Recensie

Recensie Muziek

Scandinavische koren blinken uit op 10de Koorbiënnale in Haarlem

Recensie In het openingsweekend van de 10e Internationale Koorbiënnale Haarlem-Amsterdam leggen vier Scandinavische koren de lat direct op hoogte.

Amateurkoren traden op in Haarlemse hofjes dit weekeinde tijdens de Internationale Koorbiënnale.
Amateurkoren traden op in Haarlemse hofjes dit weekeinde tijdens de Internationale Koorbiënnale. Foto Melle Meivogel
    • Rahul Gandolahage

Niet met een knal, maar bescheiden, uit het zicht. Dat wil zeggen, het Nationaal Gemengd Jeugdkoor zong vrijdag de eerste tonen van de 10e koorbiënnale zacht van achter de schermen. Je herinnert je direct wat zo prettig is aan het genre: geen zucht naar spotlights of persoonlijke glorie. De koorbiënnale eert hen die met hun stem geen solistische aspiraties hebben, maar opgaan in misschien wel de krachtigste van alle muzikale synergieën.

Cappella Amsterdam beet het spits af met motetten van Orlando di Lasso. Technisch, maar zeker ook stilistisch geen eenvoudig repertoire. Met de uitvoering van vroeg koorwerk stuit je – opvallend sterker dan bij nieuwer repertoire – altijd wel een gedeelte van de zaal tegen de borst. Te ingetogen staat tegenover te frivool, te gedragen tegenover te lichtvoetig. Cappella Amsterdam zong de geestelijke muziek nederig, maar met een pruillipje. Amarae morti ne tradas nos (‘Geef ons niet over aan de bittere dood’) klonk wel, maar hoop op daadwerkelijke redding was eigenlijk aan het begin van het motet al schoorvoetend ten onder gegaan. Precies zoals renaissancemuziek moet klinken, juicht de ene helft van de zaal. Gemiste kans, relativeert de andere.

Het grotere Nationaal Gemengd Jeugdkoor weet telkens weer positief te verrassen, zo ook na de pauze. Met het residentieorkest en vier (jonge) professionele solisten klonk het Requiem van Mozart, ietwat hoekig maar knap urgent onder de leiding van Gabriella Teychenné. Bij de solisten excelleerde vooral sopraan Nikki Treurniet in afgewogen, sprankelende terughoudendheid.

In Haarlemse hofjes en Sint Bavo

Zaterdag waaierde de biënnale zich uit over zonnig Haarlem. In verschillende hofjes verspreidden amateurkoren de kunst gratis onder het toegestroomde publiek. Maar die middag en met name die avond werd de lat voor dit jaar echt op hoogte gelegd. Vier Scandinavische a capellakoren bewezen jaloersmakend dat de traditie in de Noordse landen is ingebakken. Dat de St. Bavokerk besluit uit het niets een harmonische stem toe te voegen, kan alleen als de eenheid zo hecht is als die van Ars Nova Copenhagen onder leiding van Paul Hillier. Het waren de kraaien cirkelend rond het dak die krassend vertelden hoe helder (onder meer) Sweelinck, Bach, Pärt, Sibelius, Rautavaara eigenlijk kunnen klinken.

Tip: blijf ook tijdens het applaus genieten van een koor. Bij de beste koren duurt het even voor het machtige enkelvoudige instrument weer uiteenvalt in een veelheid aan individuen. Er lijkt een soort vuistregel van toepassing: hoe beter het koor, hoe bescheidener het applaus in ontvangst wordt genomen. Dat alleen al is hartverwarmend.

Aanpassing 1 juli 2019: Niet Capella Amsterdam, maar het Nationaal Gemengd Jeugdkoor zong achter de schermen vrijdag bij het begin van de biënnale. Dat is aangepast in de tekst.