Japan opent na 31 jaar weer de jacht op walvissen

Commerciële walvisvaart Vijf kleine schepen voeren maandag uit. Japan wil dit jaar 227 walvissen voor menselijke consumptie vangen.

De eerste gevangen walvis, deze maandag.
De eerste gevangen walvis, deze maandag. Foto Kazuhiro Nogi/AFP

Japan is na 31 jaar weer begonnen met commerciële walvisjacht. Vijf kleine schepen vertrokken maandag uit de noordelijke havenstad Kushiro, op het eiland Hokkaido, meldt persbureau Reuters.

De uitvarende schepen zijn uitgerust met harpoenen. Japan verwacht voor het einde van dit jaar 227 dieren gedood te hebben. Voor de vangst blijft Japan wel uitsluitend in de eigen territoriale en economische wateren. De walvissen zijn bedoeld voor consumptie. Het vlees van de zeezoogdieren geldt in het land als lekkernij.

Japan had vorig jaar al aangekondigd dat het de commissie die de walvispopulatie wereldwijd monitort, de Internationale Walvisvaartcommissie (IWC), eind juni wilde verlaten. Volgens het land zijn sommige populaties walvissoorten namelijk groot genoeg om weer te bejagen, maar bij de IWC zou dat onvoldoende bespreekbaar zijn.

Het Japanse besluit om weer op de dieren te jagen, stuitte internationaal op veel verzet. Milieuactivisten verwijten Japan pas maandag het quotum voor dit jaar te hebben bekendgemaakt, zodat dit op de G20-top die afgelopen weekend in Osaka werd gehouden niet tot weerstand zou leiden.

Onderzoeksdoeleinden

In 1986 vaardigde de IWC wereldwijd een verbod op commerciële walvisvaart uit. Sindsdien zijn de Japanners nooit helemaal gestopt met jagen, maar deden zij dit naar eigen zeggen voor onderzoeksdoeleinden omdat dit een uitzondering vormt op het moratorium. Critici betichtten Japan ervan de uitzonderingsregel echter als dekmantel te gebruiken. Na bestudering van de dieren wordt het vlees namelijk verkocht voor consumptie. Volgens het WNF vormen walvissen een bedreigde diersoort.

Ook IJsland en Noorwegen jagen op de dieren. IJsland kondigde vorige week aan om commerciële redenen voor het eerst in zeventien jaar niet te zullen jagen, zo meldde de publieke omroep RÚV. (NRC)