Krijgen we nu barbecueschaamte?

Wat eten we?

Foto iStock

Zal barbecueschaamte, in navolging van vliegschaamte, ooit in gebruik raken? Schrijf het niet meteen af, die term heeft best wat potentie. Om te beginnen: al dat vlees. Terwijl vleesfans en veganisten elkaar in de haren vliegen, noemt een meerderheid van de Nederlanders zich allang flexitariër. Blijkbaar is (de wens tot) vleesminderen behoorlijk ingeburgerd. Maar op houtskool kiezen we toch vaak voor worsten of shaslicks.

De barbecue is „de hoogmis” van het vlees eten, zei consumptiesocioloog Hans Dagevos onlangs tegen RTL. In een beetje barbecuepakket is een halve kilo per persoon geen uitzondering. Je vraagt je af hoeveel mensen inmiddels ietwat weerstand voelen als ze in dat zoveelste worstje prikken.

Goed, lang niet iedereen vindt z’n vleesconsumptie een probleem – en misschien al helemaal niet tijdens een barbecue. En ook zijn er genoeg thuiskoks die heus weten hoe ze een stuk zalm/aubergine/vegaburger op de grill moeten leggen. Maar er is ook nog de rook. Al jaren groeit in dichterbevolkte gebieden het verzet tegen houtkachels, de belangrijkste bron van fijnstof in de lucht nu auto’s steeds schoner worden. Maar barbecues kunnen er ook wat van.

Vorige week plaatste de Volkskrant een ingezonden brief van een astmapatiënt die zucht onder „de terreur” van alom aanwezige barbecues, in zijn geval in het centrum van Leiden. „De politie treedt hier niet tegen op,” schrijft hij, „omdat een fikkie stoken kennelijk een mensenrecht is geworden dat boven mijn recht op ademhalen gaat.” Overigens hoef je geen longziekte te hebben om geen liefhebber te zijn van rook die over de schutting trekt. Barbecue-overlast schijnt geregeld burenruzies te veroorzaken. Vuurkorven zijn nog beruchter.

Wie zich enigszins aangesproken voelt, moet weten dat de barbecue best iets beter kan. Milieucentraal maakte een lijst met tips voor milieuvriendelijker barbecueën. Soms zijn die niet zo verrassend. We leren dat een groentespies beter voor het milieu is dan vlees. En dat het weggooien van die overtollige kipkluifjes, die al een paar uur salmonella lagen te verzamelen in de brandende zon, ook helemaal niet duurzaam is.

Maar mogelijk is niet alles een open deur. Zo blijkt dat mensen vaak een te grote barbecue gebruiken. Die verbruikt meer brandstof dan nodig. Liever een kleintje. Of twee, waar nodig.

Over brandstof gesproken: stook niet op hout, want dat is minder efficiënt dan houtskool of briketten, schrijft Milieucentraal. Bovendien veroorzaakt hout nog meer rook en fijnstof dan kolen (vandaar ook dat vuurkorven zo berucht zijn).

Het liefst ziet Milieucentraal een overstap naar gas of elektrisch. Die barbecues zijn snel op temperatuur, kun je uitzetten als iedereen zit te eten en veroorzaken niet of nauwelijks luchtvervuilende stoffen. Elektrisch heeft een lichte voorkeur: dat is nog net iets schoner. Maar goed, hier wordt het dus controversieel, want voor veel puristen tellen alleen kolen echt mee.

Ook de Volkskrant-brievenschrijver toont zich een voorstander van elektrisch barbecuëen. Al heeft-ie nog liever dat z’n buren gewoon binnen een maaltijd koken. Die kunnen ze daarna alsnog gezellig buiten opeten.