Europarlementariër Samira Rafaela (D66)

Foto Katrijn van Giel

Europarlementariër Samira Rafaela: ‘Ik werd gewoon tegengewerkt’

Europarlementariër Met voorkeursstemmen kwam Samira Rafaela (D66) in het Europees Parlement. Maar dat ging niet zonder tegenwerking. Rafaela, in wie ‘de hele wereld samenkomt’, is het wel gewend.

Op tafel in een Haags café staat een glas met drie suikersticks en een verpakt koekje. Het is begin juni. „Dit is het establishment”, zegt de dan net verkozen Europarlementariër Samira Rafaela (D66). „Daar zit ik nu ook in.” Ze heft haar hand tot boven het glas en laat het in een vaart naar beneden vallen. „En nu ga ik het van binnenuit breken.”

„Het establishment, dat zijn mensen met macht”, zegt ze, „die hun eigen identiteit willen behouden, de status quo. Ik wil de norm veranderen, want de huidige zorgt voor uitsluiting.”

Samira Rafaela (30) heeft een joodse moeder en een islamitische vader. Ze heeft Nederlandse, Ghanese, Nigeriaanse en Antilliaanse wortels. Haar stiefvader was Marokkaans. Ze is getint, heeft een afrokapsel en sproeten. Zoals ze zelf vaak zegt: „De hele wereld kwam samen in mijn opvoeding.”

Rafaela weet wat het is om het tegen de gevestigde orde op te nemen. Zowel buiten als binnen haar partij. Zo belt ze met een prominent partijlid om advies in te winnen over haar campagne en krijgt ze te horen dat die haar ongeschikt vindt voor haar hoge plek op de lijst: ze hoeft er niet op te rekenen dat hij haar steunt. En als ze op Radio 1 in debat gaat met Tweede Kamerleden André Bosman (VVD) en Ronald van Raak (SP), wordt dat een verhit gesprek over de Antillen. Na afloop krijgt ze van een boze Van Raak te horen dat ze moet dimmen, vertellen drie aanwezigen. In een reactie laat van Raak weten dat hij niet „van de toonpolitie is”. „Verder ga ik de napraat niet evalueren.”

D66 verloor twee van de vier zetels in het Europees Parlement. Rafaela stond op nummer drie van de lijst. Dat zij vanaf dinsdag toch een zetel inneemt, heeft ze te danken aan voorkeursstemmen.

Rafaela moest dus niet alleen campagne voeren om kiezers te overtuigen, maar ook om interne weerstand te overwinnen. In januari, op de dag dat leden mogen stemmen over de kandidatenlijst, sturen invloedrijke D66’ers een mail rond: adviseur en politiek assistent van veel oud-D66-leiders Carla Pauw, oud-minister Laurens Jan Brinkhorst, oud-Europarlementariër Jan-Willem Bertens en oud-lid van de Eerste Kamer, Tweede Kamer en Europees Parlement Doeke Eisma.

Ze schrijven dat ze zich inzetten voor de nummer 4: Felix Klos, woordvoerder van fractievoorzitter Rob Jetten. Klos beschikt volgens hen over de kwaliteiten die D66 nodig heeft in Europa. Om hem hoog op de lijst te krijgen, instrueert het viertal, moeten leden „de huidige nummers 2 en 3” zo laag mogelijk op de lijst zetten. Nummer 2 is de Surinaams-Nederlandse Raoul Boucke. En nummer 3, dat is Samira Rafaela.

Wat deed die mail met u?

„Ik werd gewoon tegengewerkt. Dat was frustrerend. Ik dacht: is dit de manier waarop ze omgaan met alle bloed, zweet en tranen die ik vergoten heb op mijn weg naar deze plek? Je moest eens wéten. Ik heb moeten knokken tegen vooroordelen en onderschatting in een vaak homogene, witte omgeving. Ik ben onderschat en tegengewerkt, in het onderwijs en op de arbeidsmarkt. Als het ze was gelukt dan bevestigde dat toch het idee dat deze plekken niet geschikt zijn voor iemand met een etnische achtergrond zoals die van Raoul en mij?” De actie mislukte, Boucke bleef op nummer twee staan, Rafaela werd door de leden op nummer drie gezet. „Dat vind ik het belangrijkst. Het bewijst dat ik de steun en het mandaat van de leden heb.”

Lees ook het opiniestuk van Samira Rafaela: Big Tech moet zijn algoritmes openbaren

In een reactie aan NRC laat directeur van het D66-partijbureau Sander Bus weten: „Ledendemocratie is een groot goed binnen D66: interne campagnes horen daar bij.”

Rafaela is net zo oud als haar voorganger Marietje Schaake was in 2009, toen zij namens D66 in het Europees Parlement belandde. Schaake beschreef vorige week hoe zij als jonge vrouw te maken kreeg met seksisme en seksuele intimidatie. Ze zei: „Als ik als 29-jarige had geweten wat ik nu weet, was ik er nooit aan begonnen.”

Rafaela ziet de uitspraken van Schaake als een „motivatie”, zegt ze. „Alle vrouwen herkennen zich erin. Ik ben eens door een mannelijke collega beschreven als de vrouw met de mooiste hakken van de afdeling. Een mannelijke collega maakte opmerkingen over hoe mijn rondingen uitkwamen in kleding.”

Maar Rafaela heeft niet alleen last van seksisme, ook haar afkomst roept vooroordelen op. „Als je niet op de norm lijkt, dan word je niet vanzelfsprekend geaccepteerd. Dat kan ook subtiel. Ik moest afgelopen week iets administratiefs afhandelen bij een medewerker voor het Europees Parlement. Tijdens ons gesprek kwam een mannelijke Europarlementariër binnen, hij wilde eerder geholpen worden. Hij ging er meteen van uit dat ik geen parlementslid was.”

Etnische minderheidsgroepen

In haar campagne richtte Rafaela zich nadrukkelijk op etnische minderheidsgroepen, waar het opkomstpercentage tijdens verkiezingen lager ligt dan gemiddeld. Ze sprak voor mbo’ers, met een directeur van een school in de Haagse Transvaalwijk, met de Iraakse vrouwenbond en een Antilliaanse studentenvereniging. Als enige kandidaat-Europarlementariër reisde ze af naar de Caribische eilanden om campagne te voeren. „Ik wil binnen mijn partij onder de aandacht brengen wat er speelt bij minderheidsgroepen. Ik denk dat D66 daar beter over geïnformeerd moet raken.”

D66 zegt voor radicale gelijkheid te staan. Wat is uw ervaring?

Foto Katrijn van Giel

„Sociaal-economische ongelijkheid staat wel bij ons op de radar, maar realiseren we ons ook dat er soms andere oplossingen nodig zijn als het om een Marokkaanse of Antilliaanse doelgroep gaat? Ik weet door gesprekken met mijn achterban dat ze vertegenwoordigd willen worden in de politiek door mensen die op ze lijken. Die hun specifieke problemen begrijpen.”

Kan een witte politicus dat niet?

„Dat is een denkfout, iedereen kan beschikken over interculturele sensitiviteit en empathie. Maar erken dat de problemen en gevoeligheden beter herkend worden door mensen uit eenzelfde gemeenschap.”

Vindt u dat D66 goed in contact staat met etnische minderheden?

„De zorg en de aandacht zijn er. Maar er zijn diversere kieslijsten nodig. Ik mis representatie van etnische minderheden in de politiek. Het is heel goed dat ik de eerste Nederlandse vrouw van Afro-Caribische afkomst word in het Europees Parlement. Maar het is ook vrij bizar dat het pas in 2019 gebeurt.”

Hoe verklaart u dat?

„De manier van selecteren kent systematische uitsluitingsmechanismen. Daar zitten gewoon vooroordelen in. We moeten nadenken over hoe we selecteren en rekruteren. Dat is waarom ik binnen D66 de discussie wil aanzwengelen, waarom ik mijn partij een spiegel wil voorhouden.”

Dat Rafaela mensen wil confronteren met hun vooroordelen, is te zien tijdens haar campagne. Bij een bezoek aan praktijkschool De Einder in Den Haag, eind april, gaan de vragen die ze stelt over vooroordelen in toetsen, over hoe het IQ van kinderen wordt gemeten.

Ze weet uit ervaring, vertelt ze later, hoe het is om onderschat te worden op school. „Ik kreeg vmbo-advies. Mijn moeder heeft een stevig gesprek gevoerd met mijn leerkracht. Toen mocht ik naar de havo. Maar ik wist al: ik ga mijn propedeuse hbo halen en naar de universiteit.”

Op het hbo gebeurde het ook. „Na het inleveren van een stuk moest ik langskomen bij een docent. Hij legde het stuk op tafel. Rechts bovenin stond in het rood: ‘Het kan zijn dat ze het niet zelf heeft geschreven.’ Ze geloofden niet dat iemand met mijn naam zoiets kon schrijven.”

Het zijn deze frustraties die ze hoort van jongeren. Als ze te gast is bij een groep mbo’ers krijgt ze van een Marokkaans-Nederlandse jongen het verwijt dat de politiek „niet luistert”.

Wat zegt u dan?

„Ik herken zijn frustratie. Het is de reden dat ik politiek actief ben geworden. Ik weet hoe het voelt om ontmoedigd te raken. Wat ik tegen ze zeg is dat als ze ontevreden zijn, ze politici moeten benaderen. Kom op! Wees assertief. Ga bij een studentenvereniging, sluit je aan bij een politieke partij. En als het moet, maak dan gebruik van juridische middelen. Dat is mijn fout geweest. Ik heb vroeger nooit bij het Meldpunt Discriminatie aangeklopt.”

Uw campagne was gericht op minderheden. Wat wilt u de komende jaren voor hen bereiken?

„Ik heb directe invloed om voor of tegen een wet te stemmen. Die invloed wil ik gebruiken om bij alle wetgeving de afweging te maken of de belangen van minderheidsgroepen óók vertegenwoordigd worden. Ik wil het Erasmusprogramma, een uitwisselingsprogramma voor studenten, toegankelijker maken voor mbo’ers. Ik wil me inzetten voor meer vrouwen in topfuncties in de EU. En die jongen die vond dat politici niet luisteren heb ik al uitgenodigd in Brussel.”