Recensie

Recensie Boeken

Een mooi associatiespel van twee gesloten boeken

Siel Verhanneman De therapeute en haar patiënt mogen dan gevoelens voor elkaar koesteren, maar in deze subtiele roman gaan die van de hulpverlener toch vooral uit naar de vader van haar patiënt.

Het cliché wil dat ook het geestelijk leven van een therapeut lang niet altijd over rozen gaat. Tijdens de sessie dwalen de gedachten van de helper stilletjes af naar eigen sores: een verloren vader, een verbroken relatie, een overleden kat. En die hulpbehoevende stakker maar snotteren, terwijl de psycholoog of psychiater glazig naar de tissuedoos staart.

Zo vergaat het ook Lander en zijn therapeute Saskia in Of iedereen gaat dood van Siel Verhanneman (1989). Terwijl laattwintiger Lander via verhalen over ex-liefjes en cafébezoeken zijn onderliggende probleem uit de doeken doet, kiezen Saskia’s gedachten een andere afslag. De richting die Verhanneman daarvoor gekozen heeft, doet gelukkig allerminst clichématig aan: waar we aanvankelijk zien hoe zowel Lander als Saskia gevoelens voor de ander ontwikkelt, richten de pijlen van Saskia’s affectie zich na verloop van tijd op Landers dode vader, die in haar hoofd levensechte proporties aanneemt. Deze geest verwordt zo tot een bestaand figuur, over wie ze vol trots vertelt op feestjes, die ze zelfs lijkt te voelen wanneer hij haar in gedachten aanraakt.

Maar hoe vertelt ze dit alles aan haar cliënt Lander? Die worstelt intussen met het verlies van de belangrijkste man in zijn leven, en ontwikkelt een dwangneurose die hem noodzaakt drie keer het toilet door te spoelen, drie keer de deurklink aan te raken. Een poging tot bezwering van de dood is het, tot het verkleinen van de angst dat ook andere dierbaren hem zullen verlaten.

Dankzij het dubbele perspectief is Of iedereen gaat dood geen vlak verhaal over Saskia’s gedachten die een loopje met haar nemen, maar krijgen we ook toegang tot Lander. Daarin schuilen meteen de mooiste passages van de roman: de overpeinzende geest geeft Verhanneman, die eerder poëzie publiceerde, alle dichterlijke vrijheid. Zijn meest dwangneurotische gedachten geeft zij passend in kapitalen en afgebroken zinnen weer: ‘SLA JEZELF/ OF GROOTMOEDER / GAAT DOOD’, ‘OF SASKIA / OF SASKIA / OF SASKIA’.

Intussen ontvouwt Verhanneman de geheimen van haar personages mooi subtiel: dat Saskia aanvankelijk gevoelens voor Lander koestert, dat hij beurtelings onder zulke sterke dwanggedachten gebukt gaat dat Saskia verliefd wordt op zijn vader, al die feiten sluipen stilletjes en toch helder het verhaal binnen. Die laatste, wat vreemde vader-therapeutemanoeuvre vergeven we Verhanneman dankzij haar prachtige poëtische taalgebruik, dat Landers behoefte aan herhaling in een wonderschone stijl neerzet.

Ook het antwoord op de vraag of de gevoelens van therapeut en cliënt wederzijds zijn, houdt de schrijfster zo mooi lang in het midden. Wanneer Lander masturbeert, weten we niet zeker of hij aan Saskia of aan een andere vrouw denkt. En als hij haar vraagt of ze liever zijn moeder of zijn lief zou zijn, is dat misschien een verkapte liefdesverklaring, of slechts een provocatie.

Of iedereen gaat dood ontwikkelt zich zo tot een mooi associatiespel van twee hulpbehoevende geesten die evenveel uitspreken als verzwijgen, om elkaar heen draaien, elkaar proberen te bereiken, maar in plaats daarvan de lezer vooral hun eigen, geïsoleerde levens tonen. Saskia en Lander zijn twee gesloten boeken, die Verhanneman op vernuftige wijze voor ons openpeutert.