De toekomst van het financiële stelsel bonst op de deur

Centrale banken De tijd van getheoretiseer over de toekomst van het financiële stelsel lijkt voorbij. Moet er een publieke digitale munt komen?

QR-codes op een markt in Beijing. Deze worden gebruikt voor betalingen via mobiel. China loopt jaren voor met digitale betaalsystemen.
QR-codes op een markt in Beijing. Deze worden gebruikt voor betalingen via mobiel. China loopt jaren voor met digitale betaalsystemen. Foto How Hwee Young / EPA

De toekomst van het financiële stelsel is deze weken weer een aantal stappen dichterbij gekomen. Tot voor kort leken toezichthouders, centrale banken en commerciële banken in alle rust te kunnen debatteren over hoe die toekomst eruit zou zien. De voors en tegens werden in eloquent geformuleerde argumenten uitgewisseld, de risico’s geïnventariseerd, en vervolgens werd tevreden geconcludeerd dat het huidige systeem weliswaar zijn zwakheden kende, maar verder op zich prima functioneerde.

Die tijd lijkt voorbij. Kort samengevat zijn er drie trends die het debat over de rol van centrale banken in het digitale tijdperk raken.

Ten eerste is er de snelle daling van het aantal transacties met contant geld in vooral Noord-Europa.

Ten tweede verscheen begin dit jaar het rapport Geld en Schuld van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid. Daarin stellen de onderzoekers dat er in Nederland naast de drie grote commerciële banken ruimte en behoefte is aan een veilige publieke variant: een depositobank.

En ten derde is in de nieuwe Europese betaalrichtlijn PSD2 de deur opengezet voor nieuwe toetreders tot de betaalmarkt. Meest zichtbare en vergaande variant: de vorige week aangekondigde digitale private wereldmunt libra, van Facebook en ruim twee dozijn partners.

De komst van big tech naar de financiële wereld staat daarmee hoog op de agenda. Juist deze week publiceerde de Bank voor Internationale Betalingen, de overkoepelende instantie van centrale banken, in haar jaarverslag een hoofdstuk over big tech. De essentie: de komst van partijen als Facebook, Google en het Chinese Alibaba naar de geldmarkt kan goed zijn, maar ook de stabiliteit van het bancaire systeem ondermijnen.

Lees ook over China, dat jaren voorloopt met zijn digitale betaalsystemen

Al deze trends roepen de vraag op of centrale banken niet zelf stappen moeten zetten om de relatie tussen burgers en hun geld te verstevigen. Een publieke digitale munt dus, in plaats van de private Facebook-variant. Die vraag stond deze week centraal in een debat bij de Rabobank in Utrecht, georganiseerd door economenblad ESB.

Wat pleit voor zo’n publieke veilige haven? Veel, zo betoogden Josta de Hoog en Bart Stellinga, auteurs van het WRR-rapport over Geld en Schuld, hartstochtelijk. Het disciplineert commerciële banken, omdat de burger een veilig alternatief heeft. Het zet ook een rem op de betrekkelijk ongebreidelde schuldengroei (via geldcreatie) van die commerciële banken. En het verkleint sowieso de afhankelijkheid van de burger van die banken.

Ook directeur Aerdt Houben van De Nederlandsche Bank somde moeiteloos de voordelen op van central bank digital currency: een publieke libra brengt meer systemische stabiliteit dan een private. Digitaal centralebankgeld versoepelt de stap naar een cashloze maatschappij, je biedt burgers een mogelijkheid zich digitaal te verbinden met de centrale bank, zoals dat nu met contant geld ook gebeurt. En daarbij: het kan. Private partijen doen het al, dus moet je het willen.

Op monetair terrein zou zo’n digitale centralebankmunt zelfs de zo gewenste inflatie kunnen aanjagen. Een centrale bank kan immers echt zwaar negatieve rentes zetten op digitaal geld (wat met cash nooit kan). Moet je eens zien hoe graag mensen dan gaan consumeren in plaats van sparen, zei Houben. En wat te denken van het tegengaan van witwassen en terrorismefinanciering?

En toch, zo verklaarde hij, is DNB niet voor invoering van digitaal centralebankengeld. Daarvoor zijn de nadelen volgens hem te groot. Zo zal het bestaan van een superveilig alternatief een nachtmerrie voor commerciële banken zijn. Immers: bij paniek op de financiële markten – denk 2008! – kan een run ontstaan op het veilige centralebankengeld, ten koste van het commerciële geld. Volgens de WRR zegt dat overigens meer iets over de toestand van de commerciële banken dan over het alternatief. Verder concurreert digitaal centralebankengeld met bankdeposito’s. Dat maakt financiering voor banken duurder en ondermijnt hun capaciteit om krediet te verlenen aan burgers en bedrijven, aldus DNB. Deze principiële bezwaren wegen voor de toezichthouder zwaar.

Daar komen praktische hobbels bij. Anders dan bijvoorbeeld in Zweden, waar de centrale bank een project is gestart over de zogenoemde e-Krona, zit Nederland ‘vast’ in de euro. Daarmee krijgt een besluit over digitaal centralebankengeld per definitie een Europese dimensie.

Tegelijkertijd is het debat over digitaal centralebankengeld aan een nieuwe ronde begonnen. Ondanks scepsis zijn praktische oplossingen denkbaar die de risico’s van invoering van een digitale centralebankenmunt kunnen dempen. Dat daarover nu weer openlijk én gepassioneerd gedebatteerd wordt, is in elk geval mede te danken aan Facebooks libra.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.