijftien voltijdsinstructeurs, er zijn er maar negen ingevuld.
Defensie heeft een groot gebrek aan personeel. Op de vliegschool in Woensdrecht is plek voor vijftien voltijdsinstructeurs, er zijn er maar negen ingevuld. Foto Ricardo Smit/ANP

In een grote hangar staan dertien zwart met gele PC-7’s netjes naast elkaar. Het zijn de toestellen waarmee alle toekomstige vliegers van de luchtmacht de basisvaardigheden van het vliegen leren – daarna specialiseren ze zich in het vliegen in gevechtsvliegtuigen, gevechtshelikopters of goederenvervoer.

De bliksem is vandaag de oorzaak dat de toestellen aan de grond blijven. Maar het had ook een gebrek aan instructeurs kunnen zijn. Want die zijn er te weinig op de vliegschool in Woensdrecht. Van de vijftien plekken voor voltijdsinstructeurs zijn er nu negen ingevuld, 60 procent.

En dat is „héél laag”, zegt majoor Remy Helmhout, commandant van de Elementaire Militaire Vlieger Opleiding (EMVO), in groene vliegersoverall. „Van die negen is er altijd wel iemand ziek of met verlof. En vanwege te weinig ander personeel moeten ze ook andere diensten draaien, zoals het plannen van vluchten voor leerlingen. Dan blijven er in de praktijk maar heel weinig inzetbare instructeurs over.”

Defensie kampt met een groot gebrek aan personeel. Bij de krijgsmacht is het aantal vacatures opgelopen tot 8.600 – op een totaal van 40.000 militaire banen. In totaal werken er zo’n 58.000 mensen bij defensie – de rest is burgerpersoneel. Ruim 20 procent van de militaire banen is nu niet ingevuld, en dat neemt toe. Rekruteren is al een groot probleem, daar heeft defensie met een aantrekkende economie altijd last van. Maar het is vooral lastig om personeel te behouden.

Dat is ook de opgave voor de luchtmacht. Vlieginstructeur bijvoorbeeld, is een hooggespecialiseerde functie, waarvoor mensen vaak negen tot tien jaar opleiding en ervaring nodig hebben. Ervaren vliegers moeten bovendien nog opgeleid worden tot instructeur, en daar zijn – „een catch 22” in de woorden van Helmhout – óók weer instructeurs voor nodig. „Ik heb de pech gehad dat een paar mensen ontslag namen afgelopen jaar. Dan loopt het tekort op zo’n kleine club ineens heel hard op.”

Dat tekort leidde er in januari zelfs toe dat de opleiding anderhalve week werd stilgelegd. Door de krappe bezetting moesten instructeurs soms drie keer per dag vliegen om voldoende studenten te kunnen opleiden. En dat ging ten koste van de intensieve individuele begeleiding die noodzakelijk is om de vluchten te evalueren. Op iedere leerling zijn twee instructeurs nodig. Er loopt momenteel een klasje van twaalf leerlingen rond.

Lees ook: Oude wagens, bureaucratie en bloot

Het stilleggen van de opleiding was een unicum en bij defensie raakten ze er zenuwachtig van. Want vliegen is een dure aangelegenheid, een opleidingstraject kost grofweg enkele miljoenen. De specialisatie-opleidingsplekken in de VS, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk moeten jaren van tevoren worden gereserveerd – en vooruitbetaald. Als er te weinig opgeleide leerlingen zijn om de plekken te vullen, kost dat handenvol geld.

Weekenddienst voor een paar tientjes

De redenen voor instructeurs om te vertrekken, zijn allemaal invoelbaar, zegt Helmhout. „De markt buiten defensie is aantrekkelijk en dat gaat ook zo blijven.” Ze vertrokken naar commerciële luchtvaartmaatschappijen als KLM of Transavia, naar de politie of naar het buitenland. „Tijdens hun opleiding in het buitenland ontmoeten veel vliegers hun partner. En dan beslissen ze om zich, na jaren in Nederland, daar te vestigen.”

Tijdens de Koude Oorlog werkten er tussen de 130.000 en 150.000 mensen bij defensie. De dreiging was permanent en door de dienstplicht was er voldoende aanwas van nieuwe militairen. Na het vallen van de muur werd de organisatie langzaam en gecontroleerd afgepeld. In de Defensienota van vorig jaar staat voor het eerst weer dat de organisatie groeit.

En dat is ook nodig: er is een bepaalde massa nodig om aan internationale missies mee te kunnen doen. Dat eenheden de laatste jaren al veel moesten schuiven met mensen om voldoende manschappen te leveren, is een van de redenen dat Nederland momenteel geen grote missies meer uitvoert.

Het steeds nijpender personeelsprobleem raakt ook aan een andere, groeiende frustratie bij defensie: na bijna een jaar onderhandelen over een nieuwe cao presenteerden Defensie en de militaire vakbonden dinsdag een nieuw pakket arbeidsvoorwaarden. Sinds tientallen jaren geeft het kabinet-Rutte III weliswaar weer extra geld uit aan defensie. Maar dat gaat vooral naar materieel en achterstallig onderhoud, niet naar de salarissen. Het personeel voelt zich ondergewaardeerd en tekortgedaan. Zij mogen zich nu over de voorgestelde cao uitspreken.

Lees hier over de terugkeer van de tank

Dat de lonen achterblijven, is volgens de militaire vakbonden ook een belangrijke reden dat het personeelstekort eerder oploopt dan afneemt. Want als je bij een commercieel bedrijf voor hetzelfde werk meer verdient en minder uren maakt, wie kiest er dan nog voor defensie? In de ‘burgermaatschappij’ zijn mensen ook niet maandenlang op oefening of missie, of draaien ze weekenddiensten voor een toeslag van een paar tientjes bruto.

Dus moet defensie extra hard zijn best doen om mensen binnen te halen, merkt ook luitenant-kolonel Ernst van de Steenoven, commandant van de 43 Herstelcompagnie in het Drentse Havelte. Daar werken de monteurs die het materieel van de brigade repareren. Aan de pantservoertuigen sleutelen en zorgen dat alles rijdt en werkt. Hij heeft momenteel geen last van een tekort – van de 300 plekken die hij heeft zijn er 296 gevuld. Maar hij ziet de moeizame rekrutering wel als de grootste bedreiging voor de toekomst.

Aanmelden met acht bijlages

Op de Johannes Postkazerne in het bosrijke Havelte steekt Van de Steenoven veel tijd in het verleiden van scholieren om te kiezen voor een carrière bij defensie. Via contracten met roc’s in de omgeving bindt zijn brigade jongeren aan defensie. „Die ‘kinderen’, zoals ik ze noem, jongens en meisjes van 16, lopen twee jaar stage bij ons”, zegt Van de Steenoven. „Dat is een heel lange adem, met veel investeringen, om te zorgen dat die toekomstige monteurs daarna ook willen blijven.”

Want financieel kan de commandant niet concurreren met bedrijven. „Iedereen wil monteurs. Dus als je ze wilt binnenhalen, moet je iets te bieden hebben. En het enige wat ik kan bieden, is een opleiding”, zegt hij. In Havelte kunnen ze hun groot rijbewijs halen, doorleren. Spannende dingen doen, door mee te gaan op oefening of missie. Maar na een paar jaar vertrekken veel monteurs toch naar andere werkgevers. „Defensie rekent erop dat technische monteurs twaalf jaar bij ons werken. Maar dat gemiddelde is gezakt tot onder de helft. Dat betekent dat we dubbel zoveel mensen moeten rekruteren.”

Ook levensfase speelt een rol bij zowel het aantrekken als behouden van personeel. In een wereld waarin ook partners vaak een carrière hebben en niet meer zomaar overal mee naartoe verhuizen, wordt defensie minder aantrekkelijk voor mannen en vrouwen die toe zijn aan een gezin.

Dus moet defensie andere manieren verzinnen om nieuwe mensen te werven. „Het belangrijkste is”, zegt kapitein Thijs Willems, hoofd van een speciaal recruitment bureau bij de 43 Gemechaniseerde Brigade, „dat het huidige personeelsbeleid bij defensie is geënt op krimp. We zijn er goed in om mensen te laten uitstromen. Maar krimp is geen omgekeerde groei.” Hij bedoelt, onder andere: de bureaucratie is een hindernis. „Als iemand nu solliciteert, krijgt-ie een aanmeldingsformulier met acht bijlages”, zegt Willems. „En dat is te veel voor een 17-jarige.”

Daarbij: na die papieren sollicitatie volgt een verplichte kennismakingsdag, een psychologische keuring, een fysieke keuring en een veiligheidsonderzoek. „Tussen die momenten zitten weken en soms zelfs maanden. Als iemand beslist om bij defensie te willen werken, duurt het minstens zes maanden voordat hij aan de slag kan. Dat zijn maanden zonder salaris.”

Hoofdpijn

Ook is er weinig flexibiliteit voor mensen die in deeltijd willen werken. Of die zeggen: ik wil wel bij defensie, maar alleen als ik niet na drie jaar verplicht moet rouleren naar een andere functie, misschien wel aan de andere kant van het land. „Ik krijg hier hoofdpijn van”, zegt commandant Van de Steenoven. „Ik ben verantwoordelijk voor driehonderd mensen, maar in de praktijk ben ik wekelijks bezig met de vraag of we voldoende aanwas hebben om niet in de problemen te komen.”

Bij defensie zijn vooralsnog geen structurele oplossingen. Integendeel: de problemen worden alleen maar groter en de onvrede groeit. Ervaren mensen vertrekken, de lonen blijven achter. Het extra geld dat is bedoeld voor de aanschaf van nieuw materieel lijdt zelfs onder het personeelstekort: ook aan goed opgeleide en scherpe inkopers is een gebrek.

In Woensdrecht is Remy Helmhout desondanks optimistisch. Hij heeft weliswaar een nieuw gebouw nodig – want uit een vernietigend inspectierapport van eind vorig jaar blijkt dat „de schimmels op de muren staan”, zoals het AD citeerde. Hij heeft nieuwe vliegtuigen nodig, want de huidige PC-7’s zijn in 2026 aan vervanging toe. En hij heeft nieuw personeel nodig. Maar aan de opgelegde zestig leerlingen per jaar die hij vanaf 2021 moet afleveren, gaat hij komen – al zijn het er nu nog maar twaalf.

„Dat hoort misschien een beetje bij de mentaliteit van defensie”, zegt de commandant, die weigert zwartkijker te zijn „Ik heb een hekel aan dat woord ‘can do- mentaliteit’, want dat klinkt alsof wij hier alles zomaar voor elkaar krijgen”, zegt hij. „Dat is niet zo. Maar ik doe wel mijn stinkende best.”