Hoe jeuken de haren van de eikenprocessierups?

Durf te vragen De eikenprocessierups rukt op. Waarom hebben we zo’n last van deze dieren?

Foto iStock

‘Dertig jaar eikenprocessierups. Het is een feestjaar”, zegt arts en medisch milieukundige Henk Jans. Hij was erbij toen er in 1989 een melding kwam van een vreemd fenomeen in een paar bomen. Samen met een bioloog en een inspecteur ging hij erheen en riep voor de determinatie ook de hulp in van de Vlindertuin in Emmen. Het bleken processierupsen. Sindsdien geeft hij advies over de medische klachten. Hoe werken die haren van eikenprocessierupsen precies?

De eikenprocessierupsvlinder (Thaumetopoea processionea) is één van de 2.400 soorten nachtvlinders in Nederland. Als rups hebben ze lange, ongevaarlijke haren en kleinere irriterende brandharen, zo’n 700.000 per rups. Die brandharen zijn 0,1 tot 0,3 mm groot en zitten als een soort borsteltjes op de rug van de rups. Ze zijn pijlvormig en hebben weerhaakjes aan het uiteinde. De rups laat ze los, tijdens een aanraking of door de wind. „Je kunt dat niet met het blote oog zien gebeuren, daar zijn de haartjes te klein voor”, zegt Jans. In die brandharen zit een giftig eiwit, thaumetopoeïne, voor het eerst beschreven in een Franse studie in 1986.

Vierde, vijfde en zesde vervelling

Wanneer de dieren uit het ei kruipen, hebben ze de brandharen nog niet. Ook niet tijdens de eerste drie vervellingen. Pas bij de vierde, vijfde en zesde vervelling zijn ze aanwezig. De oude rupsenvellen blijven met haar en al achter in het nest. Jans: „Die nesten zijn dus het probleem. Daarin zitten miljarden brandharen.”

De vlinder, een bruin, mot-achtig dier, heeft de brandharen trouwens niet meer. „Maar als de vlinder uit zijn pop kruipt, en nog een beetje nat is als hij het nest verlaat, kan hij de haren wel met zich meedragen”, zegt Silvia Hellingman van het Kenniscentrum Eikenprocessierups.

Brandharen kunnen drie typen klachten veroorzaken bij mensen. Als eerste vormen de weerhaakjes kleine, pijnlijke wondjes in de opperhuid, ogen of longen. Wanneer vervolgens de haartjes breken, komt de thaumetopoeïne vrij. Daarop reageren huid en slijmvliezen binnen een paar uur. De huid wordt rood, er ontstaan bulten en pijn. In de longen zwelt het slijmvlies op; er kan kortademigheid ontstaan. „Dat noem je een pseudo-allergische reactie”, gaat Jans verder. „Het lijkt op een allergie, maar er zijn geen afweerstoffen terug te vinden in het bloed.” Een ‘echte’ allergische reactie ontwikkelen is ook mogelijk. Mensen kunnen dan dikke ogen en lippen krijgen. „En in enkele gevallen kan het leiden tot een levensgevaarlijke shocktoestand waarbij de bloeddruk daalt en iemand hartproblemen krijgt”, zegt Jans.

Kauwen en mezen eten ze

En dieren? Paarden, schapen en honden kunnen gezwollen slijmvliezen en diarree krijgen van brandharen. Maar sommige vogels lijken wel tegen de rups te kunnen. Op internet staan tal van filmpjes van koolmezen en kauwen die rupsen gewoon eten. Soms schudden ze eerst de haren van de rups af. Vogelgedragsbioloog Kees van Oers (Nederlands Instituut voor Ecologie) heeft de filmpjes ook bekeken. „Koolmezen kunnen de rupsen tijdens de eerste drie stadia in elk geval eten”, zegt hij. Voor de overige stadia durft hij dat niet met zekerheid te zeggen, maar hij heeft recent niet opeens heel veel mezen bij de rupsennesten zien zitten. In onderzoek uit Spanje en Portugal vond hij wel dat koolmezen de rupsen van dennenprocessierupsen kunnen eten zonder de huid daarbij op te eten.

„Het lijkt erop dat het gif niet aangrijpt op het immuunsysteem van de koolmezen”, zegt hij. „Dat is vaker zo, bij sommige vogels doet bepaald insectengif niets.” Maar er zijn nog geen goede tests gedaan, het lijkt hem dus een geschikt toekomstig onderzoek voor in zijn koolmezenlab.

Wekelijks zoekt de redactie wetenschap het antwoord op een veelgestelde vraag. Ook een vraag? durftevragen@nrc.nl