Zelfstandig ondernemerschap (op bijstandsniveau)

Zzp-wetgeving Is de zzp’er een ondernemer of een schijnzelfstandige? De overheid bedenkt nieuwe regels en maatregelen.

Illustratie Studio NRC

Het kabinet had zijn nieuwe zzp-wet al maanden geleden af willen hebben. Maar de ambtenaren van minister Wouter Koolmees (Sociale Zaken, D66) en staatssecretaris Menno Snel (Financiën, D66) zijn er nog steeds mee bezig. Wel presenteerden ze afgelopen week de eerste contouren van de wet: zzp’ers moeten minimaal 16 euro per uur krijgen. En via een online vragenlijst kunnen bedrijven ontdekken of zij hun zzp’ers terecht inhuren als ondernemer, of dat ze die in loondienst moeten nemen.

Het vorige kabinet, Rutte II, merkte ook al hoe moeilijk het is om regels te bedenken voor zzp’ers. Het introduceerde in 2016 een wet die bedrijven moest helpen ontdekken of hun zzp’ers échte ondernemers waren, of ‘schijnzelfstandigen’ die een arbeidscontract moeten krijgen. Maar de wet is nooit voluit gehandhaafd omdat bedrijven de regels te ingewikkeld en onduidelijk vonden – er dreigde chaos.

In de tussentijd blijft het aantal zzp’ers uitzonderlijk hard groeien. En veel harder dan in andere westerse landen. In 2003 telde het Centraal Bureau voor de Statistiek nog zo’n 640.000 zzp’ers, nu zijn het er al ruim 1,1 miljoen: 1 op de 8 werkenden.

Deze groeiende groep valt buiten het sociale vangnet dat Nederland de afgelopen eeuw heeft gespannen. Ze betalen hier niet aan mee, en ze kunnen er niet op terugvallen als ze bijvoorbeeld langdurig ziek worden, of hun werk kwijtraken.

En dan zijn er nog de ‘schijnzelfstandigen’. Zij werken als zzp’er, maar moeten volgens de wet een arbeidscontract krijgen, omdat ze bijvoorbeeld langdurig voor één baas werken en niet vrij zijn om te bepalen waar, wanneer en hoe ze hun werk doen.

Lees ook: De zzp’er: ondernemer of schijnzelfstandige?

Vorig jaar deed de Belastingdienst een steekproef onder 104 bedrijven. Bij meer dan de helft waren er aanwijzingen dat ze met schijnzelfstandigen werkten. Van 12 bedrijven vermoedde de Belastingdienst dat ze de regels bewust overtraden. De anderen leken de zzp-regels niet te begrijpen.

De nieuwe wet is vooral bedoeld om deze inhuur van schijnzelfstandigen terug te dringen. Allereerst door duidelijkheid te geven: opdrachtgevers kunnen binnenkort via een internetformulier omschrijven hoe hun werkrelatie met de zzp’er eruitziet, waarna ze direct te zien krijgen of ze voldoen aan de wet. Zodra dat internetformulier er is, gaat de Belastingdienst weer boetes en naheffingen uitdelen aan bedrijven die met schijnzelfstandigen werken.

Ondernemerschap stimuleren

Toch is de kans groot dat het aantal zzp’ers zal blijven groeien, waardoor het bereik van het sociale vangnet blijft afnemen. Het blijft immers financieel aantrekkelijk om met zzp’ers te werken. Zij kunnen allerlei belastingvoordelen krijgen: de zelfstandigenaftrek, startersaftrek en mkb-winstvrijstelling. Daardoor kunnen ze hun werkzaamheden veel goedkoper aanbieden dan werknemers.

Die belastingvoordelen zijn bedacht om ondernemerschap te stimuleren, zegt Ruben Houweling, hoogleraar arbeidsrecht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. „De gedachte was dat een zelfstandige bijvoorbeeld schoenen ging verkopen, en dan na een tijdje verkopers in dienst zou nemen. Maar dat blijkt meestal niet te gebeuren. Dan kun je je afvragen hoe nuttig en effectief deze maatregelen zijn.”

Staatssecretaris Snel erkent het probleem: „Zolang hier zware fiscale stimulering op zit, lok je de groei in zekere zin uit.” In het regeerakkoord is afgesproken dat de belastingvoordelen van zelfstandigen vanaf 2020 wat lager worden. Maar het kostenverschil „blijft een punt van zorg, waar we naar kijken”, zegt Snel.

Lees ook: Stop de flextrend, zegt de commissie-Borstlap

Werkgevers klagen juist dat ze gedwongen worden om met flexwerkers en zzp’ers te werken omdat het vaste contract niet aantrekkelijk is. En daar hebben ze een punt, vindt hoogleraar Houweling. „We hebben de arbeidsovereenkomst de afgelopen decennia zwaar beladen met kosten, risico’s en verplichtingen.” Als een werknemer ziek is, moet die door de baas twee jaar doorbetaald worden. Iemand ontslaan mag alleen met een zwaarwegende en goed onderbouwde reden – en je moet diegene een hoge ontslagvergoeding meegeven.

Ook uit vergelijkingen van de rijkelandenclub OESO blijkt dat Nederland strengere ontslagregels heeft dan vrijwel alle andere westerse landen.

Minister Koolmees probeert de verschillen tussen ‘vast’ en ‘flex’ te verkleinen. Vorige maand nam de Eerste Kamer zijn arbeidsmarktwet aan. Daarin wordt ontslag al iets makkelijker gemaakt. Vanaf volgend jaar mag een werknemer niet alleen ontslagen worden als daar één doorslaggevende reden voor is, maar ook bij een combinatie van minder zwaarwegende of slechter onderbouwde redenen. In de wet is ook geregeld dat flexwerkers zoals payrollers en oproepkrachten meer rechten krijgen.

Lees meer over de arbeidsmarktwet van Koolmees: Nieuwe wet beoogt meer vaste contracten. Lukt dat?

Nu wil Koolmees ook een deel van de zzp’ers beter beschermen door de invoering van het minimumtarief van 16 euro per uur vanaf 2021. Iedere zzp’er die voltijds werkt, en tweederde van die uren kan declareren bij klanten, kan daardoor uitkomen op bijstandsniveau: netto 1.025 euro per maand.

Overheidsbescherming

Het is goed dat Koolmees werkenden via deze wetten beschermt, zegt Agnes Akkerman, hoogleraar arbeidsmarktinstituties en arbeidsrelaties aan de Nijmeegs Radboud Universiteit. Maar ze ziet werkenden ook steeds afhankelijker worden van zulke overheidsbescherming, omdat ze zelf steeds zwakker staan tegenover werkgevers.

Vroeger waren werknemers machtiger, zegt Akkerman, doordat ze zich verenigden in vakbonden. Met stakingen dwongen ze loonsverhogingen en betere werkomstandigheden af. Maar nu verliezen de vakbonden hun leden en hun macht. „Werkenden zijn weer de zwakke partij”, zegt ze. „Terwijl het zóveel mensen zijn, die samen een vuist zouden kunnen maken.”

Akkerman snapt best dat jongeren de vakbonden ouderwets vinden. „Maar ze verzinnen ook geen alternatief.” En dat is gek, vindt ze. „Studenten kunnen zich allemaal verenigen. Maar zodra ze gaan werken, worden het opeens allemaal individuen.”