‘Amsterdamse raad zwicht voor emotionele chantage’

Slavernij Een meerderheid van de Amsterdamse raad wil excuses aanbieden voor de slavernij. Historische geste of lege symboliek?

Het Nationaal Monument Slavernijverleden tijdens de nationale herdenking van de afschaffing van de slavernij in het Oosterpark, Amsterdam.
Het Nationaal Monument Slavernijverleden tijdens de nationale herdenking van de afschaffing van de slavernij in het Oosterpark, Amsterdam. Foto Remko de Waal/ANP

„Kijk,” zegt Mitchell Esajas, „dit is ook wel interessant om te laten zien.” Hij opent een houten kist en haalt er een loodzwaar ijzeren voorwerp uit: een keten. „Deze ring ging om een paal,” zegt hij terwijl hij hem optilt. „En deze om de enkel van een tot slaaf gemaakte.”

Esajas is initiatiefnemer van de Black Archives, een bibliotheek over het koloniale verleden, de slavernij, racisme en zwarte emancipatie. Op zolder in het Hugo Olijfveldhuis in Amsterdam staan rijen met boeken, archiefstukken en posters. Er hangt een T-shirt met de tekst ‘Zwarte Piet is racisme’ – Esajas is ook een drijvende kracht achter de actiegroep Kick Out Zwarte Piet.

Deze week werd bekend dat een ruime meerderheid van de Amsterdamse gemeenteraad excuses wil aanbieden voor het Amsterdamse aandeel in de slavernij. Het college staat „welwillend” tegenover het plan, zo liet wethouder Rutger Groot Wassink (GroenLinks) weten. Hij laat het komende jaar onderzoek doen naar de rol van de Amsterdamse gemeente in de slavernij. Op 1 juli 2020, tijdens de jaarlijkse slavernijherdenking Keti Koti, zouden de officiële excuses moeten worden uitgesproken.

Lees ook: Langzaamaan viert Nederland nu Keti Koti

Een historische geste of lege symboliek? De meningen over het Amsterdamse initiatief lopen uiteen, blijkt uit een kleine rondgang langs Surinaamse en Caraïbische Nederlanders die zich met het slavernijverleden bezighouden.

Aan de ene kant: activisten en onderzoekers als Mitchell Esajas, die al langer roepen om genoegdoening voor het leed op de plantages. „De stad profiteerde als mede-eigenaar van de kolonie Suriname van de slavenhandel”, zegt Esajas. „Dus is het een logische en rechtvaardige stap.”

Radiopresentator Glenn Codfried besteedde deze week uitgebreid aandacht aan de slavernij-excuses op zijn zender Radio Mart. Ook hij vindt Amsterdamse excuses een stap naar gerechtigheid. „Er is compensatie voor de Holocaust, zoals je deze week zag met die herstelbetalingen door de NS”, zegt Codfried vanuit zijn studio in Amsterdam-Zuidoost. „Maar als het gaat om Nederlanders van Afrikaanse komaf, lijkt het alsof ze niet tot het menselijke ras behoren. Dan zijn we in Nederland geneigd te doen alsof het verleden niet bestaat, alsof de misdaden niet zijn gepleegd.”

Wel zien Esajas en Codfried de Amserdamse excuses slechts als een eerste stap. Uiteindelijk, zo vinden ze, moet ook de Nederlandse staat sorry zeggen – en herstelbetalingen doen aan de nazaten van de slaven. „Excuses zonder enige vorm van compensatie zijn een lege huls”, zegt Esajas. „Dan kun je ze beter voor je houden.”

Codfried zou ook graag zien dat er iets gedaan wordt aan het ‘AOW-gat’ van Surinamers die in 1975 naar Nederland kwamen, na de onafhankelijkheid van hun land. „Zij hadden tot die tijd geen recht op de oudedagsvoorziening opgebouwd, ook al werkten ze onder de Nederlandse vlag.”

‘Kromme mond’

Maar niet alle Surinaamse en Antilliaanse Nederlanders zitten te wachten op het Amsterdamse sorry. Zoals Roy Ristie, voorzitter van het comité dat ieder jaar een slavernijherdenking organiseert op het Surinameplein in Amsterdam. Het initiatief van deze week noemt Ristie „een politiek besluit dat geen waarde voor mij heeft, en met mij vele anderen”. Van het woord excuses krijgt hij „een kromme mond”. Het gaat, zegt Ristie, om „besef” en „vergiffenis”, en die hoeven niet per se vanuit de politiek te komen. Als er iemand sorry zou moeten zeggen, is het koning Willem-Alexander. „Het koningshuis representeert het geweten van de natie. De burgemeester of premier is maar een tijdelijke manager.”

Ook de Amsterdamse oud-wethouder Hannah Belliot is niet te spreken over het voornemen van de gemeenteraad. Volgens haar staat het vast dat er nooit herstelbetalingen zullen komen. „In geen enkel land waar ooit excuses zijn gemaakt voor de slavernij, zijn ooit succesvolle claims gevolgd. Zelfs niet in de VS, hét land van de claims.” Excuses, denkt Belliot, zullen dus „op langere termijn alleen maar tot meer frustratie leiden”.

Bovendien, zegt Belliot, geeft het Amsterdamse stadsbestuur met excuses toe aan „emotionele chantage” door activisten „die niet de hele gemeenschap vertegenwoordigen”. Ze denkt dat excuses niet tot verzoening zullen leiden, maar „polarisatie” in de hand werken. „Als je zegt: we kunnen pas verder na excuses, ben je als zwarte gemeenschap nog steeds afhankelijk van een witte man. Dat is een soort zelfopgelegde vernedering.”

Mitchell Esajas is het daar niet mee eens. „We smeken niet om excuses, we eisen ze. Mensen zijn al lang verder, maar het is een feit dat de slavernij nog steeds doorwerkt in racisme en structurele ongelijkheid. De staat heeft de morele verplichting die blokkades weg te nemen.”

Esajas pakt een document. ‘Opheffing der slavernij’, staat erop in zwierige letters. En het bedrag van 60.000 gulden. Dit is een ‘wisselbrief’: de financiële compensatie die plantagehouders van de Nederlandse staat kregen bij de afschaffing van de slavernij. Omgerekend: 300 euro per slaaf in Suriname, 200 op Curaçao.

Dat de plantagehouders genoegdoening kregen en de slaven en hun familie niet, vindt Esajas misschien wel het allerpijnlijkst. Dit is de Hollandse koopmansgeest in al zijn brute naaktheid. En, zegt Esajas: die zal zich weer manifesteren als er geen herstelbetalingen komen. „Dan prevaleren opnieuw economische belangen boven ethische en morele argumenten.”