Recensie

Recensie

Op hun dooie gemak halen de buren het Joodse huis leeg

Aharon Appelfeld In zijn postuum verschenen roman laat deze Israëlische schrijver zien hoe tijdens de Holocaust het goede zegeviert.

1941: Joden in de Roemeense stad Iasi verwijderen bloed van hun vermoorde lotgenoten van de binnenplaats van een politiebureau.
1941: Joden in de Roemeense stad Iasi verwijderen bloed van hun vermoorde lotgenoten van de binnenplaats van een politiebureau. Foto www.survivors-romania.orgJoods Museum Boekarest
    • Michel Krielaars

Verwondering over het kwaad is een van de belangrijkste thema’s in het werk van de Israëlische schrijver Aharon Appelfeld (1932-2018). Dat bleek al uit de roman Badenheim 1939, waarmee hij in 1978 wereldberoemd werd. In dit meesterwerk wordt een groep Joodse kuurgasten in een Oostenrijks vakantieoord geleidelijk aan geïsoleerd van de buitenwereld, terwijl voorbereidingen worden getroffen om hen naar Oost-Europa te deporteren. Ondanks de verwarring beseft niemand wat er echt aan de hand is. Tot het te laat is.

Even naïef is Irena, hoofdpersoon van Appelfelds postuum verschenen roman Verwondering. Het verhaal speelt zich af tijdens de Tweede Wereldoorlog in de Boekovina, een streek in het huidige Oekraïne, waar veel Joden woonden.

Irena is getrouwd met Anton, een rauwe fabrieksarbeider die haar verkracht en slaat. Op een ochtend ziet ze haar Joodse buren, de familie Katz, op een rijtje voor de ingang van hun kruidenierswinkel staan. Zodra ze haar verwondering uitspreekt, stapt dorpsagent Iljitsj uit de struiken. Op bevel van de Duitsers heeft hij het gezin uit de winkel gedreven. ‘De Duitsers zijn van oudsher beschaafde mensen’, zegt hij. ‘Ze doen niets wat niet acceptabel is.’

Opmerkelijk is dat Iljitsj altijd een goede verstandhouding had met de familie Katz, die hem ruim van steekpenningen voorzag. Maar nu laat hij zich ineens van een cynische en sadistische kant zien.

Spanning

Als de familie Katz de volgende ochtend nog altijd voor de winkel staat, of beter gezegd knielt, gaat Irena naast haar vriendin Adela, een van de kruideniersdochters, zitten om te vragen wat ze tegen haar hoofdpijn kan doen. Tegelijkertijd komen de buren langs om de kruidenierswinkel en het huis van de Joodse familie op hun dooie gemak leeg te halen, alsof het de gewoonste zaak ter wereld is.

Net als in Badenheim 1939 voert Appelfeld in spaarzaam proza de spanning geleidelijk op. Zo heeft mevrouw Katz al meteen door wat Iljitsj van plan is, vooral als diens chef haar man aftuigt om te achterhalen waar hij zijn geld verborgen houdt. Wanneer Iljitsj het gezin daarop beveelt een kuil te graven, zogenaamd om de Duitsers gunstig te stemmen, zegt ze: ‘Zo hebben ze de Joden altijd gedood.’

Irena raadt Adela en haar zus aan om te vluchten, maar zij willen hun ouders niet in de steek laten. Op dat moment slaat Irena’s verwondering om in verontwaardiging, vooralsnog over de lijdzaamheid van haar vriendin.

Jezus

Pas nadat het gezin die nacht door Iljitsj, volgens plan, is doodgeschoten, beseft Irena dat overal de Joden worden vermoord. Ze loopt weg van haar man en krijgt visioenen, waarin de familie Katz de hoofdrol speelt. Met de dood van haar buren blijkt ook iets in haarzelf te zijn gestorven.

Lees ook over het leven van Aharon Appelfeld: In zijn nieuwe taal schreef hij over de Jodenvervolging in het oude land

Van haar oude tante Janke, die lang geleden een Joodse geliefde had, hoort Irena tijdens haar vlucht dat Jezus een Jood was, met Joodse ouders. Ze begint nu in orakeltaal te spreken en verkondigt overal op het platteland dat iedereen die de Joden krenkt ook het lichaam van Jezus krenkt.

De vrouwen die ze op haar pad ontmoet raken geleidelijk aan gevoelig voor haar woorden, omdat ook zij achtervolgd worden door de schimmen van de vermoorde Joden. In Irena zien ze de verlosser van hun schuldgevoel. Daarom beschermen ze haar tegen hun mannen, die, soms met bijlen en messen, aan de moordpartij op de Joden hebben deelgenomen. Met evenveel succes roept Irena haar volgelingen op zich te verzetten tegen hun agressieve mannen.

Afgunst

Het gedrag van Irena wordt geleidelijk aan een metafoor voor alles wat goed is. Op die manier lijkt Appelfeld, die in zijn oeuvre nooit rechtstreeks over de Holocaust schreef, de idiotie van de Jodenvervolging te willen benadrukken.

Maar echt bijzonder aan deze roman is dat hij aantoont hoe je mensen van hun vooroordelen over hun Joodse buren kunt genezen door ze op hun schuldgevoel te wijzen. Hun Jodenhaat blijkt vooral gebaseerd te zijn op afgunst en hebzucht ten aanzien van mensen die het iets beter hebben. De blinde volgzaamheid van iemand als agent Iljitsj is in dat opzicht slechts bijzaak.