Opinie

Het Nederlandse vrouwenvoetbal is aan de winnende hand. Maar hoe lang nog?

Vrouwenvoetbal De succesformule die het Nederlands vrouwenelftal tot dit WK bracht, bestaat niet meer, schrijft . De oplossing, concentratie van talent, ligt voor de hand.

Shanice van de Sanden na de gewonnen wedstrijd van het Nederlands elftal tegen Kameroen, op het WK, 15 juni 2019.

Foto EPA

Het Nederlands elftal staat zaterdag in de kwartfinale. Daar zijn we trots op. Maar ondertussen neemt de kans dat de talenten van morgen, de tienjarige meisjes van nu, ook ooit in de kwartfinale van het wereldkampioenschap komen te spelen, af. Om de vraag ‘hoe nu verder’ te beantwoorden, moeten we eerst vaststellen waar het Nederlandse vrouwenvoetbal momenteel staat. En dan moeten we eerst de vraag beantwoorden waarom het Nederlands elftal het zo goed doet.

We moeten af van het idee dat dit succes uit de lucht is komen vallen, dat we alleen nú een gouden lichting hebben. Die gouden lichting hebben we door de jaren heen gehad. Werd er voorheen dan niet gepresteerd, vraagt men vaak aan mij, bondscoach van 2004 tot 2010. Zeker, antwoord ik dan, er werd goed gepresteerd. Voorafgaand aan het winnen van de Europese titel in 2017 had het Nederlandse vrouwenelftal immers al drie keer een kwartfinale gespeeld.

In 2009 haalde het elftal de halve finale van het Europees Kampioenschap (EK). We stonden toen in de spotlights, onze status groeide tijdens dat toernooi. Als klap op de vuurpijl werd de halve finale live uitgezonden op NPO1 – de eerste keer dat een wedstrijd van het vrouwenvoetbal live op televisie was. Weinigen wisten toen dat er een Nederlands elftal voor vrouwen bestond, laat staan dat ze wisten wanneer de vrouwen speelden.

Dat overkwam ons wel vaker. Een dag voor de belangrijkste kwalificatiewedstrijd van het EK 2009 belde een journalist op met de vraag waar „de vrouwtjes” zouden spelen. De teammanager gaf hem het telefoonnummer van Madurodam.

De stilte die het vrouwenelftal tien jaar geleden nog omhulde, is verdwenen. Het elftal kwam in de belangstelling, de speelsters waren klaar voor grote wedstrijden. Zij hadden inmiddels de veelbesproken jeugdopleiding achter de rug, nieuwe speelsters werden geselecteerd omdat ze beter waren dan de huidige – niet omdat iemand stopte, zoals in de jaren daarvoor.

Lees ook: Verliezen is nu geen optie meer voor de Oranjevrouwen

Vanaf begin jaren negentig werd gemengd voetbal speerpuntbeleid: jongens en meisjes gingen zo lang mogelijk samen voetballen. Daardoor verbeterde het vrouwenvoetbal flink. Bovendien werd per district selectievoetbal gespeeld; het Jeugdplan Nederland bestond uit regio- en district-teams. Uit deze teams werden de beste speelsters (vanaf zestien jaar) geselecteerd voor de twee landelijke talententeams. Uit deze talententeams konden speelsters doorstromen naar een goede competitie, de in 2007 opgezette eredivisie voor vrouwen.

Losgelaten principes

De laatste stap in het ontwikkelingsplan van de KNVB voor vrouwenvoetbal was dat de speelsters van het nationaal elftal na het EK 2009 in het buitenland zouden voetballen met een profcontract, of van de NOC*NSF de A-status zouden krijgen, indien zij de halve finale zouden halen. Dan kon iedere speelster fulltime als prof voetballen. Dat is gelukt.

Vanaf 2009 ging het vrouwenvoetbalbeleid, dat 25 jaar in de anonimiteit plaatsvond, vruchten afwerpen. Na de doorbraak op het EK schopten de speelsters die het plan hadden doorlopen het tot buitenlandse topclubs. In 2017 werd het Nederlands vrouwenelftal Europees kampioen. Het team dat nu speelt, heeft een goede opleiding genoten. De speelsters hebben met en tegen jongens gevoetbald tot minimaal hun zestiende jaar, speelden wedstrijden met hun regio- en districtselecties en zijn geleidelijk opgeklommen. Het traject dat talentvolle pupillenmeisjes nu doorlopen, ziet er helaas anders uit.

Lees ook: Garagedeur of WK: Miedema scoort overal

De KNVB heeft het beleid van gemengd voetbal in 2010 losgelaten. Sindsdien streeft het naar meisjesteams en -competities voor alle categorieën, ook onder de twaalf jaar. Dit betekent dat talentvolle speelsters die over drieduizend verenigingen zijn verdeeld, zowel met als tegen beginners voetballen. Daardoor spelen ze onder hun niveau. Bovendien zijn de regio- en districtteams die talenten bundelden, weggesaneerd. Er zijn slechts regiotrainingen voor in de plaats gekomen, want de competitie-activiteiten op selectieniveau zijn geschrapt. Per augustus 2019 bestaan ook de twee landelijke talententeams niet meer; talentvolle speelsters worden straks verspreid over de jeugdopleidingen van de negen clubs die bij de eredivisie voor vrouwen zijn aangesloten. Het principe ‘de beste speelsters met en tegen de beste speelsters’ is dus losgelaten. Ook de satellietclubs die gekoppeld waren aan de eredivisieclubs, bestaan al jaren niet meer. Daardoor speelden de bankzitters bij de topclubs ook geen wedstrijden. Na een jaar bankzitten haakten velen af – zij gingen verloren voor het Nederlandse vrouwenvoetbal.

Kwaliteitsverlies van de opleiding

Een ander probleem is dat de eredivisieclubs sinds 2010 een groot deel van hun subsidie hebben verloren. Het wegvallen van een deel van de begroting heeft een negatief effect op de samenstelling van de technische staf en ondersteunend personeel van de vrouwenteams.

Kwaliteitsverlies van de huidige talentenopleiding zal de prestaties van Oranje in de toekomst negatief beïnvloeden. De volgende generatie coaches zal worden afgerekend op de fouten die de technische staf van de KNVB nu maakt. De succesformule die leidde tot de halve finale van 2009, de Europese titel van 2017 en het WK nu, bestaat niet meer. (We kampen met een afgekolfd gemengd voetbal, minderwaardig selectievoetbal op districtniveau, verwaterde jeugdopleidingen en er is geen competitie voor bankzitters.

Ondertussen krijgen eredivisieclubs meer verantwoordelijkheden om vrouwen op te leiden, maar moeten ze het met minder subsidie stellen. De meeste clubs kunnen dat niet aan. Het is wachten op de conclusie dat de eredivisie voor vrouwen niet levensvatbaar blijkt.

De oplossing is simpel. De KNVB moet het lef hebben om toe te geven dat sportontwikkeling een vak is, en dat het beschreven traploze ontwikkelingspad dat er in 2009 voor ieder talentvol meisje lag, hersteld moet worden. Speelsters kunnen dan tot hun zestiende dicht bij huis gemengd spelen in club en district-teams en daarmee een vrijwel kosteloze topsportopleiding genieten. Die clubopleiding als basis is van groot belang. De weg naar het Nederlands elftal, die liep via talententeams, satellietclubs en eredivisieteams, moet worden hersteld. Het kost minder geld dan de huidige plannen, terwijl het kwalitatief beter is. Niet voor niets wordt er al jaren gestreefd naar een regionale jeugdopleiding voor de jongens. Daar had men door dat het principe van ‘concentratie van talent’, zoals we dat voordeden in het meisjesvoetbal, de enige weg is om een optimaal ontwikkelingspad te bieden. De enige weg naar continuïteit van het succesvolle vrouwenvoetbal is de verdere professionalisering van de sport.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.