Recensie

Recensie Beeldende kunst

Steeds meer waardering voor meesterwerken Berthe Morisot

Tentoonstelling Berthe Morisot kon zich meten met de beste mannelijke schilders van haar tijd; ondanks de beperkingen waarmee vrouwen toen moesten leven. Helaas gaat de expositie in Parijs te ver in een poging haar te rehabiliteren. Le Berceau (‘De wieg’) is haar topstuk.

Berthe Morisot, detail van Portrait de Mme E.[dma] P.[ontillon] (1871)
Berthe Morisot, detail van Portrait de Mme E.[dma] P.[ontillon] (1871) Foto RMN Grand Palais (Musée d’Orsay)/ Adrien Didierjean

In 1897 liet de Parijse École des Beaux Arts voor het eerst vrouwen toe. Voor die tijd waren ze aangewezen op de ateliers die ook voor vrouwelijke aspirant-kunstenaars opleidingen aanboden. Daar kregen zij vaak een goede technische basis, hoewel tekenen naar naaktmodel voor vrouwen verboden was. Net als zonder begeleiding kopiëren in het Louvre. Te zwijgen van de danslokalen, kleedkamers, theaters en bordelen waar zoveel negentiende-eeuwse kunstenaars hun meest spannende gezichtspunten vandaan haalden. Voor vrouwelijke kunstenaars was de echte wereld afgezet met onzichtbare hekken. Dat zie je terug op de tentoonstelling Berthe Morisot (1841-1895) in het Musée d’Orsay in Parijs.

De drie zusjes Morisot, Yves, Edma en Berthe kregen in 1856 alle drie tekenles; niet ongewoon voor meisjes uit Passy, het chique Parijse arrondissement waar Morisot haar leven lang woonde. Pas als het menens werd schoten de obstakels te voorschijn. Tekenen was leuk maar het moest geen kunst worden, zeker niet voor getrouwde vrouwen. De maatschappelijke tegendruk was onvoorstelbaar groot.

Berthe Morisot, Portrait de Mme E.[dma] P.[ontillon] (1871) Foto RMN Grand Palais (Musée d’Orsay)/ Adrien Didierjean

De oudste, Yves hield het als eerste voor gezien, later gevolgd door Edma, allebei direct na hun huwelijk. Edma had volgens tijdgenoten net als Berthe een uitgesproken talent.

Edma is een terugkerende verschijning in het oeuvre van Morisot. Zo ontmoeten we haar in de eerste zaal, in een zwart gewaad op een lichte gebloemde sofa. Het is een portret dat in je geheugen blijft haken, zo goed is het. Boven de piramidale massa van haar zwarte manteljurk kijkt de hoogzwangere Edma ons onbewogen aan, observerend en afwachtend, zonder sociale spanning. Haar handen rusten op haar buik. Dit schilderij heeft de emotionele kracht van een Degas. En het roept ook de vergelijking op met het portret dat Edouard Manet in 1872 maakte van Berthe zelf, als een energieke donkerharige beauty met een boeket viooltjes.

Édouard Manet, Le balcon (1868-69) met de schilders Berthe Morisot (links), Antoine Guillemet en de violiste Fanny Claus. Foto RMN Grand Palais (Musée d’Orsay)

Een keer of vijftien schilderde Manet Morisot, onder meer op zijn befaamde le Balcon (1869), en een blik op hun werk in de jaren zeventig maakt duidelijk dat deze twee kunstenaars elkaar in de gaten hielden en dingen van elkaar overnamen: Morisot van Manet het effect van goed gedoseerd zwart. Manet van Morisot het injecteren van meer licht en vrijheid.

Tekenen was leuk maar het moest geen kunst worden, zeker niet voor getrouwde vrouwen

Maar pas op met vergelijkingen: Morisots portret van Edma in haar zwarte jurk dateert van een jaar eerder dan Manets viooltjesportret van haarzelf. En Edma’s uitdrukking is anders dan die van de meeste gezichten van Manet. Morisot portretteerde haar zusje met het zweem van melancholie dat haar hele oeuvre tekent. Ook bij haar vind je veel picknicks op het gras, maar de hare hebben altijd iets weemoedigs, alsof de stilte van de zomermiddag net wat te zwaar over de groene velden hangt om helemaal aangenaam te zijn.

In hoeverre ze dat element opzettelijk toevoegde, wie zal het zeggen. Uit haar brieven en dagboek komt iemand te voorschijn die hoge eisen aan zichzelf stelde en zich verder weinig liet zeggen. Dat is ook het beeld dat ze projecteerde in haar zelfportret uit 1885: minder elegant dan de versies die Manet van haar maakte, in een bruine werkjurk met een los zwart sjaaltje. Grappig is de rechterhand, opgebouwd uit een serie parallelle boogvormige halen met een streep (‘penseel’) in het midden. De kunstenaar is bezig.

Berthe Morisot, La Terrasse (1874) Foto Tokyo Fuji Art Museum

Morisot verstond haar vak, en het is een plezier om haar schilderwerk van dichtbij te observeren. De tentoonstelling toont geen tekeningen, jammer, maar wel vier notitieboekjes, met ruitjespapier. Daarin schuilt het geheim achter haar zwier; de zorgvuldige planning, het passen en meten achter de schermen.

Koortsachtig

Een belangrijk deel van het antwoord op de vraag waarom van de drie zusters Berthe het volhield is dat haar echtgenoot haar daarin steunde. Die echtgenoot was Eugène, de jongere broer van Edouard Manet. Hij moet in zijn tijd een man uit duizenden zijn geweest, die zijn vrouw hielp met de promotie van haar werk en zich ook rustig leende als model, vaak samen met hun dochtertje Julie. Vader, kind, speelgoed. Ongewoon en innemend zijn die schilderijen, elke bezoeker staat er wat langer bij stil.

Berthe Morisot, Sous le lilas à Maurecourt (1874) met Edma Pontillon (Morisots zuster) en haar kinderen Jeanne en Blanche).

En zo had deze kunstenares de ruimte om te schilderen in die vrije techniek die ze zich steeds meer toeëigende, lang voorbij het moment waarop de kritiek erover begon te klagen. Haar late werk heeft soms een koortsachtigheid die aan Edvard Munch doet denken. Had ze langer geleefd, dan was haar impressionisme uitgegroeid tot een heel eigen, Franse versie van het expressionisme.

Toch blijkt de maat van haar kunnen bovenal uit het meest klassieke schilderij uit haar oeuvre: Le Berceau (‘De wieg’) uit 1872. Het is het werk dat hier en daar de overzichtsboeken heeft bereikt met zijn smorende associatie van ‘de vrouwelijke blik’ (net als A Child’s Bath (‘Het kinderbad’) van de briljante Mary Cassatt). Maar je kunt er niet omheen: Le Berceau, dat kleine schilderij, 56 bij 46 centimeter, hoort tot de grote meesterwerken uit de Franse kunst. Ditmaal zien we Edma op een stoel achter de wieg waarin haar dochtertje Blanche ligt. De transparantie van de wiegensluier en het gordijn achter Edma, de beslotenheid van de compositie met Edma’s rechter arm en hand in het verkort; en ook hier de blik waarmee de jonge moeder naar het kindje kijkt, met die speciale uitdrukking van liefde en bekommernis die elke jonge ouder heeft klaarliggen voor zijn of haar pasgeborene. Alles aan dit schilderij is perfect.

Berthe Morisot, Le Berceau (1872) Foto RMN-Grand Palais (Musée d’Orsay) / Michel Urtado

Aan Le Berceau zijn in recente commentaren veel woorden besteed om het van zijn conventionele vrouwelijkheid (lees: verfijning en sentimentaliteit) los te weken. Ook de catalogus bij deze tentoonstelling plaatst Morisots wieg in een licht van ambivalentie en verloren onafhankelijkheid. Daar zit iets in. Voor haar huwelijk deelde Edma haar atelier met Berthe, ze hadden samen gewerkt in het atelier van Corot en er is een brief waarin Edma haar spijt betuigt over het verlies van haar geliefde penseel.

Toch schiet die interpretatie te kort waar het gaat om de betekenisrijkdom van dit schilderij. Dat probleem geldt voor de inzet van deze tentoonstelling als geheel. In de ijver om Morisot te rehabiliteren vanuit een sociaal perspectief komt de kwaliteit van haar beste werk in de verdrukking. Een zaal met acht toilettafels op een rij, een andere met zeven figuren bij een raam, vijf slaapkamers, twaalf picknicks, negen kinderportretten; deze hoofdstuksgewijze maar ook monotone ophanging dient de theorievorming over vrouwelijke kunstenaars anno toen, maar de echte betekenis van Morisots beste kunnen gaat er in kopje onder.

Berthe Morisot, Femme et enfant au balcon (1871-1872) Foto Tokyo Fuji Art Museum/Bridgeman Images

Beperkte wereld

Negentiende-eeuwse vrouwen schilderden de onderwerpen waar zij toegang toe hadden. Berthe Morisot was geen uitzondering. Haar oeuvre speelt zich af in salons, tuinen en parken, ver verwijderd van de publieke ruimte waar Degas en Manet uit konden putten.

De essentie van Morisots welverdiende eerherstel is dat zij, binnen die beperkte wereld, een aantal meesterwerken heeft gemaakt: de vroege portretten van Edma, een paar van Eugene en Julie, enkele interieurs, een aantal schilderijen in de buitenlucht en een stuk of wat van die ruige, late portretten. En die imposante, volkomen op zichzelf staande, kleine wieg.

In 1895 stierf Berthe Morisot plotseling aan griep. Ze was 54 jaar. Het jaar daarop organiseerden haar vrienden een groot retrospectief van haar oeuvre in de zaal van kunsthandel Durand Ruel. Het gepubliceerde dagboek van Morisots dan zestienjarige dochter Julie geeft een ontroerend verslag van de manier waarop Edgar Degas en Claude Monet kibbelden en zich bekommerden over de perfecte presentatie van hun geliefde en vereerde collega. Vooral Degas maakte zich sterk voor haar tekeningen, die hij prachtig vond.

Zelf worstelde ze haar leven lang met twijfels en depressies die ze zelf aanduidde als „mijn hysterie”. Die gesteldheid, in combinatie met haar grote virtuositeit, geeft haar beste werk iets uitzonderlijk krachtigs. Een scherpere selectie, minder bedoelerig, artistieker opgehangen, met toevoeging van wat tekeningen, had haar rehabilitatie in het Orsay meer goed gedaan.

Edouard Manets schilderij Berthe Morisot au bouquet de violettes (1872) Foto JOEL SAGET/AFP)