Syriëmissie: het kabinet kan nu moeilijk nog terug

Verzoek om steun De VS verzochten al in mei om militaire steun. Het kabinet zegt er „welwillend” tegenover te staan. Maar hóé, dat blijft in het midden.

Ank Bijleveld, minister van Defensie, en Stef Blok, minister van Buitenlandse Zaken, tijdens een debat in de Tweede Kamer.
Ank Bijleveld, minister van Defensie, en Stef Blok, minister van Buitenlandse Zaken, tijdens een debat in de Tweede Kamer. Foto Remko de Waal/ANP

De internationale missie in Syrië waarvoor de Amerikanen om Nederlandse militairen vragen, mag „geen wederopbouwmissie” zijn, maar vraagt om „militaire middelen op de grond”. In een interview met de Volkskrant zette de Amerikaanse ambassadeur Pete Hoekstra donderdag een debat in Nederland op scherp.

Want een stevige militaire inzet in het geopolitieke wespennest Syrië ligt politiek gevoelig in Nederland. Onder welk volkenrechtelijk mandaat zou een dergelijke missie moeten plaatsvinden? En kan de krijgsmacht een nieuwe missie wel aan? Afgelopen mei beëindigde Nederland de deelname aan de VN-missie in Mali, omdat de krijgsmacht moegestreden was en eerst zichzelf weer op orde moest krijgen. Minister Ank Bijleveld (Defensie, CDA) laat zich daarom niet opjagen door Hoekstra. „Wij nemen kennis van wat Hoekstra zegt”, aldus een woordvoerder, „en wachten verder op de uitkomsten van ons eigen onderzoek naar welke bijdrage we kunnen leveren in Syrië.”

De Amerikaanse vraag om steun in Syrië kwam al eerder dit jaar. Aan de dertig landen die onderdeel zijn van de anti-IS-coalitie verzochten de VS om hulp bij het creëren van een zogeheten „veiligheidsmechanisme” in het noordoosten van Syrië. Een soort bufferzone om ervoor te zorgen dat IS niet opnieuw voet aan de grond krijgt.

Lees ook Dit is het wespennest waarin Nederlandse troepen terecht zouden komen

Want IS is territoriaal verslagen, maar de dreiging is niet verdwenen en de voedingsbodem voor extremisme bestaat nog steeds. Veel IS-strijders zijn ondergronds gegaan. Het gedachtegoed is allerminst verslagen.

Nadat de VS eind mei een officieel verzoek tot steun hadden gedaan in Den Haag, liet het kabinet vorige week weten dat het de mogelijkheden onderzoekt. De invulling daarvan bleef echter nadrukkelijk in het midden. In de brief die minister Bijleveld en Stef Blok (Buitenlandse Zaken, VVD) stuurden, staat dat het om „een bijdrage” gaat. Bijleveld voegde daar later aan toe dat die bijdrage „militair of civiel” kan zijn, en dat het kabinet er „welwillend” tegenover staat.

Scherpe kritiek

„Daarmee is de minister wel een beetje op de zaken vooruitgelopen, natuurlijk”, zegt Bram van Ojik (GroenLinks). „Als je hebt gezegd dat je welwillend bent, kom je daar niet meer zo makkelijk van terug.”

De Amerikaanse ambassadeur Hoekstra zegt nu dat hij verwacht dat Nederland wel over de brug komt na de scherpe kritiek die Nederland had op de aangekondigde terugtrekking van de VS uit Syrië. Eind december kondigde president Trump aan de Amerikaanse troepen terug te trekken.

Joël Voordewind (ChristenUnie) snapt de oproep van Hoekstra daarom ook. „In december zeiden wij al dat we de Amerikanen, die in Syrië het vuile werk opknappen, niet in de steek kunnen laten. Hoe die bijdrage er vervolgens uit moet zien, is aan het kabinet. Maar ik snap dat de ambassadeur hoog inzet.”

Lees ook Wat zouden Nederlandse militairen kúnnen doen in Syrië?

Andere partijen houden zich op de vlakte. Zij willen eerst het voorstel van het kabinet afwachten. In Nederland informeert de regering de Eerste en Tweede Kamer vooraf over de inzet van militaire middelen, maar hoeft niet om toestemming te vragen. In de praktijk neemt een kabinet nooit die beslissing zonder dat daarvoor een meerderheid is.

Wat Nederland in de praktijk kan leveren, is zeer de vraag. De krijgsmacht loopt op zijn tandvlees na decennia van bezuinigingen. De terugtrekking uit Mali was een vurige wens van Defensie – die zijn basisgereedheid niet op orde heeft. Tot eind vorig jaar zette Nederland wel F-16’s in voor missies boven Irak en Oost-Syrië. Maar of die opnieuw inzetbaar zijn, is de vraag.

Wel zijn missies onder militairen populair. Voor jonge jongens en meisjes zijn missies een belangrijke reden om voor Defensie te gaan werken. Nederland heeft weliswaar militairen uitgezonden in zeventien landen, maar de meeste missies zijn beperkt – soms met maar één militair. Nadat Nederland uit Mali was vertrokken, startte het kabinet wel een nieuwe trainingsmissie in Afghanistan.

Op donderdagmiddag kwam de anti-IS-coalitie bijeen in Brussel, waar het Amerikaanse verzoek en de invulling van Hoekstra zeker zijn besproken. Maar over die besprekingen praten de deelnemende landen nooit met de pers.