Recensie

Recensie Boeken

Schrijf als een tv-serie, lijkt de les van Dicker

Joël Dicker Een journaliste die over een oude moordzaak schreef verdwijnt aan een New Yorks strand. Dan ontvouwt de Zwitser Dicker een Netflix-roman volgens de regels der kunst, als een dans rond het schrijverschap.

In 1903 wordt een Siberisch dorp uitgemoord door een tijger, de tsaar looft een prijs uit voor wie hem doodt, uit alle hoeken van het rijk trekken jongemannen naar Siberië – het is de plot van een prachtig geïllustreerd en dito uitgegeven boekje dat dezer dagen in iedere Franse boekhandel naast de kassa ligt: Le Tigre van Joël Dicker (1985). Het is een conte philosophique uit 2004, een van de eerste korte verhalen die de Zwitserse bestsellerauteur – toen 19 – schreef. Onverwacht minimalisme voor een schrijver wiens dikke wereldwijde bestsellers grossieren in personages, plotse gebeurtenissen en onvermoede motieven.

Miljoenen mensen lazen De waarheid over de zaak Harry Québert (2014), een thriller waarin een jonge schrijver wordt geconfronteerd met een lijk in de tuin van zijn mentor en voorbeeld. Een roman ook over een writer’s block, over het hoe en waarom van schrijven, een boek waarin de lezer bij het begin van ieder hoofdstuk een schrijftip cadeau krijgt. Het eerste hoofdstuk moet wezenlijk zijn, staat er, anders verlies je je lezers. Het tweede moet, in bokstermen, lezen als een rechtse directe.

Tot zover gaat alles voorspoedig in Dickers roman De verdwijning van Stephanie Mailer. In de eerste hoofdstukken verdwijnt er een vrouw, dit keer in een rijke rustige badplaats in de Hamptons, New York. Het is een journaliste die in een oude moordzaak is gedoken, de moord op de burgemeester van het stadje en zijn familie. Er is een fout gemaakt toen, de verkeerde is gearresteerd, vertelt ze aan de toenmalige politieagent. Voordat ze hem uit kan leggen wat ze ontdekt heeft, verdwijnt ze.

Net als in Dickers vorige boeken ontvouwt zich voor je ogen een Netflix-roman volgens de regels der kunst. In de hoofdstukken wisselt het perspectief telkens tussen de personages, waardoor steeds zaken worden herhaald – nuttig in een zo gecompliceerde constructie van verhaallijnen, zeker als je geen tijd hebt voor bingereading. Vakkundig laat Dicker elk hoofdstuk eindigen met een cliffhanger, zoals: ‘De demonen van het verleden kwamen weer boven’, ‘Het huwelijk zou nog geen jaar standhouden’, of: ‘Het was de enige manier om zich van haar te ontdoen’.

Sommige personages ontwikkelen zich, ze spelen een rol in de moordzaak van toen en in die van nu. Ze communiceren in eenvoudige dialogen en effectief taalgebruik. Om literair gehalte bekommert Dicker zich niet. Hij kiest voor potentieel interessante figuren met een individuele worsteling: de vermoorde journaliste die ‘met iets heel groots bezig is’ (een boek), een hoofdredacteur die door zijn minnares met zijn overspel wordt gechanteerd, een ontspoorde tiener die schrijfster wil worden, een politieagent die zijn bureaustoel heeft ingeruild voor die van regisseur, een beroemde recensent die vreselijk graag schrijver wil worden.

Zo is ook deze roman van Joël Dicker weer een dans rond het schrijverschap, van verlangen tot uitvoering, met alle twijfel en hobbels van dien. Schrijf als een televisieserie, lijkt zijn belangrijkste boodschap, zelf geeft hij moeiteloos het goede voorbeeld. Toch wil de worsteling van zijn personages niet echt de onze worden, het zijn er te veel. Uiteindelijk raak je vooral gefascineerd door de constructie, de bijna mathematische compositie, en de vraag of je nog uit het labyrint van motieven, psychologische problemen en duistere relaties zult komen. Je bewondert de architectuur, maar wie er wonen doet er inmiddels niet meer zo toe.