Pieter van den Hoogenband wil hearts en minds van de sporters winnen

Portret | Pieter van den Hoogenband Pieter van den Hoogenband debuteert bij de Europese Spelen in Minsk als chef de mission van TeamNL. „Ik kende hem niet, maar het is een vlotte kerel.”

Pieter van den Hoogenband: „Ik wil allesbehalve de opa zijn die alles beter weet. Alleen als sporters zelf aankloppen zal ik adviezen geven.”
Pieter van den Hoogenband: „Ik wil allesbehalve de opa zijn die alles beter weet. Alleen als sporters zelf aankloppen zal ik adviezen geven.” Foto’s Piroschka van de Wouw/ANP

Het is al na elven ’s avonds als het Nederlands team het uitverkochte stadion van Dinamo Minsk binnenloopt. Onder aanvoering van de enthousiaste vlaggendrager Nouchka Fontijn springt de groep onmiddellijk in het oog bij de openingsceremonie van de tweede Europese Spelen. Met dank aan het felle, opvallende oranje. Helemaal achteraan loopt Pieter van den Hoogenband, chef de mission, die zijn best doet zo onzichtbaar mogelijk te zijn. Bewust gekozen: de sporters moeten shinen; hij is hun dienaar.

Zijn naam zit hem daarbij een beetje in de weg. Van den Hoogenband wil in Minsk liever niet gezien worden als de zwemmer die drie keer olympisch kampioen werd, maar nadrukkelijk als de man die leiding geeft aan een Nederlands team van 87 sporters. In die rol dicht hij zich een plaats in de schaduw toe, hoe moeilijk zijn faam dat soms ook maakt. Hij wil als chef de mission zo min mogelijk op de voorgrond treden. Zijn mantra: voor de sporters een optimaal prestatieklimaat creëren.

Welk stempel hij op het uitgezonden team wil drukken, wordt hem bij de ploegpresentatie kort voor vertrek naar Wit-Rusland gevraagd. Van den Hoogenband trekt wenkbrauwen op en zegt dat hij er niet op uit is zijn fingerprint te plaatsen. De chef de mission: „Dat is aan de sporters en hun coaches. Zij zijn mijn referentiekader. Ik merk na afloop aan de evaluatierapporten wel hoezeer zij mijn rol gewaardeerd hebben. Ik was tweemaal chef de mission bij het Europese Jeugd Olympisch Festival (EJOF) en ben trots op twee positieve rapportages. Nee, ik spreek evenmin verwachtingen uit over het aantal medailles; ook dat is aan de sporters en hun coaches.”

Proefdraaien

Bij de Europese Spelen is Van den Hoogenband aan het proefdraaien voor het grote werk, volgend jaar in Tokio als hij bij de Olympische Spelen de leiding krijgt over een drie keer zo grote ploeg. Dan zullen zijn werkzaamheden als chef de mission een stuk intensiever zijn en onder het vergrootglas liggen. Bij Olympische Spelen blijft weinig onopgemerkt. En dan zal hij eventueel impopulaire maatregelen moeten nemen, zoals zijn voorganger Maurits Hendriks in Rio deed met het wegzenden van de ongehoorzame turner Yuri van Gelder.

Nee, tegen dergelijke harde beslissingen ziet Van den Hoogenband niet op, zegt hij. „Omdat het tot mijn takenpakket behoort, en omdat ik in scenario’s denk. De olympische ploeg verdient een chef de mission die over alles heeft nagedacht.”

Voordeel voor Van den Hoogenband in vergelijking met Hendriks is, dat hij geen zorgen heeft over sporttechnische zaken. Waar Hendriks zijn functie als chef de mission combineerde met die van technisch directeur bij sportkoepel NOC*NSF is de ex-zwemmer de buitenstaander zonder beleidsverantwoording. Een taak die hem op het lijf lijkt geschreven, want zijn kracht ligt vooral in de omgang met sporters. Waar Hendriks nog wel eens een gevoel van afstand opriep, past Van den Hoogenband meer de rol van pater familias.

Afspraken met Hendriks over de taakverdeling waren dan ook in één dag gemaakt, zegt hij. „Ik blijf weg van de programma’s, die zijn het pakkie-an van Maurits. Naarmate de Spelen dichterbij komen, zal ik wel steeds meer in beeld komen.”

Bij de Europese Spelen profileert Van den Hoogenband zich als een empathische teamleider die sterk geïnteresseerd is in het wel en wee van de sporters. Hij rijdt kriskras door Minsk om iedereen in actie te zien. De hearts en minds verovert de oud-zwemkampioen met persoonlijke gesprekjes in de speciale TeamNL-lounge van flat 3, waar Nederland in het atletendorp is ondergebracht, of hij schuift aan bij maaltijden. De aard van de sporters huist nog in hem en dat schept een band.

Ergens in de avond komt de ploeg dagelijks bijeen om gewonnen medailles te vieren. De chef de mission houdt dan een toespraakje, die als warm, puntig en humoristisch wordt ervaren. Dat doet-ie goed, is de heersende opvatting. Als er al een puntje van kritiek klinkt, geldt dat het ontbreken van airco op de kamers. Maar dat kan de chef de mission niet verweten worden.

Foto Piroschka van de Wouw/ANP

Waardering

De waardering voor Van den Hoogenband onder sporters in Minsk is uitgesproken positief. Sacha Gorissen, de enige Nederlandse deelnemer bij sambo, een combinatie van judo en worstelen, weet wat haar bindt. Lachend: „We komen beiden uit Geldrop, dat schept een band.”

En tafeltennisster Britt Eerland, die pas in Minsk kennis met hem maakte, karakteriseert Van den Hoogenband „als een grappenmaker, die goed de sfeer erin houdt”. Zij prijst verder zijn gemoedelijkheid, wat wielrenner Bram Welten beaamt. „Ik kende hem niet, maar het is een vlotte kerel, die bij je komt zitten om lekker te lullen. Hij is oprecht geïnteresseerd. Sporters leggen zichzelf al genoeg druk op, dan is het fijn als de chef de mission voor ontspanning zorg. Echt, ik vind hem heel goed.”

Afgaande op de reacties, zijn inlevingsvermogen en zijn dienstbaarheid in Minsk, zou je kunnen concluderen dat Van den Hoogenband zijn geld waard is. Geld waarover bij zijn aanstelling intern bij NOC*NSF veel te doen was. Hij had in ogen van het bestuur zwaar overvraagd, wat aanvankelijk tot een breuk, en pas na inschikkelijkheid van Van den Hoogenband, tot de aanstelling als chef de mission heeft geleid. De ex-zwemmer wilde heel graag en daar had hij veel voor over.

Van den Hoogenband ontkent overigens in alle toonaarden dat hij oorspronkelijk een honorarium van tweemaal de Balkenendenorm heeft gevraagd. Zijn kant van het verhaal is dat hij op het eerste voorstel van NOC*NSF, zijnde de helft van de Balkenendenorm als jaarsalaris, met een aanzienlijk verhoogd tegenvoorstel kwam. Van den Hoogenband wilde daarmee onder meer zijn gederfde inkomsten als zwemanalist bij de tv-zender Eurosport gecompenseerd zien. Toen het bestuur van de sportkoepel zijn veto daarover uitsprak, beweert hij zijn hart te hebben gevolgd en het eerste bod alsnog te hebben geaccepteerd.

Van den Hoogenband wil niet dat olympiërs zonder medaille met met een rotgevoel naar huis gaan.

Stabiel team

Na ‘Minsk’ beginnen voor Van den Hoogenband écht de voorbereidingen op de Olympische Spelen. Zijn voornemen is nog intensiever sporters te bezoeken. Hij wil zien en voelen hoe zij trainen, hoe zij zich voorbereiden op ‘Tokio’. De chef de mission wil voor vertrek een band met de sporters hebben gesmeed. Niet door zich te bemoeien met hun programma’s, integendeel, maar om inzicht in hun leefwereld te krijgen. „Ik moet op de achtergrond mijn zaken voor elkaar hebben”, zegt hij. „Dat doe je niet door tijdens trainingen en wedstrijden overal tussendoor te fietsen. Ik heb als sporter ervaren hoe belangrijk een stabiel en goed functionerend team om je heen is. Nee, ik zal ook niet uit eigen beweging ervaringen uit mijn tijd als topzwemmer opdiepen. Ik wil allesbehalve de opa zijn die alles beter weet. Alleen als sporters zelf aankloppen zal ik adviezen geven.”

De rol als mentor voerde hij al uit in Minsk, waar hij bezoek kreeg van collega-chefs de mission, die op gezag van NOC*NSF een weekeinde op snuffelstage bij de Europese Spelen waren. Naast ervaren chefs als Esther Vergeer (Paralympics) en Carl Verheijen (Jeugd Winterspelen) kwamen ook nieuwelingen als ex-hockeyster Minke Booij (EJOF) en ex-schaatsster Marianne Timmer (Jeugd Winterspelen) bij hem hun licht opsteken.

Het groepje werd door Herbert Wolff, hoofd internationale zaken van NOC*NSF, onderricht over het internationale krachtenveld waarin zij terechtkomen, maar Van den Hoogenband praatte hen bij over de praktijk. En die maakt bij hem veel enthousiasme los. Want chef de mission is een verrekte leuke job.