Tuymans’ mozaïekvloer in het Palazzo Grassi in Venetië.

Beeld Studio Luc Tuymans

Schilder Luc Tuymans: ‘Geweld is in mijn werk de enige onderliggende structuur’

Interview In de schilderijen van Luc Tuymans (1958), te zien in museum De Pont en op de Biënnale in Venetië, is een onderhuidse dreiging te voelen. Ze zijn niet bedoeld om van te genieten, legt hij uit.

Het grootste kunstwerk op La Pelle, de tentoonstelling van Luc Tuymans in het Venetiaanse Palazzo Grassi, is meteen het onopvallendste. Bijna tien bij tien meter meet de mozaïekvloer die de Belgische kunstenaar in de entreehal liet aanleggen. Het moet een krankzinnig monnikenwerk zijn geweest om de tweehonderdduizend blokjes Italiaans marmer op hun juiste plek in elkaar te puzzelen. Maar nu lopen bezoekers er achteloos overheen, alsof hij er al eeuwen ligt.

De voorstelling van de mozaïekvloer openbaart zich pas als je er vanaf de eerste verdieping op neerkijkt. Dan zie je de contouren van een dennenbos, opgezet in vluchtige, schetsmatige lijnen. „Dit werk gaat over het Duitse concentratiekamp Schwarzheide”, vertelt Tuymans. „Het is gebaseerd op een schilderij dat ik in 1986 heb gemaakt, en dat ik heb ontleend aan een tekening van een kampoverlevende.” Deze man, Alfred Kantor, had de bossen rondom Schwarzheide geschetst met houtskool en die tekening vervolgens in repen gesneden om hem te verstoppen voor de bewakers. „Vandaar de zwarte banen in de mozaïek.”

Luc Tuymans: Still Life, 2002. Studio Luc Tuymans

In een moordend tempo drijft de zestigjarige Tuymans op deze vroege ochtend een internationaal groepje journalisten de statige trap van het stadspaleis op. Bovenaan, in een nis, hangt een klein portret van een man met geloken ogen. Het is nazi-architect Albert Speer, verduidelijkt Tuymans, die hier minzaam, „als de fucking Mona Lisa”, neerkijkt op de kamptekening uit Schwarzheide. Speer was een vertrouweling van Hitler, die desondanks zijn leven lang is blijven volhouden dat hij nooit iets heeft geweten van de Jodenvervolging. Secrets, heet het doekje, dat Tuymans in 1990 schilderde.

Met deze twee binnenkomers is de toon meteen gezet. Laat je in het Palazzo Grassi vooral niet te veel verleiden door de virtuositeit van zijn kwaststreken of zijn zachtmoedige pasteltinten. Tuymans’ werk is niet bedoeld om van te genieten. Deze tentoonstelling gaat over de grimmige staat van de wereld en „de diepe walging” die de kunstenaar daarbij voelt. In zijn schilderijen snijdt Tuymans onderwerpen aan als nationalisme, macht, de bedrieglijkheid van beelden en het gevaar van fake news. Hij noemt het een „sardonische tentoonstelling”. Maar de boodschap, het drama, zit onderhuids - „als het deep web dat onder het wereldwijde web verstopt zit”. Vandaar de titel van zijn expositie: La Pelle, de huid.

Luc Tuymans: Twenty Seventeen, 2017. Studio Luc Tuymans

Twee jaar geleden was in deze zalen de spectaculaire, kitscherige onderwaterwereld van Damien Hirst te zien. Het contrast met de onderkoelde schilderijen van Tuymans kon haast niet groter zijn. Op La Pelle is alles ingetogen. Tachtig werken zijn spaarzaam opgehangen in witte zalen, zonder muurteksten. De meeste doeken maakte hij in de afgelopen vijf jaar. „Ertussen heb ik een paar oudere werkjes gehangen”, zegt Tuymans, die de expositie zelf heeft samengesteld. „Die herken je omdat ze vaak kleiner zijn, en de verf is al lekker porseleinachtig.” La Pelle is dus nadrukkelijk „géén retrospectief”, zegt hij. Wie oude bekenden als Drum Set of Mwana Kitoko (het portret van koning Boudewijn) wil zien, kan vanaf komend weekend terecht in De Pont, op Tuymans’ overzicht The Return.

Beelden kunnen liegen

De rondleiding gaat verder. Met gezwinde spoed beent Tuymans op zijn zwarte Nikes door de zalen en vuurt zo nu dan wat woorden op zijn publiek af, als ondertiteling bij zijn voorstellingen. Bij Frozen (2003), een schilderij van een hand met handschoen die iets repareert: „Dit werk gaat over Tsjernobyl.” Bij Orchid, een bloemstilleven uit 1998: „Dit gaat over planten die hun sekse aanpassen om te kunnen overleven in veranderende ecosystemen.” En bij Murky Water (2015), een groot drieluik van Hollandse grachtjes: „Dit gaat over een middelmatig landje genaamd Nederland.”

Soms staat Tuymans wat langer stil, zoals bij Our New Quarters, een schilderij uit 1986 dat hij baseerde op een ansichtkaart uit Theresienstad. „De nazi’s hadden daar een modelkamp gebouwd en gevangenen mochten kaarten sturen om de buitenwereld te laten geloven dat het leven in het concentratiekamp best te doen was.” Beelden kunnen liegen, wil Tuymans maar zeggen. Geloof nooit wat je ziet.

Dit is een tentoonstelling voor al die verdomde toeristen

Ernaast hangt een portret van een bebrilde schrijver, getiteld A Flemish Intellectual. Ogen en neusgaten ontbreken, alsof hij geen gezicht heeft, geen identiteit. „Dat is Ernest Claes, schrijver van patriottistische werkjes die door Vlaamse nationalisten weer uit de vergetelheid zijn opgediept. Ik heb het geschilderd in 1995, toen het Vlaams Blok opkwam en Claes herdacht werd op een postzegel.” Het is nog nooit zo actueel geweest als nu.

Achter vrijwel ieder portret blijkt een moordenaar of racist te schuilen. Een portret van een glimlachende vijftiger – type foute oom – blijkt Joseph Milteer te zijn, een Amerikaanse extremist die gelieerd is aan de Ku Klux Klan. Een dromerig portret van een Aziatische jongeling blijkt een still te zijn uit een documentaire over Issei Sagawa, een Japanner die in 1981 een Nederlandse medestudente aan de Parijse Sorbonne vermoordde en opat.

Alleen het portret Instant (2009), van een meisje dat deels schuilgaat achter het flitslicht van haar camera, is precies wat het is: „Een Chinees meisje dat maar niet kon stoppen met foto’s maken.” Hij weet, zegt Tuymans, dat dit precies de mensen zijn die het Palazzo Grassi zullen bezoeken. Hij maakt zich wat dat betreft geen illusies. „Dit is een tentoonstelling voor al die verdomde toeristen. Velen van hen zullen de diepere laag van mijn schilderijen niet herkennen. So be it.”

Luc Tuymans: Isabel, 2015. Studio Luc Tuymans

Onderhuidse dreiging

Wie hem nu hoort praten - vol bravoure, maar ook een tikkeltje intimiderend en humeurig - kan zich moeilijk voorstellen dat Luc Tuymans ooit een schriel ventje was dat veel werd gepest. In het onlangs verschenen boek Tuymans over Tuymans, een bundeling interviews met de Belgische journalist Danny Ilegems, vertelt de kunstenaar dat hij geen gemakkelijke jeugd had en constant op zijn hoede was voor gevaar. Die onderhuidse dreiging voel je terug in zijn schilderijen. „Geweld is in mijn werk de enige onderliggende structuur”, zegt Tuymans daarover. Dat hij elf jaar lang zijn geld verdiende als portier in nachtclubs, heeft vast bijgedragen aan zijn zwarte mensbeeld.

Zijn fascinatie voor de Tweede Wereldoorlog is ook geworteld in zijn jeugd. Zijn moeder was Nederlandse en kwam uit een familie die actief was in het verzet. Zijn vader, een Antwerpenaar, kwam juist uit een familie van Vlaams-nationalisten die in de oorlog had gecollaboreerd met de Duitsers. De oom naar wie hij vernoemd werd, was lid van de Hitler Jugend. Aan tafel liepen de ruzies vaak hoog op, vertelt de schilder in Tuymans over Tuymans. „Daardoor heb ik geleerd om zeer snel te eten. Om zo snel mogelijk van tafel weg te komen.”

Hij heeft, zegt Tuymans, „een aangeboren wantrouwen tegenover alles, maar zeker tegenover beelden”. Hij behoort tot de eerste generatie kunstenaars die opgroeide met televisie. Veel van zijn schilderijen ontleent hij aan ‘tweedehands’ beelden uit de media: afbeeldingen van afbeeldingen, uit de krant, van internet, uit films. Die beelden bewerkt hij vervolgens zelf ook weer op de computer. Hij zoomt in, maakt nieuwe uitsneden, verdrinkt de beelden in licht. Daarna prikt hij een leeg doek aan de muur van zijn atelier en zet hij de afbeelding in één snelle sessie, die nooit langer duurt dan een dag, over op het schilderij. Beginnend met de lichte tinten, werkt hij naar de donkere kleuren toe – een proces dat hij vergelijkt met een Polaroid die zich voor je ogen ontwikkelt.

‘Authentieke vervalsingen’, zo noemt Tuymans zijn schilderijen. Voor de kijker is nooit in één oogopslag duidelijk wat je ziet. Zo speelt hij een gelaagd spel met de realiteit. Wat is echt en wat niet?

Doodsangst

We staan stil bij het schilderij Twenty Seventeen, het affichebeeld van de tentoonstelling, dat je in Venetië in iedere boothalte tegenkomt. Afgebeeld is een jonge vrouw met een verbijsterde blik in haar ogen: een blik die doodsangst verraadt. Tuymans ontleende het aan de Braziliaanse Netflix-serie 3%, waarin de acteurs een afvalrace op leven en dood spelen. De vrouw op het schilderij heeft net te horen gekregen dat ze is vergiftigd, vandaar haar oerschreeuw. Maar zoals bij al Tuymans’ schilderijen heeft ook dit beeld een diepere betekenis. „Het is genoemd naar het jaar waarin het geschilderd is. Het drukt mijn verbijstering uit over wat er in 2017 allemaal gebeurde: Trump had vlak daarvoor de verkiezingen gewonnen, de gevolgen van het Brexit-referendum werden langzaam duidelijk.”

In die zin kun je Tuymans zien als een eigentijdse historieschilder, die in de voetsporen van zijn schilderhelden Manet, Velázquez en El Greco de grote thema’s van onze tijd verbeeldt. Al heb je er soms wel de uitleg van de schilder zelf bij nodig.

Tuymans wijst naar Still Life, het grootste schilderij dat hij ooit gemaakt heeft en dat hij in 2002 op de Documenta toonde. Het stilleven van wat appels, peren en een waterkan in een verder lege ruimte was zijn antwoord op 9/11. „Tijdens de aanslagen was ik in New York en zat ik gevangen in mijn hotel. Ik heb nadien dit idyllische tafereeltje geschilderd, gebaseerd op een onvoltooid stilleven van Cézanne dat zich in het Kunstmuseum Winterthur bevindt. Het is volkomen a-politiek en daarom juist extreem politiek.”

‘Still Life’ zou je ook kunnen vertalen als ‘nog steeds leven’. Na de ramp krabbelt de mens weer op. Zo is er toch nog een sprankje hoop in deze grootse, beladen, zwaarmoedige tentoonstelling.