Van Engelshoven vaag over gevolgen budget hoger onderwijs

Tweede Kamerdebat De Tweede Kamer aarzelt over de verschuiving van uitgaven naar bèta en techniek. Hoe moet het dan met letteren-, sociale en medische faculteiten?

De afdeling technische natuurkunde van de TU Delft.
De afdeling technische natuurkunde van de TU Delft. Foto Lex van Lieshout

„Er komen alleen maar plussen. Per saldo overheersen de plussen”, zei Tweede Kamerlid Paul van Meenen (D66) over de begroting van het hoger onderwijs. „Er ligt een forse plus. Dit kabinet investeert fors in hoger onderwijs”, zei minister Ingrid van Engelshoven (Hoger Onderwijs, D66).

„Ik kan niet verkroppen als ze het aan de andere kant weer van de begroting afhalen”, klaagde Lisa Westerveld (Groenlinks).

Er was verwarring in de Tweede Kamer over de precieze financiële gevolgen van het plan van minister Van Engelshoven tot de verschuiving van de uitgaven naar opleidingen in bèta en techniek. Tijdens een commissievergadering afgelopen maandag debatteerden de Kamerleden over dit plan op grond van een in mei uitgebracht advies van de commissie-Van Rijn over de bekostiging van het hoger onderwijs.

Lees ook: Meer geld naar bèta en techniekonderwijs ten koste van andere studies

Daarmee gaf Van Engelshoven gevolg aan een motie van de Tweede Kamer uit 2016, waarin werd aangedrongen om de noden van de bèta en techniek snel te verlichten.

De technische universiteiten krijgen nu extra geld om een einde te maken aan de studentenstops voor bètastudies waar veel vraag naar is. Maar voor bekostiging op de lange termijn komt er onderzoek naar de doelmatigheid van alle opleidingen. De oppositie wil daarop wachten. Er is niet alleen schaarste aan afgestudeerden in bèta en techniek, maar ook aan leraren Duits en Nederlands.

De hogescholen zijn redelijk tevreden met het plan dat uitzicht biedt op verbetering van de status van het hbo en meer praktijkgericht onderzoek. Klassieke, brede universiteiten krijgen minder en vrezen ontslagen bij letteren, sociale en medische wetenschappen. De letteren- en sociale faculteiten schreven een brandbrief aan de minister: met 54 procent van de universitaire studenten, hebben die faculteiten nu nog slechts 36 procent van het wetenschappelijke personeel. Woinactie, de organisatie van wetenschappers, kondigde demonstraties in september aan.

De cleanroom van het fotonica-laboratorium op de TU Eindhoven. Foto Joyce van Belkom/ANP

‘Zachte landing’

Volgens minister Van Engelshoven zouden de klassieke universiteiten er voorlopig weinig van merken. Ze heeft 41 miljoen euro extra beloofd voor een ‘zachte landing’, zodat de instellingen voorlopig niet drastisch hoeven te snijden. Maar Westerveld wees op een korting van 68 miljoen euro in diezelfde nota: „Dat is 41 miljoen min 68 miljoen.”

Een tijdens het debat door het ministerie uitgebracht staatje schiep geen helderheid omdat veel posten er nog niet in waren verwerkt. „Ons wordt gevraagd om in vrij korte tijd beslissingen te nemen zonder dat we de gevolgen op instellingsniveau en op vakniveau kunnen inzien”, zei Kirsten van den Hul (PvdA).

Lees ook het opiniestuk: Brandbrief aan de minister van onderwijs

De regeringspartijen dachten verschillend over de gevolgen. Judith Tielen (VVD) verwachtte dat de verschuiving naar bèta „ten koste van iets” zal gaan, terwijl Paul van Meenen (D66) wees op de algehele stijgingen van uitgaven aan wetenschappelijk onderzoek en de opbrengsten van het geschrapte sociaal leenstelsel.

De minister voegde daaraan toe dat de bestuurders van instellingen vrij mogen beslissen over uitvoering van het plan. Algemene universiteiten hoeven dus niet de lumpsum intern naar de bètafaculteiten te verschuiven. „Met gezond verstand moeten ze intern kijken wat er mogelijk is”, zei ze. „Stel dat er dan niets van terechtkomt?”, vroeg Tielen. „Dan gaan we met hen in gesprek”, antwoordde de minister.

Het wordt minder goed mogelijk om meer budget te verwerven door studenten aan te trekken. Het vaste aandeel van de bekostiging van opleidingen wordt verhoogd. Van Engelshoven: „De bekostiging door studentenaantallen is een perverse prikkel. Je ziet enorme groei van het aantal internationale studenten en dat zet druk op het systeem. Groei is geen publieke taak.”