Bontbekplevier vecht voor ruimte

Strandbroeders Op het schaarse resterende broedgebied voor bontbekplevieren komen de bedreigingen van alle kanten.

Vrijwilliger Jos Boot van Vogelwerkgroep Walcheren op zoek naar broedplaatsen van bontbekplevieren op het strand bij Vrouwenpolder.
Vrijwilliger Jos Boot van Vogelwerkgroep Walcheren op zoek naar broedplaatsen van bontbekplevieren op het strand bij Vrouwenpolder. Foto Olivier Middendorp

Op het eerste gezicht is het plekje perfect. Het zand ligt net iets hoger, zodat je bij vloed droge voeten houdt en goed uitzicht hebt over de omgeving. Een kale plek met alleen wat schelpen en gruis, een stukje opzij van de strandopgang. Een eind naar rechts liggen de strandgangers van Vrouwenpolder in de zon te bakken, met op de achtergrond de Oosterscheldekering en Neeltje Jans; iets naar links is een strandpaviljoen de eerste voorbode van de drukte van Oostkapelle en Domburg, een paar kilometer verderop.

Hier, ter hoogte van paal 73 op het strand achter natuurgebied Oranjezon, liggen alleen twee naaktrecreanten op gepaste afstand van de geïmproviseerde afzetting waarbinnen eergisteren nog een paartje bontbekplevieren broedde.

Een bontbekplevier Foto iStock

Maar gisteravond was dat koppel ineens verdwenen, en ook vandaag laten ze zich niet zien. Van hun nest – een onooglijk kuiltje in het zand – is niets meer terug te zien. „Dit is de tweede dag op rij dat we niks vinden, dus ik denk dat het broedseizoen ten einde is”, constateert Jos Boot (62). Zo’n twee keer per week komt de gepensioneerde ict’er uit Zoutelande de broedplaatsen van de zeldzame bontbekplevieren inspecteren. Zo probeert hij erachter te komen wat de beste manier is om de legsels te beschermen. Sinds april zagen Boot en andere vrijwilligers van Vogelwerkgroep Walcheren vijf pogingen tot broeden, maar steeds weer verdwenen de nesten.

En dat is een probleem, want het gaat de laatste jaren niet goed met de strandbroeders; vogels die het liefst nestelen op kale zandvlakten met schelpen en grind, zoals de bontbekplevier en de strandplevier. Van de bontbekplevier telden vogelonderzoekers in de jaren 70 en 80 van de vorige eeuw nog zo’n 600 broedparen. Bij de laatste peiling van vogeltelvereniging Sovon in 2017 waren dat er nog slechts 360. De strandplevier, halverwege de jaren 70 van de vorige eeuw met zo’n 800 paren ook al niet bijzonder talrijk, behoort met 155 koppels in 2017 inmiddels tot de zeldzaamste broedvogels van Nederland.

Deltawerken

Een belangrijke oorzaak voor de achteruitgang van de vogels is de verdwijning van geschikt broedgebied, zegt Marije Kuiper, die bij Vogelbescherming Nederland werkt aan de bescherming van de plevieren. Door de Deltawerken heeft het getij in Zeeland minder invloed gekregen, waardoor de voorheen kale landjes waarop de vogels het liefst hun onopvallende nesten aanleggen, nu vol staan met vegetatie. Geschikte nestplekken zijn dus een stuk zeldzamer geworden.

Op de schaarse resterende broedplekken in de Zeeuwse en Zuid-Hollandse delta volgen vrijwilligers zoals Boot de broedpogingen van bontbekplevieren, strandplevieren en dwergsterns. Waardoor slagen die er niet meer in om legsels groot te brengen? Komt het door wandelaars of kitesurfers? Loslopende honden? Een cameraval betrapte onlangs al enkele uren na installatie een zwarte kraai die een pas ontdekt nest leegroofde.

Een normale tegenslag voor broedende vogels, zegt Kuiper. „Maar op die paar stranden langs de Noordzeekust die ze nog kunnen gebruiken, is de druk erg groot. Recreatie komt er vaak op 1, 2 en 3.”

Een cameraval betrapte een plunderende kraai.

Foto Het Zeeuwse Landschap

De plevieren bij Oranjezon voeren inderdaad een gevecht om de vierkante centimeters: vlak langs de afzetting lopen de bandensporen van de vrachtwagen van de Sligro die even verderop de strandtent bevoorraadt, en van de tractor waarmee het strand wordt ontdaan van afval – maar daarmee ook van voedselrijk aanspoelsel voor vogels. In de duinen direct erachter huizen steeds meer meeuwen, kraaien en vossen die de legsels bedreigen.

Lees ook Pionieren op een eiland van zand en moerasandijvie, over de Marker Wadden

Tot dusver zijn geen uitgebroede legsels geteld. Op het Verklikkerstrand bij Renesse kwam één kuiken ter wereld, maar dat heeft het niet gered. Alleen op niet of moeilijk toegankelijke plekken zijn succesjes te melden. Strandplevieren broedden dit jaar met succes bij de Kwade Hoek op Goeree-Overflakkee, en ook op de Marker Wadden – nieuwe natuur die de afgelopen jaren wordt aangelegd in het Markermeer.

„Het is duidelijk te zien dat het ’t beste gaat op plekken waar geen mensen komen”, zegt Kuiper. Niet alleen is er minder verstoring, ook wordt geen afval achtergelaten dat kraaien en meeuwen aantrekt.

Oude granaat

„Ik durf het nog niet hardop te zeggen”, verzucht Boot tussen de recreanten bij strandpaviljoen Aloha. „Maar het lijkt erop dat hier het broedseizoen mislukt is. Stel je eens voor: zo’n klein vogeltje vliegt misschien helemaal uit Marokko hier naartoe, heeft een mooi kuiltje gegraven voor een nest, en dan komt er zo’n kraai langs en moet hij helemaal opnieuw beginnen.”

Boot: „De conclusie kan zijn dat Oranjezon gewoon een ongeschikte plek is. Dan kunnen we het hier beter opgeven en onze energie op kansrijkere gebieden richten.”

Maar een half uurtje nadat Boot het strand heeft verlaten, stuurt natuurgids Hans Simonse (77) van stichting Het Zeeuwse Landschap een foto in de appgroep van de vrijwilligers: vier grijze eitjes met zwarte vlekken, naast elkaar in een ondiep kuiltje in het zand. Hij heeft ze die middag gevonden, vlakbij de prullenbakken bij de duinovergang, een paar meter van de plek waar de Explosieven Opruimingsdienst dat weekend nog een oude granaat tot ontploffing bracht.

Een paar dagen later is ook dit nest verdwenen. Een verdekt opgestelde camera kon niet vastleggen hoe dat gebeurde: er stond een pluk helmgras voor de lens.

Foto Olivier Middendorp
Een bontbekplevier (onder) en het nestje (boven) dat in het verhaal genoemd wordt.
Foto’s Hans Simonse, iStock
Op het strand van Vrouwenpolder werden uiteindelijk toch nog vier eitjes gevonden.
Foto’s Olivier Middendorp/Hans Simonse