Jonge Turken zijn Erdogans bemoeizucht en seksadviezen beu

Istanbul In Istanbul waait een nieuwe wind na de verkiezingswinst van Imamoglu en oppositiepartij CHP. Erdogans AKP is uit de gratie bij jongeren, die snakken naar meer vrijheid. „Erdogan lijkt niet meer te weten wat er speelt.”

Ekrem Imamoglu (midden) van de seculiere partij CHP werd vorige week gekozen tot burgemeester van Turkijes grootste stad Istanbul.
Ekrem Imamoglu (midden) van de seculiere partij CHP werd vorige week gekozen tot burgemeester van Turkijes grootste stad Istanbul. Foto Getty Images

Emrah Sari (29), de eigenaar van een modern ingericht theehuis, hangt onderuitgezakt op een bank en speelt met zijn telefoon. Zijn zaak in de conservatief-religieuze wijk Fatih is leeg, voor hem staat een volle asbak. Sari’s klanten zijn voornamelijk studenten van de Universiteit van Istanbul, die allemaal op vakantie zijn gegaan na de burgemeestersverkiezingen van vorige week. Velen waren teruggekeerd van het strand, of hadden hun vakantie uitgesteld om te kunnen stemmen.

Sari komt uit een conservatieve familie die altijd trouw de AKP van president Erdogan steunde. „Ik heb dit keer op de oppositie gestemd”, zegt Sari, die politieke wetenschappen studeerde, maar geen goede baan kon vinden en daarom dit café begon. Hij stopte al met stemmen op de AKP in 2013, toen de partij Europa de rug toekeerde en steeds autoritairder werd. „Ook mijn familie stemt niet meer op de AKP. Sommige familieleden hebben voor het eerst van hun leven op de CHP gestemd.”

Ekrem Imamoglu, de kandidaat van de seculiere oppositiepartij CHP, behaalde vorige week de grootste zege in dertig jaar bij lokale verkiezingen in Istanbul. Hij wist zelfs te winnen in traditionele AKP-bolwerken als de wijken Üsküdar en Fatih, waar de meeste vrouwen gesluierd zijn en tal van religieuze broederschappen zijn gevestigd. Zo’n 230.000 mensen die op 31 maart op de AKP stemden, kozen in de tweede ronde voor Imamoglu.

Lees ook: Imamoglu gaat het lastig krijgen

Zijn winst illustreert hoe de AKP is veranderd van een emancipatiebeweging voor arme arbeidsmigranten in een machtspartij die ver van burgers afstaat. Toen Erdogan in 1994 werd verkozen tot burgemeester van Istanbul, was hij de underdog, de kampioen van de miljoenen arbeidsmigranten die naar Istanbul waren getrokken op zoek naar een beter leven. Zijn pad naar de macht werd aanvankelijk echter gedwarsboomd door seculieren in het leger en de rechtelijke macht.

„Als burgemeester en premier was Erdogan populair omdat mensen het gevoel hadden dat hij een van hen was”, zegt Jenny White, een Duitse antropologe die diverse boeken schreef over Turkije, onder meer over de AKP als sociale beweging. „Maar als president heeft hij zich met zijn speurhonden en voorproevers, die altijd met hem meereizen, totaal afgeschermd van het volk. Hij liet zelfs een keer een hologram van zichzelf tonen op een rally omdat hij niet kon komen.”

Generatiekloof

Van de jongeren tussen de 18 en 24 jaar oud stemde 56 procent op Imamoglu. Dat geldt ook voor de klanten van café-eigenaar Sari. „Het zijn studenten die denken dat ze geen baan kunnen vinden zonder referentie van de AKP. Ze zijn boos op de partij. Ze zien dat de vrijheid van meningsuiting wordt ingeperkt, en willen voorkomen dat Turkije een eenpartijstaat wordt. Als ze over gevoelige onderwerpen praten, maken ze vaak de grap: ‘Dat wil ik wel zeggen, maar het is koud in Silivri’ [een detentiecomplex met veel politieke gevangenen.]”

Tekent zich hier een generatiekloof af? Voor veel oudere, conservatief-religieuze Turken staat de CHP gelijk aan de seculiere repressie van de jaren negentig, toen islamitische partijen werden verboden, studenten geen hoofddoek mochten dragen op de universiteit en het leger dreigde met staatsgrepen om de seculiere orde te bewaken. Erdogan waarschuwde dat die hard bevochten vrijheden zullen worden teruggedraaid als de CHP aan de macht komt.

Lees ook het Commentaar: Turkse oppositie kan lessen trekken uit verkiezingsuitslag

Maar met zijn verzoenende boodschap lijkt Imamoglu de angst voor revanchisme bij Erdogans achterban te hebben getemperd. Dit leidt tot zelfkritiek in AKP-kringen. „De mensen hebben via lokaal bestuur een pad geopend voor de oppositie”, schreef Abdulkadir Selvi, een columnist die nauwe banden heeft met de AKP en geregeld meereist met Erdogan. „Ze hebben tegen de AKP gezegd: ‘Jij bent niet langer de enige. Er is een alternatief geboren’.”

Imamoglu’s succes is mede het gevolg van een koerswijziging van de CHP, die haar imago als arrogante partij van de seculiere elite probeert af te schudden. Ideologische scherpslijperij is ingeruild voor een optimistisch en inclusief verhaal, waarbij de nadruk ligt op praktische oplossingen. Imamoglu, die net als Erdogan uit de conservatieve regio rond de Zwarte Zee komt, voerde vooral campagne in de arme buitenwijken van Istanbul, waar hij luisterde naar de zorgen van AKP-kiezers.

Omdat Imamoglu weinig aandacht kreeg in de regeringsgezinde pers, stak hij al zijn energie in sociale media. Daardoor wist hij veel jongeren te bereiken, een grote kiezersgroep. Zijn populariteit op sociale media is enorm toegenomen sinds zijn eerste verkiezingsoverwinning werd geannuleerd. In maart had hij 350.000 volgers op Twitter, nu 2,9 miljoen. En zijn video’s gingen van 30.000 naar 1 miljoen views. „Mijn mensen volgen me vanaf het scherm in hun hand”, zei Imamoglu.

„De AKP is de partij van de arbeidsmigranten”, zegt Ates Ilyas Bassoy, campagnestrateeg van de CHP. „Ze hadden geen vaardigheden, ze hadden alleen hun lokale identiteit. Ze zagen de stad als een grote vijand en vonden geborgenheid bij elkaar. Maar de derde generatie, de kinderen van hun kinderen, kregen de kans om naar betere scholen te gaan en goede banen te vinden. Zij kijken met andere ogen naar de stad, hun identiteit is anders.”

De enige die ze kennen, is Erdogan

Dit zijn de kiezers waar de CHP op mikt. Jongeren hebben volgens Bassoy minder affiniteit met Erdogan, die kiezers aan zich bindt door in te spelen op hun gevoel van onderdrukking door de seculiere elite. Maar de helft van de bevolking is onder de dertig en heeft de seculiere repressie nooit meegemaakt. De enige leider die ze kennen, is Erdogan. Uit onderzoek blijkt dat de AKP steun verliest onder hoogopgeleide jongeren in de grote steden.

De AKP beseft dat ook. President Erdogan spreekt in dat verband van „metaalmoeheid” binnen de partij en probeert wanhopig het tij te keren. Zo verlaagde de AKP de verkiesbare leeftijd van parlementariërs van 25 naar 18 en gebruikte de partij Turkse hiphop in haar campagne. „Er is geen enkele politieke partij in Turkije die jonge mensen zo vertrouwt als wij”, zei Erdogan vorig jaar op een congres van de AKP-jongerenafdelingen.

Maar jonge AKP-kiezers hebben kritiek op die jongerenafdelingen, die volgens hen ten prooi zijn gevallen aan opportunisme. „We weten allemaal dat de AKP niet dezelfde partij is als in het begin”, zegt Esma Dede, een jonge theologiestudente, die een zwarte hoofddoek en abaya draagt. Ze zit met twee studiegenootjes in het restaurant van een grote nieuwe bibliotheek in de wijk Üsküdar. „Jongeren worden geen lid uit overtuiging, maar omdat ze denken dat ze er zelf beter van worden.”

Sterke partijcultuur

Dede’s vader is een gepensioneerde fabrieksarbeider. Hij kan niet leven van zijn pensioen, en klust bij om Dede’s studie te bekostigen. Toch stemt hij nog altijd op de AKP. „Er is een sterke partijcultuur in Turkije”, zegt Dede. „Mijn vader werkt voor de AKP. Als ik kritiek heb op de partij of op Erdogan, dan schiet hij onmiddellijk in de verdediging: ‘Nee, het is niet waar, Erdogan weet iets wat wij niet weten’. Hij verdedigt hem altijd. Maar iedereen maakt fouten, zelfs onze profeet.”

Esma Dede zou graag op een andere partij stemmen die aansluit bij haar ideologie. Maar de CHP ziet ze niet als alternatief – daarvoor koestert ze nog altijd teveel argwaan jegens de partij. „De CHP heeft nog altijd dezelfde ideologie. Een van mijn docenten zei: ‘Als ze aan de macht komen, zal het racisme tegen hoofddoeken terugkeren’. Maar sommige AKP-kiezers zien dat gevaar niet. Zij denken dat de CHP niet zo wreed zal zijn als voorheen.”

Een van de redenen dat conservatieve jongeren de AKP de rug toekeren is, paradoxaal genoeg, religie. „Jonge, religieuze Turken hebben moeite met de opdringerige wijze waarop de regering hun vertelt hoe ze een goede moslim moeten zijn”, zegt antropologe White. „De religieuze richtlijnen die [het departement voor religieuze zaken] Diyanet uitvaardigt zijn erg intiem geworden, tot seksadvies aan toe. De oudere generatie vindt dit misschien nuttig, maar jongeren denken: ‘Dat zijn niet jouw zaken’.”

Religieuze jongeren willen volgens White bovenal hun geloof zelf invullen. „Ze zeggen: ‘Wij kiezen hoe we moslim zijn, dat maakt ons modern, en dat maakt moslim zijn waardevol’. Als je die keuzevrijheid afneemt, zoals de AKP probeert te doen, dan stoot je mensen af.”

Volgens diverse onderzoeken worden Turkse jongeren zelfs minder religieus en meer seculier als gevolg van urbanisatie, onderwijs en consumentisme. Uit onderzoek van peilingbureau Konda, dat 1.700 jongeren in de leeftijd tussen 15 en 29 jaar interviewde, blijkt dat het aantal jonge mensen dat zich „modern” noemt is toegenomen van 34 procent in 2008 naar 43 procent nu. Het aantal dat zich religieus noemt is met 7 procent gedaald naar 15 procent.

Antropologe White heeft haar twijfels bij het onderzoek, ze denkt dat jongeren eerder vrijer zijn in de beleving van hun geloof. Maar café-eigenaar Sari ziet wel degelijk een trend. „Ik heb twee klanten die onlangs hun hoofddoek hebben afgedaan. Er zijn veel van dit soort gevallen. De regering probeert haar versie van de islam op te leggen. Sommige mensen reageren daarop met een begin van twijfel aan hun geloof.”

White denkt niet dat Erdogan zich bewust is van dit soort trends. „Hij heeft in het verleden altijd een feilloos politiek instinct gehad, maar nu lijkt hij niet meer te weten wat er speelt. Hij denkt dat hij kan bepalen wat het is om een goede moslim te zijn, dat hij net als Atatürk de samenleving vorm kan geven via de staatsinstellingen. Maar hij lijkt een generatie te hebben voortgebracht die daar niet gevoelig voor is.”