Taboe in Japan: werkende moeders

Ongelijke behandeling Werkende moeders worden in Japan structureel gediscrimineerd. De traditie van matahara zit diep, ondanks nieuwe regels.

In Japan worden werkende moeders nog vaak gediscrimineerd, zo ondervonden Hiroko Miyashita (links) en Ryoko Sato.
In Japan worden werkende moeders nog vaak gediscrimineerd, zo ondervonden Hiroko Miyashita (links) en Ryoko Sato. Foto Tanja Houwerzijl

Op een zonovergoten terras in een forenzenstad nabij Tokio vertelt Hiroko Miyashita (52) hoe zij slachtoffer werd van matahara, zoals Japanners discriminatie van werkende moeders noemen. Miyashita werkte op de hr-afdeling van een grote bouwmarktketen. Tijdens haar eerste zwangerschap ging alles nog goed. Zowel de zwangerschap als de terugkeer na haar verlof verliepen probleemloos.

Maar tijdens de tweede zwangerschap van Miyashita ging het fout. „Ik begon op het werk plots hevig te bloeden – ik dacht dat het een miskraam was en ging direct naar het ziekenhuis. Gelukkig bleek dat mijn baby gezond was, en ikzelf ook.”

Opluchting maakte al gauw plaats voor verbijstering toen Miyashita diezelfde dag nog van haar baas te horen kreeg dat ze kon vertrekken. Toen Miyashita tijdens het zoveelste bezoek aan haar ex-werkgever vroeg naar de reden van haar ontslag, kreeg zij een uitbrander. „Hij schreeuwde dat het slecht voor de reputatie van het bedrijf zou zijn als mijn baby dood zou gaan op de werkvloer.” En, zo beet hij Miyashita toe: „zwangere vrouwen horen überhaupt niet te werken”.

Miyashita klaagde de bouwmarktketen aan en won de rechtszaak. Maar de compensatie die haar ex-werkgever moest betalen was schamel: 2.000 euro. Inmiddels werkt ze bij een naschoolse opvang.

Het verhaal van Miyashita past in het beeld van een conservatieve en vrouwonvriendelijke Japanse arbeidsmarkt. De loonkloof tussen mannen en vrouwen was in 2018 24,5 procent, aldus de OESO. Ook waren er in 2017 nauwelijks vrouwen die een topfunctie hadden in het bedrijfsleven: slechts 5,3 procent van alle bestuursleden bij beursgenoteerde bedrijven was vrouw en vrouwen bekleedden 0,7 procent van alle managementfuncties.

Een verklaring voor de ongelijke behandeling van vrouwen is dat zij vaak in deeltijd werken en tijdelijke contracten hebben, denkt Osawa, hoogleraar arbeidseconomie aan Japan Women’s University. 55 procent van alle werkende vrouwen heeft een tijdelijk contract, tegenover 22 procent van de mannen. Deze contracten bieden minder salaris en minder kansen om door te groeien.

De Japanse werkcultuur is volgens Osawa ook een probleem: „Overwerken wordt binnen veel Japanse bedrijven beloond. Dus wie veel overwerkt, kan rekenen op een beloning in de vorm van salarisverhoging of promotie. Vrouwen die werk combineren met kinderen, kunnen niet zoveel tijd op het werk doorbrengen, waardoor zij automatisch afvallen in de race naar de top.”

Onderzoek wees uit dat werkende vrouwen gemiddeld meer uren kwijt zijn aan huishoudelijk werk dan werkende mannen. Vrouwen die meer dan 48 uur per week werken, spenderen gemiddeld 25 uur aan het huishouden. Voor mannen was dat 5 uur.

Er zijn in Japan regels die werkende moeders moeten beschermen. Zo is er een gendergelijkheidswet die onder andere bepaalt dat vrouwen het recht hebben op een jaar ouderschapsverlof, waarbij 67 procent van het salaris wordt doorbetaald. Als zij geen kinderopvang kunnen vinden – in Japan is er een groot tekort – kan dit met een jaar worden verlengd.

Maar de helft van de vrouwen met een voltijdsbaan stopt met werken na het eerste kind. Mannen mogen ook ouderschapsverlof nemen, maar doen dit zelden: in 2017 maakte 5 procent van de werkende jonge vaders gebruik van die mogelijkheid.

Eind mei werd een nieuwe wet aangenomen die voor het eerst matahara noemt als vorm van ongewenst gedrag op de werkvloer. Maar, zo oordeelt hoogleraar Osawa, nog altijd ontbreekt een harde straf voor bedrijven die zich hier schuldig aan maken. „Bedrijven waar matahara voorkomt zouden eigenlijk op een zwarte lijst terecht moeten komen. Als een bedrijf op zo’n lijst staat is dat natuurlijk schadelijk voor hun reputatie. Daar zijn ze gevoelig voor.”

Toch is matahara niet altijd te bewijzen. Dat ondervond Ryoko Sato, die tot voor kort administratief werk deed op een middelbare school. Na haar zwangerschapsverlof werd ze op een ‘mommy track’ geplaatst, eigenlijk een degradatie die gelijkstaat aan minder uren, een lager salaris, en minder interessant werk. „Voor mij gold dat ik vooral minder uren mocht werken”, vertelt Sato.

Ook namen de pesterijen toe, vertelt Sato. „In Japan moet je documenten laten stempelen met een hanko, een soort handtekening. Maar mijn baas deed dat bewust traag zodat ik weinig werk kon doen.”

Behalve Sato werd ook een andere vrouw openlijk bekritiseerd voor het combineren van werk en moederschap. Uiteindelijk besloot Sato ontslag te nemen: nu werkt ze als loopbaanbegeleider bij een bedrijf dat mensen met een verstandelijke beperking voorbereidt op werk.

Hoe denkt Sato dat matahara opgelost kan worden? „Matahara is een institutioneel, maatschappelijk probleem, maar vrouwen zien het vaak als hun persoonlijke probleem. Beleid om hier iets aan te veranderen is leuk, maar op operationeel niveau, dan doel ik op bedrijven zelf, is er nauwelijks echte ondersteuning voor werkende moeders en vrouwen.”

Oude denkpatronen moeten worden herzien, zo denkt Sato. „De aanname is dat een vrouw stopt met werken zodra zij zwanger raakt. Maar veel vrouwen zouden moederschap en werk prima kunnen combineren.”

Het is lastig, erkent Sato, om oude denkpatronen te veranderen. Dat ondervond ze aan den lijve. Haar man werkt voor een conservatief bedrijf, en durfde na de geboorte van hun kind geen vaderschapsverlof op te nemen. Sato begreep zijn keuze, zegt ze. „Bij zijn bedrijf betekent vaderschapsverlof eigenlijk het einde van je carrière. Hij heeft zijn vakantiedagen opgenomen om na de geboorte bij ons te kunnen zijn.”