‘De dokter kreeg altijd ’t beste stuk vlees’

Artsendynastie De familie Snijders runt in Limburg al honderd jaar een huisartsenpraktijk. Grondlegger Pake liet ooit een lichaam opgraven.

Vier generaties artsen in beeld: Gitte Snijders (tweede van links), Enny Snijders (rechts vooraan), Hans Snijders (derde van rechts) en Miep Snijders (midden).
Vier generaties artsen in beeld: Gitte Snijders (tweede van links), Enny Snijders (rechts vooraan), Hans Snijders (derde van rechts) en Miep Snijders (midden). Foto John van Hamond

Hans Snijders vindt het na een eeuw nog te vroeg voor een definitieve diagnose: „Het is óf een infectieus virus of een genetische afwijking.”

Zaterdag viert de familie Snijders dat ze al honderd jaar een dokterspraktijk heeft in het Limburgse Nieuwenhagen, gemeente Landgraaf. Vier generaties van een en dezelfde familie waren er huisarts: pater familias Pake (1893-1974), zijn zonen Leon (1921-2010), George (1928-1967) en John (1934-1995), kleinzoon Hans (67) en achterkleindochter Gitte (34), die de praktijk in 2018 overnam. Bijzonder, maar de medische Snijders-dynastie is nog veel uitgebreider: 87 nazaten van Pake zijn arts of doen iets anders in de zorg.

Pake opende zijn praktijk in 1919. Zijn vier zonen werden allemaal arts, drie van zijn vier dochters trouwden er een. „Er kwamen een heleboel jonge dokters langs, die bij mijn vader het vak kwamen leren”, vertelt dochter Miep (95). Dat ze als enige de druk van thuis weerstond en „een meubelman” trouwde, vervult haar met trots. En dat terwijl ze al vanaf haar derde met Pake visites reed in zijn auto, de eerste van het dorp: „Onderweg zongen we liedjes en die bleef ik dan oefenen, als hij bij patiënten naar binnen ging.” Muziek was, naast het medische vak, de tweede passie van Pake. Hij richtte een koor op dat optrad in het Concertgebouw in Amsterdam en op de radio werd gedraaid.

Pake beschikte over mensenkennis, zeggen zijn kinderen. Miep: „Een vrouw in het dorp was ziekelijk en kreeg een verzorgster aan huis. Wij gingen met vakantie, nooit langer dan een week, want dan moest en zou mijn vader terug naar Nieuwenhagen. Bij thuiskomst bleek die vrouw overleden. Pake vertrouwde het niet en liet haar lichaam opgraven. Terecht, zo bleek. Haar echtgenoot en de verzorgster hadden iets met elkaar gekregen en hadden de vrouw vergiftigd.”

Door de heg

Pake had altijd dienst, 24 uur per dag, onder meer door de vele bevallingen. „Mijn broer Leon vond het als kleuter al uit de hand lopen”, zegt Enny (88), Pakes derde dochter. „Er kwam een keer iemand aan de deur die riep: ‘De dokter moet komen, het water is al gebroken.’ Leon vond dat ze maar naar de loodgieter moesten gaan.” Kleinzoon Hans: „Toen Leon en zijn broers later zelf arts waren, stonden mensen ’s nachts aan hun bed te rammelen omdat de deur niet op slot was gedaan. Ik heb meegemaakt dat ik thuis eindelijk even op het terras zat en dat ze door de heg kwamen.”

Tegenover dat altijd maar beschikbaar zijn, stond warmte en dankbaarheid. ‘Meneer de dokter’ kreeg vroeger het beste stuk van het geslachte varken, Indische mensen kwamen eten brengen en de plaatselijke jagersclub komt tot op dag van vandaag langs met wild.

Nieuwenhagen was door de ontwikkeling van de mijnen en de grote katholieke gezinnen een snelgroeiende gemeenschap. In 1900 had het dorp 1.382 inwoners, in 1960 8.158. De steenkolenwinning had een schaduwzijde. Veel ‘koempels’ (mijnwerkers) kampten met stoflongen. Hans: „Mijn vader werd vaak ’s nachts bij hen geroepen, als ze het ontzettend benauwd hadden. Dan diende hij een cocktail van medicijnen toe die nu niet meer zou mogen en dan kregen ze weer lucht. Maar de meesten gingen vroeg dood. Als een mijnwerker de 65 haalde, was dat al heel wat.”

Kaarten met de pastoor

In de tijden van Pake vormden de notabelen van het dorp één front. Op donderdag was er een gezamenlijke kaartavond met de pastoor, de notaris en de burgemeester. In latere jaren stonden de autoriteiten van weleer minder op een voetstuk en soms zelfs tegenover elkaar. „Ik heb vanwege euthanasie de grootste problemen gehad met een pastoor”, vertelt Hans. „Aan de telefoon noemde hij me een moordenaar. Mijn oom heeft nog veel meer over zich heen gekregen, toen hij als eerste gynaecoloog in Zuid-Nederland begon met kunstmatige inseminatie.”

Door de mijnsluitingen van zo’n halve eeuw geleden werd de Oostelijke Mijnstreek een probleemregio. Nieuwenhagen en omstreken staan hoog in allerlei zorgwekkende lijstjes: ziektes, roken, drinken, slecht eten, vroeg overlijden, weinig bewegen. „Daar wordt wel iets aan gedaan”, vertelt Gitte, „onder meer op de basisschool.” Ook tijdens het eeuwfeest ligt de nadruk op bewegen en verstandig eten. Op het programma staan onder meer een gezondheidsmarkt, een drie kilometerloop door de naar Pake genoemde Snijderslaan en een rollatorrace.