Recensie

Recensie Beeldende kunst

Alledaags en goddelijk: de portretten van zwarte Amerikanen van Deana Lawson

Recensie Het lijken snapshots, maar ze zijn zorgvuldig geënsceneerd, de indringende fotoprotretten die Deana Lawson in Huis Marseille in Amsterdam toont.

‘Nation’ een van de foto’s van Deana Lawson, met rechtsboven het kunstgebit van George Washington, met tanden van onder meer slaven.
‘Nation’ een van de foto’s van Deana Lawson, met rechtsboven het kunstgebit van George Washington, met tanden van onder meer slaven. Deana Lawson/ Huis Marseille
    • Rianne van Dijck

Nou zijn zo goed als álle foto’s van Deana Lawson nogal confronterend of verontrustend, maar Nation (2018) is wel erg bevreemdend. We zien twee zwarte mannen met ontbloot bovenlijf op een bank. De een richt zijn vinger naar de camera; als een pistool, of wenkt hij ons dichterbij om beter te kijken? De ander heeft een bizar gouden ornament in zijn mond; een soort klem zoals die wordt gebruikt door orthodontisten of tandchirurgen. Rechtsboven in het frame zien we een extra foto: een afbeelding van de abominabele tandenrij van de eerste president van de Verenigde Staten, George Washington, die al vroeg in zijn leven een kunstgebit had – waarschijnlijk gemaakt met onder andere tanden van zwarte slaven.

De foto roept associaties op met de horrorfilm Get Out, waar de hersenen van zwarte mensen gebruikt worden om oude, blanke mensen op te lappen. Hij roept associaties op met racisme en slavernij, maar ook met films over gangs en getto’s, en met muziekclips over zwarte rappers die met al hun bravoure en blingbling vaak ook een mond vol gouden tanden hebben, of een op maat gemaakte grill.

De Amerikaanse fotograaf Deana Lawson (Rochester, 1979) is bekend om haar intieme portretten van zwarte mannen en vrouwen, vaak geheel of gedeeltelijk naakt, in een intieme, huiselijke setting. Die oogt doorgaans sjofel – het behang bladdert van de muren, de bank is kapot, er ligt troep op de grond – maar dat maakt niks uit voor de uitstraling van de geportretteerden, die zelfbewust en trots de camera inkijken. „Buiten een portret van Lawson heb je misschien drie baantjes en is het leven een worsteling. Maar binnen haar kader ben je prachtig en ben jij degene die heerst, standvastig en fier overeind’, schrijft de Britse auteur Zadie Smith in een essay in de begeleidende catalogus.

Lawson had al meerdere grote exposities in de Verenigde Staten en fotografeerde vorig jaar popster Rihanna voor de cover van Garage Magazine. Deze zomer is haar werk te zien in het Amsterdamse Huis Marseille – haar eerste solo-expositie in Europa. En die is overweldigend. In grote kleurenprints, afgewisseld met honderden kleine fotootjes die ze met speldjes op de muur prikt, tovert Lawson een wereld tevoorschijn waarin ze, zo vertelt ze zelf in interviews, de zwarte mens in al zijn alledaagsheid als een ‘goddelijk wezen’ wil laten zien.

De beelden ogen als authentieke snapshots, maar zijn zorgvuldig geënsceneerd. Lawson scout niet alleen haar modellen zelf op straat maar regelt ook de props; fotolijstjes met gefingeerde familie, een sexy panterjumpsuit, een verzameling sneakers, gouden kettingen, de bijbel. Herkenbare details waaraan wij onmiddellijk een verhaal verbinden; dat van de vrome, christelijke zwarte familie, de sexy zwarte vrouw, de gangsta-rapper – verhalen die door Lawson’s krachtige beeldtaal en het spelen met botsende elementen het cliché overstijgen en zich transformeren in iets anders. Zo is de foto van de wulpse Nicole (2016) die naakt op het kleed in de woonkamer ligt, eerder ontroerend dan sexy – wat te maken heeft met speelgoed dat keurig in een hoekje van de kamer is weggemoffeld. En Uncle Mack (2016) wil ondanks het geweer in zijn handen en zijn ontblote bovenlijf maar niet echt gevaarlijk ogen – dat lukt natuurlijk niet als je met een zachte blik poseert naast een familieportret waar je zelf met twee kinderen op staat.

In een interview met kunstenaar Arthur Jafa in de catalogus zegt Lawson: „Wat je in een foto ziet is één ding, maar waar het aan refereert of waar het symbool voor staat, is veel groter dan dat.” Nou geldt dit voor alle goede fotografie, maar Lawson hanteert haar palet aan kunsthistorische, maatschappelijke, religieuze en spirituele verwijzingen zo soepel en beheerst, en creëert daarmee een zo’n eigen, krachtige beeldtaal, dat je als kijker vol verwondering wordt meegezogen in haar wereld.