Opinie

Klimaatakkoord is wederom succes voor de Hollandse polder

Klimaat

Commentaar

Verleiden, geruststellen en de tijd nemen. Dat zijn de drie kernwoorden die blijven hangen na de presentatie van het definitieve klimaatakkoord, vorige week vrijdag. Na ruim een jaar onderhandelen ligt er een pakket met als doel de broeikasuitstoot in 2030 bijna te halveren. Als het kabinet het akkoord ook weet uit te voeren, is Nederland in Europa straks niet langer de achterblijver op klimaatgebied, maar wordt het een koploper.

Een paar zaken vallen op aan het akkoord. Ten eerste dus de toon, die diametraal anders is dan enkele maanden geleden, toen het klimaatdebat volledig gepolariseerd werd gevoerd en waarin het ging over „klimaatdrammers” en „prosecco slurpende Tesla-rijders”.

Het is een verstandige keuze om een onderwerp dat iedereen raakt in wat rustiger vaarwater te brengen. De opgave voor de komende jaren is groot en voor veel burgers totaal onoverzichtelijk. Wat moet ik met mijn huis, mijn gasfornuis, met mijn auto? Niet vreemd dat juist vorige week vrijdag, op de dag van het akkoord, het SCP met nieuwe, verontrustende cijfers kwam over tanende steun voor klimaatmaatregelen. Dat was de prijs voor politieke bangmakerij en besluiteloosheid.

Met het definitieve akkoord, dat vrijdag door vier bewindslieden werd gepresenteerd, is de toon van het debat 180 graden gedraaid. Niemand wordt zijn fossiele auto uitgejaagd, of gedwongen veel geld te steken in een warmtepomp. We hebben de tijd en we maken er geld voor vrij. Dat was de centrale boodschap. Een goede keuze dus.

Ten tweede valt op dat ‘de polder’, na het recente succesvolle overleg over een nieuw pensioenstelsel, weer een succes geboekt lijkt te hebben. Schier eindeloos overleg aan klimaattafels heeft uiteindelijk geresulteerd in een pakket dat, in grote lijnen, kan rekenen op steun van de maatschappelijke spelers die ook daadwerkelijk de uitvoering tot een succes moeten maken. Denk: boeren, industrie, bedrijfsleven, energiesector.

Daarbij wordt de rekening ten opzichte van het concept-klimaatakkoord ook veel meer in de richting van het bedrijfsleven geduwd, en minder in de richting van de burger. Ook dat is verstandig. De totale opgave die Nederland zichzelf heeft gesteld, moet ook voor het grootste deel van industrie, landbouw en energiesector komen. Daar helpen dubbel glas, radiatorfolie en vloerisolatie verhoudingsgewijs maar een klein beetje aan mee.

Zorgen blijven er ook. Het kabinet heeft – helaas – een slechte reputatie als het gaat om het omzetten van ambitieuze milieuplannen in concrete maatregelen. Zie in dat verband de slepende kwestie over de Urgenda-zaak, waar ook nu weer geen helderheid over gegeven werd. Of neem de voorstellen van het kabinet Balkenende-IV, dat zichzelf in 2007 ten doel stelde de broeikasgasuitstoot met 30 procent te verminderen in 2020. Tot concrete uitwerking kwam het niet, waardoor de teller op grofweg de helft bleef steken.

Ook nu zal een groot deel van de plannen nog concreet gemaakt moeten worden. Denk aan de CO2-heffing voor het bedrijfsleven of een nieuwe manier van rekeningrijden. Politiek complexe onderwerpen waar ook electorale risico’s aan verbonden zijn.

Het akkoord dient te worden verstaan door het volgende kabinet, van welke kleur dan ook, als een opdracht om dit serieuze pakket maatregelen daadwerkelijk uit te voeren. Want hoewel het kabinet terecht alle ruimte neemt die er is tot 2030, is er tegelijkertijd geen tijd te verliezen als het gaat over het klimaat.