Opinie

Hugo de Groot contra Vladimir Poetin: casus MH17

Het MH17-onderzoek openbaart een diepe kloof in de juridische cultuur, weet Hubert Smeets. In Rusland komt alle macht uit de loop van een geweer.

Hubert Smeets

Wat het MH17-onderzoek ook oplevert, Moskou legt zich er niet bij neer. „De aanpak bevalt ons niet”, zei niemand minder dan president Poetin zelf tegen de BBC, nadat het openbaar ministerie (OM) vorige week had aangekondigd dat de dagvaardingen tegen de verdachten – drie Russische burgers en een Oekraïner – nu de deur uit kunnen.

Dankzij deze categorische afwijzing van de Nederlandse justitie kon Poetin de ogen sluiten voor een specifiek detail dat in de presentatie van het OM opdook: namelijk die ene dia die illustreerde dat er zes dagen voor de crash van 17 juli 2014 direct telefonisch contact was geweest tussen zijn adviseur Soerkov, de ‘Oekraïne-curator’ van het Kremlin, en de Russische ‘vrijwilliger’ Borodaj, indertijd premier van de separatistenrepubliek Donetsk.

Hun gesprek ging over de militaire hulp die de opstandelingen in de zomer van 2014 dringend nodig hadden. De conversatie op zich is geen smoking gun. Opmerkelijk is echter wel dat Soerkov en Borodaj op die 11de juli niet via een Oekraïens telefoonnummer communiceerden, zoals andere Russische rebellen, maar via een Russische lijn. De ambtenaar in het Kremlin vanaf nummer +7 926 5318528; de premier in Donetsk vanaf +7 926 5318514. Afgaande op code 926 waren hun sim-kaarten geleverd door dezelfde provider: Megafon. Ook hun nummers verschilden amper van elkaar: alleen de laatste twee cijfers. Kwamen de sim-kaarten uit hetzelfde doosje, zoals de paspoorten van de Russen van de militaire inlichtingendienst GROe die april 2018 werden opgepakt toen ze in Den Haag bezig waren met een operatie tegen de Organisatie voor het Verbod van Chemische Wapens? Belden Soerkov en Borodaj met zogeheten burners, goedkope mobieltjes voor tijdelijk gebruik?

De dia met de mobiele nummers is volgens procureur-generaal Joeri Loetsenko in Kiev mede gebaseerd op informatie van de Oekraïense geheime dienst SBOe, die circa 600 relevante gesprekken zou hebben getapt. Wetend dat de SBOe belangen heeft, die niet per se samenvallen met Nederlandse waarheidsvinding, gaat hoofdofficier Westerbeke van het Joint Investigation Team (JIT) voorzichtig om met materiaal uit Kiev. Misschien daarom presenteerde het OM het Oekraïense opsporingsbericht tot nu toe niet waarin de dienst stelt dat twee verdachten – Girkin en inlichtingenman Doebinski – op de rampdag om 11.24 uur, vijf uur voor de crash, een derde in de keten van het Boek-transport toevertrouwden dat ze een dag eerder nog met het „topniveau in Moskou” hadden gesproken.

Die behoedzaamheid van het OM is strategie. Justitie werkt stapsgewijs. Telkens als ze naar buiten treedt, komt er iets nieuws aan het licht. Elke keer gaat er zo weer een deur dicht. Dat de speurtocht zo dichter bij het Kremlin komt, is niet haar eerste zorg, maar hooguit een politiek probleem voor Buitenlandse Zaken. Wettig en overtuigend bewijs, daar gaat het om. Deze Nederlandse taal spreken ze niet graag in Moskou, met zijn rechtssysteem dat zo is opgetuigd dat het allereerst de staat dient.

Het MH17-onderzoek openbaart aldus een diepe kloof in de juridische cultuur van beide landen. Waar Rusland ervan uitgaat dat alle macht uit de loop van een geweer komt, verschanst Nederland zich achter Hugo de Groot, de 17de-eeuwse grondlegger van het (internationale) recht. Qua vuurkracht schiet Nederland tekort. In juridisch vermogen is Moskou de zwakkere.

Grotius contra Poetin: hun high noon is in aantocht.

Oost-Europa-expert Hubert Smeets werkt bij het kenniscentrum Raam op Rusland. Hij schrijft om de week met redacteur geopolitiek Michel Kerres over de kantelende wereldorde.