De vertalers van ‘Le Petit Prince’ verhalen

Zap In ‘Het Wonder van Le Petit Prince’ horen we verhalen van sommige van de 392 vertalers van het boek. Tijd om het zelf te (her)lezen.

Vertaler Kerttu Vuolab met haar vertaling van De Kleine Prins in het Sami (Het wonder van Le Petit Prince, NTR)
Vertaler Kerttu Vuolab met haar vertaling van De Kleine Prins in het Sami (Het wonder van Le Petit Prince, NTR)

Als u dit leest, is alles toch nog op zijn pootjes terecht gekomen, maar de productie van dit stukje was vertraagd doordat ik donderdagavond laat zeer dringend De Kleine Prins van Antoine de Saint-Exupéry moest herlezen. Ik had het decennia niet aangeraakt, maar het verlangen om het te lezen was wakker gekust door een televisieprogramma. Gelukkig stond het nog in de kast, het verhaal van het buitenaardse jongetje dat bij de mensen landt en zich verwondert over hoe die wezens langs elkaar heen leven en vreemde keuzes maken.

Zo ontmoet de prins een koopman die dorstlessende pillen verkoopt waardoor een mens nog maar eenmaal per week hoeft te drinken, hetgeen 53 minuten uitspaart. „Als ik drieëenvijftig minuten over had, dacht het prinsje bij zichzelf, dan liep ik heel rustig naar een bron.” Als ik hem goed begrijp, kunt u de dorstlessende pil die deze column is nu beter even terzijde schuiven en De Kleine Prins lezen (herlezen, hoop ik). Meer dan 53 minuten hoeft het niet te kosten.

Bent u er weer? Mooi, dan kunnen we beginnen. Sinds 1943 schijnt Le Petit Prince in 392 talen te zijn vertaald. Dat is zo’n wetenswaardigheid waarmee je eigenlijk niet veel meer mee kunt dan er zachtjes aan twijfelen, maar Marjoleine Boonstra destilleerde er een bijzondere film uit: Het wonder van Le Petit Prince. Met zoveel vertalingen, dacht ze, moeten er in alle uithoeken van de wereld kleine prinsjes rondlopen in de verbeelding van lezers. Tot in de allerkleinste taalgebieden hebben mensen besloten het boek te vertalen.

Sami

Boonstra – haar film werd donderdag door de NTR uitgezonden in Het Uur van de Wolf – zocht vier van die vertalers op. Prachtig was het portret van Kerttu Vuolab, een vrouw die hoog in het noorden van Finland woont. Toen ze naar een kostschool werd gestuurd, mocht ze daar haar moedertaal, het Sami, niet spreken. Doodeenzaam sloot ze zich op in het schooltoilet. „Ze wisten niet dat ik mijn eigen nestje in het toilet had gebouwd.”

In de schoolbibliotheek kreeg ze uiteindelijk De Kleine Prins toegestopt – het boek dat haar eenzaamheid een beetje verlichtte en dat ze later besloot te vertalen. „Wij wekken de put en hij zingt”, citeert ze de kleine prins in het Sami. Water is dat wat leven geeft, zegt Vuolab. Of neemt, want eerder heeft ze verteld hoe haar zusje als kind verdronk. Inmiddels verzorgt ze al twintig jaar haar oude moeder in een houten huis in de sneeuw.

Nawat

Zo vloeien bij Boonstra vertaler, taal en het boek samen. Dat ook talen eenzaam kunnen zijn, blijkt in El Salvador. Daar wordt Le Petit Prince vertaald in het Nawat, een inheemse taal die lang verboden was na een bloedig neergeslagen opstand in 1932. Sindsdien verstopten Nawatsprekende vrouwen zich onder hun bedden als de politie opdook.

Nu is de jongste spreker van het Nawat boven de vijftig, de meesten zijn tachtig of negentig. Jorge Lemus is vastberaden om Saint-Exupéry in het Nawat te vertalen, maar spreekt de taal zelf onvoldoende. Dus zit hij met drie oudere, vrijwel analfabete vrouwen in een lokaal en legt hij ze zinnen uit het boek voor. Want als de kleine prins tegen de ontluikende (maar o zo ijdele) roos zegt dat ze mooi is, wat zou hij dan in het Nawat zeggen? „Galanachín”, zegt de eerste vrouw. „Tiga galanachín”, oppert een ander.

We zien hoe de taal woord voor woord uit de laatste sprekers van het Nawat wordt getrokken en veilig gesteld in Le Petit Prince– een schitterend beeld.

Nu u dit stukje uit heeft, begrijpt u vast wel dat u de komende 53 minuten aan Het wonder van Le Petit Prince moet besteden.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.