‘Wat helpen excuses mij? De erfenis en de pijn blijven’

Slavernij Deze maandag wordt de afschaffing van de slavernij herdacht. Suriname worstelt nog altijd met dat verleden. Onderlinge verdeeldheid en wantrouwen overheersen. „De slavernij is afgeschaft, de erfenis en de pijn blijven.”

Bezoekers van een festival dat was gewijd aan de Banya, een dans uit de Surinaamse slaventijd.
Bezoekers van een festival dat was gewijd aan de Banya, een dans uit de Surinaamse slaventijd. Foto Ranu Abhelakh

Wat hij ervan vindt dat Amsterdam excuses wil maken voor de slavernij? Iwan Wijngaarde, voorzitter van de Feydrasi fu Afrikan Srananman (Federatie voor Afrikaanse-Surinamers, FAS) in Paramaribo, wordt erover platgebeld.

Amsterdam was tussen 1683 en 1795 lid van de Sociëteit van Suriname. Drie partijen hadden zich verenigd en waren elk voor eenderde eigenaar van Suriname: de West-Indische Compagnie, de familie Van Aerssen van Sommelsdijck en het stadsbestuur van Amsterdam. Zij zorgden voor de aanvoer van slaafgemaakte Afrikanen, voor het koloniale bestuur en verdeelden de opbrengsten. „Het is natuurlijk prima dat Amsterdam excuses wil maken”, zegt Wijngaarde, al meer dan 20 jaar voorzitter van de FAS en in Suriname-expert op het gebied van het slavernijverleden. „Maar wat helpen die excuses mij? Ik geloof dat het belangrijker is dat wij, de Afrikaanse-Surinamers, ons eerst geestelijk bevrijden, dat proces kunnen we alleen zelf doorlopen. De slavernij is afgeschaft, de erfenis en de pijn blijven.”

Wijngaarde schetst een deprimerend beeld van de economische en maatschappelijke situatie en achtergestelde positie van de creolen en marrongroepen. „Andere bevolkingsgroepen in Suriname zoals de Hindostanen, Javanen en Chinezen zijn veel succesvoller. Zij steunen hun eigen groep, proberen elkaar vooruit te helpen, werken samen. Wij, Afrikaanse-Surinamers, zijn vier eeuwen tegen elkaar uitgespeeld door het systeem van verdeel-en-heers op de plantages. De kolonisten leerden ons dat we elkaar moesten wantrouwen en hen vertrouwen. We geloven dat nog steeds, echt vrij zijn we nog niet.”

Hij citeert het refrein van een Bob Marley-lied. ‘Emancipate yourselves from mental slavery, non but ourselves can free our minds’. „Mensen zingen dat lied vrolijk mee, beseffen ze wel wat Marley er zegt?”

De Afro-Surinaamse organisatie NAKS houdt een Prodo Ingi Banya tijdens de Kriyoro Wiki (Creoolse week) ter gelegenheid van 156 jaar Dag der Vrijheden in Paramaribo. Ranu Abhelakh

Met zijn project ‘Pardon en Genezing’ reist Wijngaarde sinds enkele maanden met een groep spirituele genezers, leiders en winti-priesters (winti is een traditionele Afro-Surinaamse religie, meegebracht tijdens de transatlantische slavernij) door Suriname. In sessies laat hij Afrikaans-Surinaamse groeperingen met elkaar in gesprek gaan. Zo zijn er al bijeenkomsten georganiseerd tussen Afro-Surinaamse groeperingen uit Paramaribo en marrongroeperingen uit het binnenland.

„Zij vluchtten van de plantages het oerwoud in en sloten rond 1760, ruim honderd jaar voor de afschaffing van de slavernij, al vrede met de Sociëteit van Suriname, waarin dus ook Amsterdam zat. Ze werden door de kolonisten erkend als vrije mensen, maar moesten in ruil voor die vrijheid nieuwe, gevluchte Afrikaanse slaven uitleveren aan de Hollanders.”

Onderling wantrouwen

Volgens Wijngaarde is er nog altijd wantrouwen. „Verraad is een terugkerend thema in onze geschiedenis. Ook Boni, de grote vrijheidsstrijder tegen de kolonisten, is verraden en gedood door zijn naasten.”

Foto Ranu Abhelakh

In het kader van het helingsproces zouden excuses vanuit West-Afrika, en dan met name Ghana waar de roots liggen van veel Surinamers, voor Wijngaarde emotioneel meer betekenen dan de excuses van Nederland. „We weten dat onze voorouders verkocht zijn door Ashanti-koningen. Zij speelden een belangrijke rol bij de mensenhandel en kregen in ruil onder meer buskruit, kralen en drank van de Nederlanders. Dat wij verkocht zijn door onze bloedverwanten doet pijn.”

Nederlanders veroverden in 1637 in het huidige Ghana kasteel Elmina op de Portugezen en vestigden er het Afrikaanse hoofdkwartier van de West-Indische Compagnie. Nederland was tijdens de transatlantische slavenhandel verantwoordelijk voor het verhandelen van een half miljoen Afrikaanse slaven naar het Amerikaanse continent.

De Braziliaanse hoogleraar geschiedenis Ana Lúcia Araujo, verbonden aan de Howard Universiteit in de VS, signaleert dat emoties onder nazaten in Noord- én Zuid-Amerika kunnen oplopen, wat betreft de rol van West-Afrikaanse koningen in de slavenhandel. Maar de positie van de slaafgemaakten in West-Afrika was onvergelijkbaar met de situatie in de koloniën. „De meeste slaafgemaakten waren voornamelijk krijgsgevangenen tussen Afrikaanse koninkrijken of elite-groepen die continu met elkaar in oorlog waren. En slaven hadden in West-Afrika een heel andere positie dan in de Amerika’s. Op de plantages in Noord en Zuid-Amerika werden ze ‘ontmenselijkt’ en als minderwaardig gezien. De basis van het huidige racisme is daar gevormd, niet in Afrika.”

Volgens Araujo waren de meeste mensen in de Afrikaanse samenlevingen zelf ook slachtoffer van de transatlantische slavernij, het verscheurde samenlevingen en families. De mensen die eraan verdienden, waren vooral individuele koningen en elite-groepen.

In haar boek A history of Indigenous slavery in Ghana beschrijft de Ghanese schrijfster en hoogleraar Akosua Adomi Perbi hoe de transatlantische slavernij bijdroeg aan een toename van gewapende conflicten en oorlogen in haar land. „Europese handelaren konden in tijden van vrede moeilijker en minder slaafgemaakten ronselen dan tijdens de oorlog. Voor de Ashanti-koningen was oorlogvoering dan ook lucratief, het in slavernij brengen van de vijand werd zo snel een motief om oorlog te voeren”, schrijft Perbi.

Toch erkennen ook steeds meer West-Afrikaanse landen hun rol tijdens de transatlantische slavenhandel. Zo sprak president Mathieu Kérékou van Benin zijn excuses uit in een zwarte gospelkerk in Baltimore en viel erbij op zijn knieën. Ook de Ghanese president Jerry Rawlings maakte officieel excuses. En in 2017 maakten leiders van onder meer de Ashanti tijdens het Afrika-Diaspora Forum hun excuses tijdens een ritueel rondom de Atlantische Oceaan.

Volgens hoogleraar Araujo, die studie deed naar de rol van het huidige Benin – daar vandaan werden vooral slaven naar Brazilië, Haïti en de VS verscheept – groeit de bewustwording. „Vroeger lag dit gevoeliger, was het een taboe. Maar er komen meer initiatieven rondom healing en excuses.”

„We zijn niet tegen het bezoek, maar het zou goed zijn als hij excuses zou aanbieden en met ons in gesprek zou gaan”, luidde de boodschap van culturele groepen in Suriname afgelopen najaar tijdens een bezoek van de Ashanti-koning Osei Tutu II. De koning was uitgenodigd door president Bouterse. Er kwamen geen excuses en geen gesprek. „En dat zou zoveel helpen”, zegt Wijngaarde die in contact wilde komen met de Ashanti-koning. „We zouden dan met elkaar kunnen spreken over wat er gebeurd is. Het zou helend kunnen werken, want tot nu toe is er nooit zo’n gesprek geweest.”

Eerder in 2002 was in Suriname irritatie rondom de viering van 300 jaar Ghanees-Nederlandse handelsbetrekkingen. Er werden groots opgezette activiteiten georganiseerd in beide landen en toenmalig kroonprins Willem-Alexander bracht met Máxima een officieel bezoek aan Ghana. Wijngaarde: „Er is toen ook gevraagd of Suriname niet wilde participeren zodat er in het driehoek gebied Nederland-Ghana-Suriname gezamenlijk festiviteiten zouden worden georganiseerd. Wij hebben duidelijk gemaakt dat juist door de start van die handelsbetrekkingen, voor onze voorouders de ellende begon. Voor Suriname viel er niets te vieren, we hebben geweigerd mee te doen.”

Herstelbetalingen

De discussie over excuses en herstelbetalingen woedt volgens hoogleraar Ana Lúcia Araujo al langer in diverse Latijns-Amerikaanse landen. Er worden ook successen geboekt. Zowel in Colombia als in Brazilië kregen nazaten grond toegewezen en werd dit grondbezit vastgelegd in de grondwet. Ook het onderwijs is aangepast: in Brazilië is er een wet die scholen verplicht de Afrikaanse-Braziliaanse geschiedenis en de geschiedenis van Afrika op te nemen in het onderwijs.

Lees ook Langzaamaan viert Nederland nu Keti Koti

In 2014 lanceerde een groep Caraïbische landen waaronder Suriname een tienpuntenplan waarbij voormalige koloniale machten uit Europa werden opgeroepen over de brug komen met excuses en herstelbetalingen. De Surinaamse econoom Armand Zunder berekende eerder dat Nederland Suriname rond de 65 miljard euro aan herstelbetalingen zou moeten betalen. „In Nederland ben ik verguisd om mijn onderzoek, in Suriname ben ik de man die miljarden komt brengen”, zei Zunder in 2016 in NRC.

Wijngaarde richt zich liever op het werk met zijn federatie waarbij geprobeerd wordt de door kolonisten vernietigde Afrikaanse cultuur in Suriname te herstellen en Surinaamse strijders tegen de slavernij en kolonialisme onder de aandacht te brengen. „Tot 1971 was het door het Nederlandse koloniale regime bij wet verboden winti-rituelen uit te oefenen en moest alles in het geheim, waardoor veel verloren is gegaan.” Jaarlijks organiseert de federatie op het onafhankelijkheidsplein in Paramaribo op Oudejaarsdag de wasi, een traditioneel kruidenbad met een Afrikaanse oorsprong om het negatieve van het jaar weg te wassen en met een schone lei het nieuwe jaar te starten. Een grote ijzeren schaal, een zogeheten kappa waarin op de plantages suiker werd verwerkt, wordt volgegoten met water, rozenblaadjes en kruiden. Een winti-priesteres zegent het water, mensen kunnen hun gezicht en hoofd door haar laten wassen. Elk jaar stijgt de opkomst, maar neemt ook de druk toe vanuit de kerk, vooral vanuit de snel groeiende pinkstergemeente in Suriname.

Wijngaarde: „Zij beschuldigen ons van afgoderij en duivelse praktijken en roepen mensen op geen wasi te nemen. En het ergste is nog: de voorganger die het hardste gilt en dreigt, is zelf een zwarte man. En zo zie je hoe het kolonialisme nog steeds doorwerkt: we mochten onze Afrikaanse cultuur niet beleven en nu zetten we zelf die onderdrukking voort.”