De tank is terug in de Nederlandse landmacht

Tanks De vreugde is hoorbaar bij een oefening in het Duitse Bergen. „Met tanks kun je je tegenstander laten zien dat je serieus bent.”

Een van de tanks bij een oefening van de landmacht, vorige maand in het Duitse Bergen.
Een van de tanks bij een oefening van de landmacht, vorige maand in het Duitse Bergen. Foto Jerry Lampen/ANP

Aan de uitkijktoren wappert een rode vlag in de harde, hete wind. Het is het teken dat de tanks „op scherp” staan – ofwel, ze kunnen elk moment gaan vuren. De eerste doelwitten zijn de gebouwtjes die zo’n tweeduizend meter verderop liggen op deze enorme zandverstuiving in een donker naaldbomenbos. Een stem telt 3-2-1 af en de tanks komen tegelijkertijd in beweging; drie tanks gaan op een rij, een vierde voegt in vanaf de flanken. Ineens zien de toeschouwers vurige strepen door de stofwolken trekken en horen ze, en voelen ze vooral, een enorme dreun.

Dit salvo voelt als een vuurwerkfestijn, dat de terugkeer van de tank in de Nederlandse landmacht luister bij zet. Nog maar acht jaar geleden verkocht Nederland bij de zoveelste bezuiniging op defensie zijn laatste tanks. Voor de landmacht was dat een enorme mentale dreun, omdat tanks met hun snelheid en vuurkracht belichamen waartoe een landleger in staat is.

De Krim

Maar al in 2015, een jaar nadat Rusland de Krim innam, besloot Nederland de tanks weer in genade aan te nemen. Inmiddels deelt Nederland een tankeenheid met Duitsland, dat daarbij ongeveer twintig tanks verhuurt aan Nederland.

Hoe Nederlanders en Duitsers samen optrekken met de tanks

De vreugde hierover is duidelijk hoorbaar in de kreten van de militairen – „Er is niets mooiers dan dit” – die toekijken hoe de bemanningen van vier tanks trainen bij het Duitse Bergen. Hier ligt het grootse militaire oefenterrein van Europa: op zijn langst bijna 27 kilometer, op zijn breedst bijna 17 kilometer. En baan negen, het theater van deze oefening, is het kroonjuweel – 4 kilometer lang, 800 meter breed. „De baan der banen”, zegt majoor Laurens Reinders, de eskadronscommandant die een korte uitleg geeft over de oefening: „een vuuroverval” waarbij de – in dit geval denkbeeldige – vijand door meerdere tanks tegelijkertijd wordt beschoten.

De tanks zijn verder doorgereden naar de einder en opnieuw klinkt een doffe klap. Is dit nu de veelbesproken vuurkracht op het land? Als het aan de landmacht ligt wel. Onder de druk van de NAVO heeft het kabinet onlangs besloten om extra geld te steken in onder meer extra „vuurkracht op het land”. Nederland kan daarbij eigen, nieuwe tanks kopen en de landmacht hoopt vurig dat het kabinet besluit dit ook te doen.

Het Duits-Nederlandse tankbataljon tijdens de jaarlijkse trainingssessie SOB/SOMS in in Bergen.

Foto Jerry Lampen/ANP

Tien meter en 62.000 kilo

„Tanks zijn een gevechtsmiddel dat je zou moeten hebben”, bezweert ritmeester Rutger Poelakker, plaatsvervangend eskadronscommandant. Hij staat in de hitte bij een tank die niet meedoet aan de oefening, een stalen monster van tien meter en 62.000 kilo en met een schietbuis die een granaat zeker drieënhalve kilometer kan wegschieten. „Met tanks kun je je tegenstander laten zien dat je serieus bent en andere gevechtsonderdelen beschermen.”

Voorbeeld? Poelakker noemt het optreden van de Canadezen in Afghanistan. „Die hadden in het begin veel slachtoffers onder hun militairen in Kandahar. Toen hebben ze voormalige Nederlandse tanks gekocht en die ingezet; ze hadden daarna veel minder slachtoffers.”

Dat was volgens Poelakker te danken aan „de vuursteun” van de tank: „Daardoor krijgen andere eenheden de kans om veiliger in actie te komen. De tank trekt ook de aandacht van de ene tegenstander naar zich toe en maakt dat de andere tegenstander zegt: ik ga hier wel weg.” Heeft de Apache-gevechtshelikopter niet hetzelfde effect? Jawel, zegt Poelakker: „Maar een Apache gaat altijd weer weg, een tank blijft, wat voor weer het ook is – dat weet ook de tegenstander.”

De inzet van een Apache is volgens hem ook duurder. „Een tankgranaat kost tussen de 3.000 en 4.000 euro, een raket van een Apache al gauw tien keer zoveel.”

Helaas heeft de tank een imagoprobleem, zegt majoor Sander Donker, die onder meer in Irak heeft gediend en nu met de landmacht meedenkt over de toekomst. „Het grote publiek heeft nog altijd het beeld van het Plein van de Hemelse Vrede voor ogen, met de demonstrant voor de tank. Dat is het beeld van een dictatuur die zich keert tegen de eigen bevolking met de loop van een tank, een beeld dat we ook kennen uit de Koude Oorlog.”

Voor de landmacht is de tank juist het symbool van bescherming, zegt Donker: „In verkeerde handen ís de tank ook een gevaarlijk apparaat en daarom willen we daar een eigen tank tegenover zetten.” Dat heeft de landmacht verbeeld in een tekening van een jongen en een meisje, die met enkele militairen schuilen achter een tank – naast de tank staat de tekst ‘geloofwaardige afschrikking’.

Foto Jerry Lampen/ANP

Technologische voorsprong

De tekening is te zien bij een presentatie over de toekomstvisie van de landmacht, die Donker de volgende dag geeft in een zaaltje op de kazerne van Bergen. Hij schetst een wereld waarin de dreiging van China en Rusland toeneemt en waarin beide landen op een aantal terreinen een technologische voorsprong op Europa hebben gekregen.

Als voorbeeld daarvan verschijnt een plaatje van de Russische ‘supertank’ T-14 Armata, die in verspreide video’s indrukwekkende prestaties lijkt te leveren. „Om tegenstanders op afstand te houden, hebben we behoefte aan ver dragende raketartillerie”, zegt Donker. Mocht het gevaar dichterbij komen – en daarbij wordt vaak gedacht aan een conflict bij de Baltische staten – is een nieuwe tank nodig om een „een conflict snel te beslechten”.

Vooralsnog moet de landmacht het doen met een verbeterde versie (A6) van de Duitse Leopard II A4-tank, die al in de jaren tachtig van de vorige eeuw werd gebouwd. Bij het exemplaar op baan negen legt ritmeester Poelakker uit dat de tank nu is voorzien van een „mijnpakket”, een extra bepantsering onder de bodem tegen bijvoorbeeld bermbommen. Verder is de warmtebeeldcamera sterk verbeterd en zijn de tanks voorzien van een Nederlands communicatiesysteem. „Ik zou nog wel airco willen”, zegt Poelakker, „Want met dit weer kan de temperatuur binnen oplopen tot 55, 60 graden.”

De hitte heeft – met het uitblijven van regen – het oefenterrein veranderd in een kilometers lange fakkel van kurkdroog gras. De schietoefeningen moeten bij herhaling worden onderbroken of uitgesteld, doordat de ontploffende granaten brandjes veroorzaken. Elke keer komt de brandweer in actie om te voorkomen dat er een natuurbrand uitbreekt in wat inmiddels officieel het stempel ‘natuurgebied’ draagt. Deze oefening verloopt vooralsnog zonder brand en kan – na eerder uitstel – worden afgemaakt.

Op baan negen rijden de vier tanks inmiddels snel achteruit, terwijl ze opnieuw tegelijkertijd „vuur trekken”. Zo’n soort manoeuvre is cruciaal, zegt majoor Donker met een blik op de stofwolken. Op zijn telefoon toont hij een filmpje met een actie van waarschijnlijk een Turkse tank in Syrië. Op het moment dat de tank achteruitrijdt, scheert een antitankraket er rakelings langs. „Je ziet dus hoe belangrijk beweeglijkheid voor een tank is.” Maar het uitvoeren van bijvoorbeeld achterwaartse verplaatsing met meerdere tanks is ontzettend lastig, zegt Donker. „De tankcommandanten zijn voortdurend met elkaar aan het communiceren.”

Luister ook naar deze aflevering van onze podcastserie NRC Vandaag: De tank is terug
U kunt zich ook abonneren via Apple Podcasts, Stitcher, Spotify, Castbox of RSS.

Complexe manoeuvre

En dan is dit nog een betrekkelijk eenvoudige manoeuvre, zegt Donker. „Als je een conflictgebied in gaat, doe je dat vaak met ‘zagen’, omdat dit een betrekkelijke veilige manier is.” Dan gaat een tank naar voren, lost een salvo en laat zich weer terugzakken. Afhankelijk van het (ingeschatte) resultaat stoomt een andere tank op, lost een salvo, en laat zich zakken. En zo gaat het door, steeds om de beurt, vanuit wisselende posities. Donker: „Dat is een complexe manoeuvre die veel kennis en vaardigheden vraagt.”

Die kennis en vaardigheden zijn grotendeels verloren gegaan toen Nederland in 2011 de tankeenheden opdoekte. Ze worden sinds 2015 weer geleidelijk opgebouwd, eerst met ongeveer twintig Nederlandse militairen, inmiddels met zo’n honderd militairen. De Nederlandse landmacht houdt twaalf weken per jaar schietoefeningen in Bergen – niet alleen met de tanks, maar ook met gepantserde voertuigen als de Fennek en de CV90, met artillerie, mortieren en kleinkaliberwapens, zoals mitrailleurs.

Die oefeningen op de baan, waarvan de huur 1 miljoen euro per week is, zijn onmisbaar, zeg ritmeester Poelakker: „Daar kan het trainen met simulaties niet tegenop.” Maar het is ook gewoon lekker om met 80 kilometer per uur over ruig terrein te razen in een kolos van 60 ton, erkent Poelakker: „Als je gas geeft, krijg je een gevoel van power. Dat geeft echt een kick.”