Recensie

Recensie Beeldende kunst

De modellen van schilder Euan Uglow komen net van de operatietafel

Beeldende Kunst Euan Uglow is zo onbekend dat de museumdirecteur nog nooit van hem had gehoord. Nu is er een dubbeltentoonstelling.

Euan Uglow, Curled Nude on a Stool (1982-1983)
Euan Uglow, Curled Nude on a Stool (1982-1983) Beeld: Estate of Euan Uglow
    • Gijsbert van der Wal

Twee jaar geleden zat de schilder Christiaan Kuitwaard te praten met de directeur van het nieuwe Museum MORE in Gorssel. Gevraagd naar zijn voorbeelden noemde hij de Engelsman Euan Uglow (1932-2000), schilder van figuren, stillevens en een enkel landschap. Generatiegenoot van Lucian Freud en Frank Auerbach. De museumdirecteur had nog nooit van Uglow gehoord. Dat is niet zo gek, want Uglow is een artist’s artist: gewaardeerd door vakgenoten, onbekend bij het grote publiek. Museum MORE hoopt daarin nu verandering te brengen met het eerste retrospectief van Uglow buiten Groot-Brittannië. De ingetogen stillevens van tipgever Kuitwaard hangen in de aangrenzende museumzaal. Ze houden goed stand naast de schilderijen van zijn grote held.

Christiaan Kuitwaard, white box painting 306

Beeld: Museum MORE

Euan Uglow – Painting perception is mede samengesteld door Catherine Lampert, die al in 1974 verantwoordelijk was voor Uglows eerste grote solotentoonstelling in de Whitechapel Gallery in Londen, en die in 2007 de oeuvrecatalogus van zijn schilderijen publiceerde. Het is ongetwijfeld dankzij haar kennis en contacten dat dit middelgrote Nederlandse museum in korte tijd 55 representatieve schilderijen en een flinke groep tekeningen van Uglow heeft kunnen lenen uit hoofdzakelijk Britse particuliere en museale collecties.

Platte rechthoek

Uglow was, zo blijkt in Gorssel, een typisch twintigste-eeuwse figuratieve schilder. Iemand die net als de oude meesters weergaf wat hij zag, maar die daarbij ook reflecteerde op het schilderen naar de waarneming. Want het is nooit de werkelijkheid die je schildert, het is de werkelijkheid zoals die zich aan jou voordoet, gevormd (of vertekend) door je persoonlijke standpunt en perspectief.

Om de ruimtelijke sensatie naar een platte rechthoek te vertalen moet je steeds blijven kijken en vergelijken, steeds alle richtingen en verhoudingen in een model of stilleven in de gaten blijven houden. Daarbij kun je voor jezelf markeringen in het vlak zetten – hier houdt de onderarm op, daar buigt de knie – of denkbeeldige lijnen trekken tussen ledematen, objecten, voor- en achtergrond. Hulpmiddelen om greep te krijgen op wat je ziet, meten is weten.

Van William Coldstream (1908-1987), zijn leraar op de kunstacademie, nam Uglow de gewoonte over om al die kruisjes en lijnen zichtbaar te houden in het uiteindelijke schilderij. Kaarsrechte spinnendraden verbinden een bovenarm met een dijbeen, een knie met een wreef. Modellen hangen als marionetten in flinterdunne hulplijnen. Op hun borsten, buiken en gezichten staan kleine streepjes, als hechtingen na een operatie. Overal schemert de constructie door het geconstrueerde beeld heen. Kijk, zegt de schilder, zo doe ik dat.

En zoals een goede goochelaar een truc kan uitleggen zonder de magie echt te verbreken, zo komt Uglow ermee weg dat hij zijn schilderkunstige ladders en steigers heeft laten staan. Een geschilderde illusie is mensenwerk, daar worden we nog maar eens aan herinnerd, maar het blijft magisch dat de mens tot zulk werk in staat is. Dat de kunstenaar zijn omgeving en medemensen tot een schilderij kan ombouwen. Tot een beeld dat helder is van licht en kleur, dat goed in de vorm zit, dat van beheersing getuigt – en, waarom ook niet, van de inspanningen waarmee die beheersing is bereikt.

Euan Uglow, The Quarry, Pignano (1979)

Beeld: Estate of Euan Uglow