Opinie

Geheimen achter een cordon bedrijfsadvocaten, kan dat?

Advocaten moeten alles geheim houden wat hun cliënt ze vertelt. Maar bij advocaat/bedrijfsjuristen wringt dat. Hoogleraar advocatuur Diana de Wolff, in de Togacolumn, over de casus Shell.

Shell betaalt in Nederland dan wel geen winstbelasting, maar het hoofdkantoor in Den Haag levert veel hoogwaardige werkgelegenheid op. Zo luidde de verdediging toen de oliemaatschappij vorige maand in de Tweede Kamer schoorvoetend moest toegeven dat over winsten van meer dan een miljard euro per jaar geen cent belasting was afgedragen. En ja, hoogwaardige banen levert Shell inderdaad op. Neem de casus Nigeria. Shell wordt verdacht van omkoping bij het betalen van 1,3 miljard dollar voor de overname van een olieconcessie in Nigeria. Het onderzoek naar die ‘kwestie’ houdt in Nederland nogal wat juristen van de straat.

Beroepsgeheim

Shell wordt verweten dat zij het onderzoek door het Openbaar Ministerie naar het bevorderen van corrupte praktijken in Nigeria zou frustreren. Het bedrijf claimt, zo rapporteerde NRC onlangs, dat veel van de documenten die drie jaar geleden bij een inval in verband met de corruptiezaak in beslag zijn genomen onder het beroepsgeheim vallen van de ‘interne juristen.’ Het Openbaar Ministerie mag er daarom geen kennis van nemen. Het zou om cruciale informatie gaan. “Zonder dit bewijsmateriaal kan de hele zaak tegen het Shell-management in Nederland averij oplopen”, aldus het bericht.

Het OM opende daarmee het debat over de reikwijdte van het verschoningsrecht. Advocaten moeten alles wat cliënten aan hen toevertrouwen – mondeling of schriftelijk - geheimhouden en moeten zich ‘verschonen’ als om informatie over klanten en zaken wordt gevraagd. De vertrouwelijkheid van de communicatie met een advocaat impliceert dat die informatie buiten het opsporingsonderzoek moet blijven, ook als het gaat om documenten die bij de verdachte in beslag zijn genomen. Alleen voor stukken die onderwerp zijn geweest van het strafbare feit, een valse akte bijvoorbeeld, gelden de geheimhoudingsplicht en het verschoningsrecht niet.

In dienst van de klant

Maar wat doen die ‘interne juristen’ nu in het verhaal van het OM? Kunnen zij zich ook op het verschoningsrecht beroepen? Ja, wel als het gaat om juristen die als advocaat zijn beëdigd en bij de Orde van Advocaten staan ingeschreven. Ook bedrijfsjuristen kunnen - althans in Nederland - als advocaat worden beëdigd. Zij zijn dan geen zelfstandige beroepsbeoefenaar en blijven in loondienst van hun - enige - klant. Niettemin hebben ze alle rechten en plichten van de vrijgevestigde advocaat, inclusief het verschoningsrecht.

Ter bevordering van marktwerking vond de minister van Justitie dit fenomeen, de advocaat in dienst van de klant, ruim 20 jaar geleden wenselijk. Daarmee zou het monopolie van vrijgevestigde advocaten kunnen worden aangepakt. Sindsdien kregen bijvoorbeeld rechtsbijstandsverzekeraars en overheidsinstellingen, maar ook tal van bedrijven, hun eigen advocaten in dienst.

Zo ook Shell. Shell International heeft maar liefst veertien advocaten in loondienst. Een middelgroot kantoor aan juristen. Alles waar deze loondienstadvocaten bij worden betrokken, als deelnemer aan een bespreking, als opsteller van een advies, in de cc van een mail, hoe dan ook, valt onder de vertrouwelijkheid en het verschoningsrecht. Dat dat niet vanzelfsprekend is, bewijst een zaak die speelde tussen de Europese Commissie en Akzo Nobel. Daarin bepaalde het Europese Hof van Justitie dat de advocaten in loondienst te zeer afhankelijk zijn van hun broodheer om zich tegenover een Europese handhavingsautoriteit op het verschoningsrecht te kunnen beroepen. Maar aan de Nederlandse kijk op de advocaat in dienst van de klant heeft dat niets veranderd.

Cordon

Het verschoningsrecht van advocaten is een groot goed, zoals het OM ook in de berichtgeving onderstreepte. Maar dat het OM de positie van de bedrijfsjurist-tevens-advocaat in grote fraude- en corruptieonderzoeken aan de orde stelt, is in het licht van die Europese uitspraak niet zo schokkend. Toen in de jaren negentig onder het mom van marktwerking de deur werd opengezet voor de advocaat in loondienst van de klant, heeft de Minister van Justitie ook vast niet het oog gehad op een casus als deze: van een machtige multinational die wordt verdacht van ernstige corruptie en zich kan verschuilen achter een cordon van veertien advocaten die voor hun dagelijks werk volledig afhankelijk zijn van de verdachte.

 

De Togacolumn wordt geschreven door een advocaat, officier of een rechter. Diana de Wolff is advocaat en bijzonder hoogleraar advocatuur aan de UvA.

 

 

 

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.