OM eist 15 jaar cel en tbs voor steekpartij Den Haag, ‘terroristisch motief’

Malek F., die op Bevrijdingsdag 2018 in Den Haag drie mensen zwaar verwondde met een mes, handelde volgens het OM uit terroristisch motief. Het OM eist vijftien jaar cel en tbs.

Politie op het Johanna Westerdijkplein na de steekpartij op Bevrijdingsdag 2018, waarbij drie mensen zwaar werden verwond.
Politie op het Johanna Westerdijkplein na de steekpartij op Bevrijdingsdag 2018, waarbij drie mensen zwaar werden verwond. Foto Rob Engelaar/ANP

Het Openbaar Ministerie eist vijftien jaar cel en tbs tegen Malek F., de asielzoeker die ervan verdacht wordt in mei vorig jaar drie mensen te hebben neergestoken in Den Haag. Hij zou daarbij gehandeld hebben uit terroristisch motief.

Volgens het OM heeft Malek F. de steekpartij op Bevrijdingsdag 2018 met voorbedachten rade opgezet - het mes had hij enkele dagen eerder gekocht. Tijdens de steekpartij had hij willekeurige slachtoffers uitgekozen. In eerste instantie zou hij eigenlijk een kerk in hebben willen lopen, maar die was dicht. „De verdachte heeft zijn daad gepleegd uit extremistische motieven”, aldus de officier van justitie. Hij zou verder met het mes hebben rondgelopen, om de bevolking angst aan te jagen.

Ziek of geradaliseerd

Malek F., een stateloze Palestijn die in 2014 uit Syrië vluchtte, noemde zichzelf eerder „ziek”. Hij zei te hebben geloofd dat „duivelsaanbidders” hem achtervolgden en wilde zich daartegen beschermen. De eerste man die hij op Bevrijdingsdag 2018 neerstak, zou hij hebben aangezien voor zo’n vijand. Hij stak daarna nog twee mensen neer. De slachtoffers raakten zwaargewond. Volgens het OM had F. „duidelijk de opzet om te doden”, al verklaart hij van niet. Ook zou de verdachte geschrokken zijn toen hij hoorde dat een van de slachtoffers een moslim was, iets was hij later zelf ontkende.

Het motief en de radicalisering van Malek F. vormen een groot discussiepunt in de zaak. Zijn radicalisering kwam volgens experts voort uit persoonlijke motivaties, niet politieke. Het OM wijst erop dat F. radicale uitspraken heeft gedaan, op momenten waarin hij zich „onbespied waande”. Zo zei hij eerder als martelaar te willen sterven, noemde hij zichzelf „een soldaat van god” en prees hij Mohammed B., die Theo van Gogh doodde. Op die uitlatingen kwam F. later, tegenover politiemensen of in de rechtbank, terug. Hij zei daarover dat hij stemmen hoorde. Volgens het OM probeerde de man zo zijn uitspraken in zijn voordeel af te zwakken.

Bij de eis speelt wel mee dat gedragsdeskundigen een stoornis bij hem hebben vastgesteld. Zij verklaarden eerder dat hij volledig ontoerekeningsvatbaar was en in een psychose zat. Het OM noemt hem gedeeltelijk toerekeningsvatbaar en stelt dat de steekpartij hem wel aangerekend kan worden.