’Zonder verzoek Assad geen Nederlandse inzet in Syrië’

Mandaat grondoperatie Er is geen juridische basis voor een Nederlandse militaire inzet in Syrië, zegt hoogleraar internationaal recht André Nollkaemper.

Raqqa, destijds ‘hoofdstad’ van het IS-kalifaat, eind mei van dit jaar.
Raqqa, destijds ‘hoofdstad’ van het IS-kalifaat, eind mei van dit jaar. Foto Aboud Hamam/Reuters

Deelname van Nederlandse militairen aan een grondoperatie in Syrië is juridisch gezien alleen mogelijk met steun van de regering-Assad. Of er moet sprake zijn van een ophanden zijnde gewapende aanval door IS-strijders vanuit Syrië op Irak. Dat zegt André Nollkaemper, hoogleraar internationaal recht aan de Universiteit van Amsterdam en volkenrechtelijk adviseur van de Nederlandse regering.

Eind mei heeft de Amerikaanse regering Nederland om een bijdrage gevraagd voor een militaire missie in Syrië. Die missie moet voorkomen dat IS zich hergroepeert na het verlies van het kalifaat. Donderdag maakte de Amerikaanse ambassadeur Pete Hoekstra in de Volkskrant duidelijk dat Nederland wat de VS betreft grondtroepen levert.

Volgens Hoekstra kan Nederland onder hetzelfde mandaat meedoen als in 2014, toen besloten werd om met F16’s deel te nemen aan de luchtaanvallen op IS boven Irak en Syrië. Minister van Defensie Ank Bijleveld (CDA) is het met hem oneens. „Voor grondtroepen hebben we geen mandaat. Dat zal heel ingewikkeld worden”, zei ze vrijdag na de ministerraad.

De juridische basis onder dat oude mandaat is inderdaad weggevallen, zegt hoogleraar Nollkaemper in een telefonisch interview. Dat komt doordat het kalifaat is verdwenen.

Lees ook: Syriëmissie: het kabinet kan nu moeilijk nog terug

Waar zit het verschil precies? IS is niet definitief verslagen.

„De enige juiste juridische basis voor deelname aan de luchtaanvallen destijds lag in de bescherming van Irak. Het argument was enigszins opgerekt, maar bepleitbaar: als IS vanuit Syrië aanvallen uitvoert op Irak, en de Syrische staat kan of wil daar niet tegen optreden, mag je geweld inzetten tegen niet-statelijke actoren – in dit geval IS – in Syrië. Irak had toen om internationale hulp gevraagd.

„Ik weet niet of er nu een Iraaks verzoek om hulp ligt, maar dat is niet eens relevant, omdat er geen sprake meer is van een gewapende aanval op Irak. Het argument voor de nieuwe missie is dat nieuw geweld door IS moet worden voorkomen. Maar volgens het internationaal recht is zogeheten preëmptief geweld alleen toegestaan als er een concrete dreiging van een aanval is. Dan moet je bijvoorbeeld denken aan het in stelling brengen van raketten, gecombineerd met concrete aanwijzingen dat een aanval aanstaande is. Dat zie ik nu niet, maar het kan natuurlijk zijn dat de Amerikaanse regering die informatie wel heeft.”

Zou een extra argument niet zijn dat westerse landen door deelname zichzelf beschermen tegen IS-aanslagen op hun eigen grondgebied?

„In 2014 hebben de Verenigde Staten dat argument ook gebruikt. Ik heb toen in mijn advies aan de Nederlandse regering opgenomen dat dit alleen geldt als er een concrete dreiging is. Dan moet IS dus troepen opbouwen in Syrië met als beoogd effect om aanslagen in Europa te plegen. Dat lijkt me weinig aannemelijk. Een latente angst voor aanslagen op Nederlands grondgebied is niet genoeg.”

Is er een juridisch verschil tussen een grondmissie en luchtaanvallen?

Lees ook: Dit is het wespennest waarin Nederlandse troepen terecht zouden komen

„Nee, in beide gevallen gaat het om de inzet van militair materieel voor een gewapende aanval op het grondgebied van een soevereine staat.”

Een minder agressief alternatief dat genoemd wordt is dat Nederland lokale veiligheidsdiensten gaat opleiden.

„De vraag is wie je dan gaat trainen. Toen Nederlandse militairen hielpen bij de opleiding van Afghaanse veiligheidsdiensten, gebeurde dat op verzoek van de Afghaanse regering. Als je Syrische Koerden gaat opleiden, is het de vraag hoe ze die kennis gaan inzetten. Gaan ze alleen IS bestrijden? Of gebruiken ze de nieuwe vaardigheden ook om voor meer autonomie te strijden of zelfs om Assad omver te werpen? Dat is echt niet toelaatbaar onder het internationaal recht. Wat wel kan is mensen in Irak opleiden die gericht zijn op het afslaan van IS-aanvallen in Irak.”

Wat kan Nederland wel doen in Syrië?

„Het gebruik van geweld in Syrië kan via drie wegen: met instemming van Assad, met een resolutie van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties, of als hulp bij de zelfverdediging van Irak. Voor dat laatste moet er dus sprake zijn van een daadwerkelijke aanval of tenminste een concrete dreiging.

„De meest directe weg, dat Assad Nederland rechtstreeks toestemming geeft, lijkt me politiek niet haalbaar. Zowel Nederland als de VS doen rechtstreeks geen zaken met zijn regering. Een VN-resolutie is moeilijk, omdat China en Rusland niet zullen toestaan dat de Veiligheidsraad beslissingen voor Assad neemt.

„Als actie in Syrië nodig is, is de beste weg te streven naar een door de VN onderhandelde regeling, waarmee ook Irak en Syrië instemmen. Die zou tot stand kunnen komen door een reeks bilaterale gesprekken, met bemiddeling door de VN. Aan de hand daarvan kan worden vastgesteld of er een gemeenschappelijke basis is voor een missie in Syrië. Het is niet ondenkbaar dat Assad meewerkt. Ook hij heeft nu geen belang bij de aanwezigheid van IS in het noordoosten van Syrië.

„Dat betekent wel dat Nederland over zijn eigen schaduw moet heenspringen. Wij willen geen deal sluiten met Assad, maar Assad is een realiteit. Als je iets wilt bereiken in Syrië, moet je bereid zijn zaken met hem te doen. Het is ook in het Nederlandse belang dat IS zich niet kan hergroeperen in Syrië.

„Nederland kan natuurlijk wel, met instemming van Irak, militairen naar Irak sturen om te voorkomen dat IS zich vanuit dáár hergroepeert. Dat is de enige concrete weg naar deelname aan een missie. Het is dat, of de complexe weg via de VN.”