De tandarts die klagen als wapen inzet

Wie: Herwin, Daniel en Dilyana

Kwestie: tandartsenoorlog

Waar: medisch tuchtcollege in Zwolle

De Zitting

‘Meneer, kijk mij aan! Dit is niet om te lachen.” Rechter Alex Smit, voorzitter van het tuchtcollege, ontploft. Zijn mond krimpt van venijn. Hij bestookt de grijnzende tandarts tegenover hem met een mitrailleurvuur vol verwijten. Zijn tandartsenpraktijk voert 24 handelsnamen. De website licht patiënten verkeerd voor. Tegen de afspraken in zijn de tandarts en zijn vrouw tijdens spoeddiensten niet continu bereikbaar. En dan heeft de voorzitter het nog niet gehad over de „bedenkelijke” reputatie van meneer bij de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd.

Op de rol leek de tuchtzaak een routinekwestie. Drie tandartsen vechten een ruzie uit. Maar deze zaak reikt verder dan tandartsenechtpaar Daniel en Dilyana dat bekvecht met tandarts Herwin. De ruzie werd een vete en die vete leidde tot oorlog. Een tandartsenoorlog in een Overijssels provinciestadje waarin patiënten en 23 collega’s partij moesten kiezen – of ze dat wilden of niet.

In nog geen jaar tijd verruilden 250 patiënten de praktijk van het echtpaar voor die van de klagende tandarts. Dat deden ze na pijnlijke behandelingen, onverklaarbaar hoge declaraties, lastige communicatie, almaar wisselend personeel en opdringerige telefoontjes als een vervolgafspraak te lang uitbleef. De overstappers kan tandarts Herwin nog niet behandelen omdat hij hun dossiers niet kreeg of niet volledig, en in strijd met de regels laat het echtpaar patiënten hiervoor betalen. Ook ontving een patiënt een sommatie om zijn vernietigende recensie op website Independer te verwijderen.

Het echtpaar handelt volgens de advocaat van Herwin, „oncollegiaal, onprofessioneel en in strijd met wat een goed tandarts betaamt”. Zo schakelt het duo tijdens de spoeddiensten een tandartsbemiddelingsbureau in dat alle telefoontjes opvangt – met communicatiedrama’s tot gevolg, weet Herwin als secretaris van de tandartsenkring. Twee patiënten met acute kiespijn stonden voor een dichte deur. Een 18-jarige jongen werd door een telefoniste afgepoeierd toen hij bij het voetballen twee voortanden had verloren.

Kunt u uw kritiek specificeren, reageert tandarts Daniel namens het echtpaar – Dilyana is er niet, zij heeft spoeddienst. Hij vraagt zich af of de tegenpartij wel „een rechtstreeks belanghebbende” is in de zin van art. 65 lid 1 sub a van de Wet BIG. Zijn advocaat valt hem bij. „Feit is dat het echtpaar geen vakinhoudelijk verwijt wordt gemaakt.”

En dat kan de tegenpartij niet zeggen, gniffelt Daniel. „Ik heb net bij uw college een klacht ingediend. Collega heeft bij mijn patiënt een kies getrokken zonder dat die ontstoken was.”

Hé, wat nu?

De beklaagde tandarts slaat terug met een eigen klacht. Daniel blijkt ‘beroepsklager’. Veertien tuchtklachten heeft hij ingediend tegen zorgverleners. Zo zit ik in elkaar, verklaart hij. „Ik dien een klacht in en kijk waar ik uitkom.” De tegenpartij, woedend: „Deze collega blijft schieten om niet zelf geschoten te worden.”

Ook de inspectie heeft de handen vol aan Daniel en Dilyana. Sinds 2008 hebben ze 22 meldingen over zorgverleners doorgegeven, en deden ze 24 WOB-verzoeken. „Het is ontwrichtend” vertrouwde een inspecteur het tuchtcollege toe. Naar schatting een kwart fte is de afgelopen zes jaar bezig geweest met alle verzoeken, meldingen en dreigingen van het duo. „Geen enkele tandarts vraagt zoveel energie.”

Is het mogelijk hiermee te stoppen, vraagt rechter Alex Smit. „Misschien is het van deze tijd om achter je computer tegen jan en alleman een klacht in te dienen. Maar de impact is enorm, klachten berokkenen veel schade. U bent tandarts, geen hoeder van de gezondheidszorg.” Hoezo is het zoeken van toegang tot de rechter misbruik van recht, werpt de advocaat tegen. De voorzitter, onverstoorbaar: „Als uw cliënt zegt dat hij ermee stopt, dan kunnen we een voorwaardelijke maatregel overwegen.”

Na schorsing heeft tandarts Daniel nog altijd dezelfde grijns op het gezicht. Zijn dat zenuwen of is het arrogantie? Hij vindt de reactie van het tuchtcollege „overtrokken”. Zijn dilemma: hoe moet hij nu misstanden in de tandheelkunde bestrijden? „Ik zal voortaan alleen een klacht indienen na consultatie met andere tandartsen en advocaat.” Zijn advocaat knikt: „Ik bewonder de principiële instelling van cliënt.”

Daar neemt het tuchtcollege maar gedeeltelijk genoegen mee, blijkt vier weken later. Het tandartsenpaar wordt voor de duur van een half jaar geschorst, Daniel vijf maanden voorwaardelijk, Dilyana geheel voorwaardelijk. Het duo schendt de waarneemregeling, gaat onjuist om met de afgifte van dossiers, hindert zorg aan de overgestapte patiënten en voert „op onnodig harde wijze strijd met collega’s.” Hun stelregel dat de aanval de beste verdediging is, staat „wel heel ver af van de wijze waarop volgens geldende gedragsregels meningsverschillen moeten worden opgelost.”

Het tandartsenpaar gaat in hoger beroep.