Opinie

Alfa en gamma moeten nu onnodig vechten om geld

Onderwijsblog De Tweede Kamer moet geld van alfa en gamma naar bèta verschuiven, terwijl het onderzoek naar de behoeften van opleidingen nog moet beginnen. Ga niet akkoord, schrijven zes alfa- en gammaprominenten.

Minister Ingrid van Engelshoven (OCW, D66) ontvangt van voorzitter Martin van Rijn het rapport van de Adviescommissie Bekostiging Hoger Onderwijs en Onderzoek.
Minister Ingrid van Engelshoven (OCW, D66) ontvangt van voorzitter Martin van Rijn het rapport van de Adviescommissie Bekostiging Hoger Onderwijs en Onderzoek. Foto Remko de Waal/ANP

Op maandag 1 juli vond het notaoverleg plaats over de herziening bekostigingssystematiek hoger onderwijs en onderzoek in de Tweede Kamer. De leden van de vaste OCW-commissie reageerden op het voorgenomen beleid van minister Van Engelshoven naar aanleiding van het advies van de commissie-Van Rijn.

Het SSH-gebied (Social Sciences & Humanities: geesteswetenschappen, sociale wetenschappen, rechtsgeleerdheid en economie) heeft al eerder op het advies van Van Rijn met een brandbrief aan de minister gereageerd. Onder de noemer ‘Kortzichtig, onverstandig en unfair’ zetten we uiteen waarom dit advies negatieve gevolgen heeft voor de Nederlandse wetenschap in het algemeen en het SSH-gebied in het bijzonder. Inmiddels is helder geworden dat een groot deel van het veld, uiteenlopend van alle brede universiteiten, de KNAW, De Jonge Akademie, en de VSNU de invoering van het advies evenmin onderschrijven.

Lichtpunten

Het notaoverleg gaf weinig reden tot optimisme. Maar er waren ook lichtpunten: de mogelijkheid om het tweede geldstroomdeel (onderzoeksgeld op aanvraag) van het sectorplan bètatechniek (€18 miljoen) in de eerste geldstroom (eigen onderzoeksgeld van de universiteit) te geven aan de bèta-faculteiten van de brede universiteiten met als gevolg dat daar minder herverdeling nodig is van alfa/gamma/medisch richting bèta, werd door Paul van Meenen (D66) geïntroduceerd en leek op bijval van de minister te kunnen rekenen.

Harry van der Molen (CDA) vroeg expliciet aandacht voor interdisciplinaire samenwerking tussen bèta en de sociale wetenschappen binnen de extra middelen die voor bèta beoogd zijn om zo recht te doen aan een multidisciplinaire benadering van grote maatschappelijke en wetenschappelijke vragen. Ook positief. Eppo Bruins (ChristenUnie) brak een lans voor de geesteswetenschappen. Hij pleitte er ook voor om de Vernieuwingsimpuls en Open Competitie bij de subsidie-instelling NWO niet aan te tasten bij de overheveling van de tweede naar eerste geldstroom. Heel belangrijk. De oppositie, in het bijzonder Lisa Westerveld (GroenLinks), Kirsten van den Hul (PvdA) en Frank Futselaar (SP) vroegen aan de minister om eerst haar zelf aangekondigde onderzoek van het kosten- en toereikendheidsbudget af te wachten voordat er een nieuw systeem wordt geïntroduceerd. Ze vroegen verder om informatie van de minister over de consequenties van het invoeren van het beleid.

Informatie moet nog komen

Bij deze vragen werden pijnlijk punten in de besluitvorming (nog eens) blootgelegd:

Ten eerste beroept de minister zich voortdurend op informatie die nog binnen moet komen (van de commissie-Weckhuysen over de verhouding vrij en gebonden onderzoek, van de commissie ‘Erkennen en waarderen’ (VSNU), werkgroep IBO Internationalisering van het onderwijs, etc.). In veel antwoorden werd verwezen naar nog te verschijnen informatie en het belang daarvan voor de discussie over de bekostiging. Tegelijk weigert de minister om het door haarzelf aangekondigde onderzoek naar de bekostiging en toereikendheid van het macrobudget af te wachten. Ze gaf wel aan dat dat onderzoek snel af moet zijn, namelijk binnen een jaar. Dat blijft bijzonder: een nieuw bekostigingssysteem invoeren zonder dát essentiële onderdeel mee te kunnen nemen. Het antwoord van de minister dat het nieuwe systeem recht doet aan een langer bestaande wens (van 2016) van de Kamer om te investeren in bètatechniek staat hier los van. De minister kan prima extra middelen in bètatechniek investeren, zónder een nieuw stelsel in te voeren en zonder geld bij andere gebieden weg te halen.

Ten tweede legde het overleg een groot probleem bloot: de Tweede Kamer beschikt niet over informatie om de consequenties van het advies van de commissie-Van Rijn te overzien. De gevraagde informatie komt niet en de minister presenteert na veel geduw een tabel met cijfers op instellingniveau. Dat is geen overzicht van ‘minnen en plussen’ (wat komt erbij, wat gaat eraf), maar een totaalsom. Het is ook non-informatie omdat deze informatie al eerder was gedeeld. En het geeft al helemaal geen inzicht in de consequenties voor bijvoorbeeld SSH of medisch. Het verweer was dat ‘er altijd wat afgaat en bijkomt, maar dat er nu echt wat bijkomt’ en dat ‘de OCW-begroting altijd complex is’. Het laatste verweer is dat OCW detailinformatie ‘nooit geeft’ omdat het uiteindelijke beleid aan de instellingen en de colleges is.

Bezuinigingen

Hier worden twee dingen door elkaar gehaald: er is een verschil tussen informatieverstrekking over voorgenomen beleid en voorschrijven wat de universiteiten moeten doen binnen de vrijheden van hun lumpsumfinanciering. Het is bovendien niet uitgesloten dat de minister de overheveling binnen de algemene universiteiten naar bètatechniek in sectorplannen gaat afdwingen. Op sommige momenten in het overleg leken hierover al plannen te bestaan, op andere momenten verschool de minister zich achter de eigen verantwoordelijkheid van de universiteitsbestuurders. In ieder geval is het niet geven van essentiële informatie onbehoorlijk en ondemocratisch: het laat de Kamer onvolledig geïnformeerd achter. Als klapstuk verweet de minister de universiteiten die wèl schattingen van de consequenties hadden laten maken (bij gebrek aan informatie van OCW) dat men onrust en verwarring zaait.

Donderdag wordt de stemming verwacht. Op dit moment lijkt het kabinet af te stevenen op een onnodig snelle invoering van een fundamentele stelselwijziging, zonder dat de gevolgen in kaart zijn gebracht. De ‘zachte landing’ is niets meer dan uitstel van executie en een demping op instellingsniveau. Als dit doorgaat, wacht een onnodig gevecht tussen wetenschapsvelden, de facto bezuinigingen in het SSH-veld, en een aantasting van het aanbod en de kwaliteit van hoger onderwijs en onderzoek die Nederland ingrijpend raakt. We roepen de Kamer op niet akkoord te gaan.

Namens het SSH-gebied,

Prof. dr. Claes de Vreese
Voorzitter SSH-beraad, voorzitter KNAW Sociaal-Wetenschappelijke Raad

Prof. dr. Kees Aarts
Voorzitter landelijk Disciplineoverleg Sociale Wetenschappen

Prof. dr. Keimpe Algra
Voorzitter KNAW Raad voor Geesteswetenschappen

Prof. dr. Ton Hol
Voorzitter landelijk Disciplineoverleg Rechtsgeleerdheid

Prof. dr. Janneke Plantenga
Voorzitter landelijk Disciplineoverlegorgaan Economie en Bedrijfskunde

Prof. dr. Fred Weerman
Voorzitter landelijk Disciplineoverleg Letteren en Geesteswetenschappen

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.