Het einde dreigt voor Sesamstraat

Kindertelevisie Geen nieuwe afleveringen meer, maar louter herhalingen. Sesamstraat wordt een stoffige straat waar nooit meer iets nieuws gebeurt.

De cast van Sesamstraat in 1984.
De cast van Sesamstraat in 1984. Foto ANP

Toen hij merkte dat ik naar Sesamstraat zat te kijken trok de vijftienjarige een stoel bij. „Dit is echt nostalgie”, merkte hij op toen Pino begon te zingen over twee kinderen die een tekening maken met stoepkrijt. Wij, vader en zoon, wisten wat er zou komen. Tijdens het tekenen komt een hondje aangelopen dat een drol achterlaat in de zojuist getekende wolk. „Zo drijft er in de hemel, een wolk vol hondenpoep, hóóndenpoep, hóóndenpoep.”

Na een kwartiertje hield hij het voor gezien. Op de drempel van de keuken draaide hij zich nog even om: „Als jij hier ook maar één stukje kritiek over schrijft, dan pak ik deze bezem en dan steek ik die…” Wat volgde viel ver buiten het wereldbeeld dat in Sesamstraat wordt gepropageerd. Laten we het erop houden dat de liefde heel diep zit. Ridder Tommie („en Pino, zijn eeuwig trouwe knecht”) was hier in huis jarenlang een rolmodel.

Alle reden dus om moord en brand te schreeuwen bij het besluit van de NTR voorlopig geen nieuwe afleveringen te maken van Sesamstraat, een maatregel die alle trekken heeft van een sterfhuisconstructie voor meneer Aart en de zijnen. De doelgroep vernieuwt zich elke paar jaar, wordt gezegd – maar welke lokroep gaat er nog uit van een herhalingsshow?

Redenen te over voor nostalgisch verzet. Het anarchisme van Ernie, de tragiek van Bert – het lijken mij onmisbare handvatten voor kinderen die chocola moeten zien te maken van de merkwaardige gedragingen van de volwassene. Wat is er leerzamer dan de vraatlust van Koekiemonster, de twijfelzucht van Ieniemiene? En vooral: wat moeten we zonder sketches waarin zonder terughoudendheid de jongste jeugd in verwarring wordt gebracht? Straks gaan onze kinderen nog denken dat de wereld een logisch geordend geheel is.

Lees ook: Vooral ouders hechten aan Sesamstraat (NRC, 6 november 2015)

Sesamstraatloze generatie

Maar eerlijk is eerlijk: misschien bestaat die eerste Sesamstraatloze generatie al. Een korte rondgang langs jongere ouders leerde me dat er vierjarigen zijn die Pino nu al niet zouden herkennen als hij hun straat binnenliep. Want alleen de meest matineuze tv-kinderen zien de reguliere afleveringen om zeven uur: de rest is aangewezen op het kinder-themakanaal van de NPO of andere onlinebronnen. Intussen draait de verleidingsmachine van kleverige commerciële concurrenten op volle toeren.

De marginalisering van Sesamstraat is een moordaanslag op onze herinneringen, maar ik begrijp ook wel dat dat onvoldoende reden is om een programma in stand te houden. Dus bekeek ik de laatste afleveringen van Sesamstraat. Wat blijkt: Tommie zegt nog steeds onweerstaanbaar wijze „poeh hee” als hij ergens van in verwarring raakt. Er worden nog steeds allerschattigste peuters voorgelezen, zij het dat Dikkie Dik met pensioen gestuurd lijkt te zijn. In plaats daarvan gaan de verhaaltjes nu over een zekere Sien.

Het moderne Sesamstraatkind moet in beweging komen. Ik zag een terugkerende ochtendgymnastiekrubriek (die gelukkig steeds in chaos eindigt), terwijl me opviel dat uit de begintune de aansporing „laat je speelgoed staan” ergens in de laatste veertig jaar is gesneuveld. Want de moderne ouder heeft natuurlijk veel liever dat een kleuter met zijn blokken in de weer blijft dan dat het kind zich weer vastzuigt aan een scherm. Het is de paradox van de verantwoordelijke kinder-tv: hoe maak je iets dat je kijkers ertoe aanzet hun device ook weer uit te zetten.

Fruitquiz

Maar Sesamstraat is nog steeds een bombardement van visuele en verbale creativiteit. Ik moest enorm lachen om de fruitquiz waarin een kiwi voor een hamster werd gehouden – en daarna voor een cavia. En ook om Ernie die ergerlijk over Berts schouder mee de krant las en ons mededeelde dat een man een hond had gebeten. De hondenbezitter maakte zich ernstig zorgen of de bijtgrage man wel gevaccineerd was. Ernie: „Er werd gevreesd voor mensdolheid.”

Arjan en Frank lieten met hun armen zien wat een olifant zoal met zijn slurf vermag, tot en met een royale uitweiding over verkoudheid en een slurf vol snot. Er moest een tafelkleed aan te pas komen voor het snuitwerk. Na afloop gaven ze elkaar een boks met hun slurven, wat mij confronteerde met het verouderingsgevaar van de scene. Want wat als de boks onder vijfjarigen binnenkort wordt vervangen door een revival van de handdruk?

Wanhopige planten

Hoogtepunt van mijn research was het filmpje ‘Wanhopige huisplanten’ op het ‘Bloeikanaal’. We zagen twee levensgevaarlijk verschrompelde kamerplanten, jammerend op een vensterbank. „Ik sta al veel te lang droog!” klaagde de meest damesachtige. Paniek dus, maar daar kwam de verlossing, in de vorm van een tuinman met zijn gieter. „Oh, jouw grond is droog. Ik heb water!” En hij goot, waardoor de plant in opperste extase raakte.

Natuurlijk denken niet alle kinderen dan meteen aan Lady Chatterley’s Lover, maar ook zonder die associatie was het een heerlijke scène. En een puntgave metafoor voor Sesamstraat zelf: als je planten geen water en licht geeft, verdorren ze. Doe je het wel, dan treedt de bloeitijd in.