Recensie

Recensie Boeken

De feministische boeken die nu bij het vuilnis staan

Marja Vuijsje Met een aangename lichtheid verweeft Marja Vuijsje het feminisme met een ode aan boeken die ooit de vrouwenemancipatie dienden, maar nu bij het vuilnis staan.

Dolle Mina's demonstreren in Amsterdam voor het opnemen van de pil in het zieknefonds, 11 oktober 1970
Dolle Mina's demonstreren in Amsterdam voor het opnemen van de pil in het zieknefonds, 11 oktober 1970 Foto Nationaal Archief/Collectie Spaarnestad/ANP
    • Clara van de Wiel

Het regende en Marja Vuijsje stond naast een papiercontainer, en toen ze de titel zag kon ze de neiging niet onderdrukken. In de doos met boeken die ze aantrof zat een exemplaar van Simone de Beauvoirs De tweede sekse en Vuijsje móest het even openslaan. De eerste onderstreepte zin bleek haar favoriete, de uitleg waarom De Beauvoir had geaarzeld een boek te schrijven over ‘de vrouw’: ‘Het is een irriterend onderwerp, vooral voor vrouwen.’

Die zin is na zeventig jaar nog altijd onweerstaanbaar. Je kunt je dan ook goed voorstellen waarom ze de anekdote erover opnam in haar boek over de feministische beweging, en dat boek Oude dozen noemde.

Hierin beschrijft Vuijsje (1955) haar feministische Werdegang aan de hand van vergeelde boeken die ze bij papierbakken aantreft. Boeken als De tweede sekse, Het gouden boek, De mystieke vrouw, maar ook Turks fruit, De schaamte voorbij en Het kleine verschil. Boeken die de achtergrondmuziek waren van een revolutie, maar waar in 2019 zelfs de kringloopwinkel niet op zit te wachten.

Huisslaaf

Vuijsje wil ze nog wel eens openslaan, soms uit schuldgevoel of nostalgie, maar vooral om te onderzoeken welke werken haar, en daarmee haar generatie, vormden, in een tijd dat er nog optimistisch aan een betere wereld werd geklust. Boeken over dialectisch materialisme, klassenstrijd-antithese en huisslavernij, die nu haast komisch aandoen, maar die ooit vriendschappen deden sneuvelen.

‘Ik zou niet weten hoe ik mij staande zou hebben gehouden zonder de boeken die op mijn pad kwamen.’

Terugkijken op jeugdig idealisme en engagement is link: het kan gemakkelijk doorslaan in verheerlijking, of juist in gêne over eigen onbezonnenheid, teleurstelling of rancune. Ook bij feministen van vorige generaties kom je dat soms nog tegen: juist omdat er voor de vrouwenzaak duidelijke verworvenheden zijn bereikt, lijkt het voortzetten van de strijd voor andere, ogenschijnlijk onbeduidender doelen, wrevel op te wekken.

Van dat alles niks bij Vuijsje. Zij beschrijft zichzelf en haar generatie met een aangename lichtheid. Dat komt ook doordat de vorm zo goed werkt. Op een mooie manier verweeft Vuijsje het feminisme met een ode aan boeken en aan de emanciperende kracht van het lezen. Boeken zijn ook persoonlijke ankerpunten, schrijft ze: ‘Ik zou niet weten hoe ik mij staande zou hebben gehouden zonder de boeken die op mijn pad kwamen.’

Feministenfacties

Boeken zijn zoveel meer dan de letters die erin staan, omdat theorievorming altijd óók persoonlijke ontwikkeling is, samenhangt met vriendschap, liefde, volwassen worden, je milieu en verwachtingen ontstijgen. Achter De Beauvoir ziet Vuijsje ‘een groeiende reeks overleden vrouwen opdoemen aan wie ik graag terugdenk.’

Lees ook: Het nieuwe feminisme dreigt over alles en niets te gaan

Zo transformeerde Vuijsje van ‘graag lezend werkend meisje’ tot ‘bijna fulltime activiste’. Uiteindelijk bekoelde haar activisme wel, hoewel ze nadrukkelijk afstand neemt van reformisten die nu ‘badinerend doen over alles wat met links wordt geassocieerd’. Niet dat ze de beweging idealiseert: ze schrijft met milde spot, soms vilein, over de elkaar bevechtende feministenfacties, de vrouwen die alle banden met mannen wilden verbreken en veel te driftig ‘de gewone vrouw’ wilden emanciperen.

Heel soms zit er een steekje in de richting van hedendaagse feministen, vaak meer uit verwondering dan hatelijkheid. Bijvoorbeeld dat ze moet denken aan een citaat van Alice Schwartzer (‘Het recht, niet langer vrouwelijk te zijn, maar menselijk, nemen we definitief in eigen hand’) als ze ‘weer eens een jonge feministe met de looks van een fotomodel hoort zeggen hoe oneerlijk het is dat vrouwen op hun uiterlijk worden beoordeeld’.

Boze stiefmoeder

Ook de Amerikaanse feministe Phyllis Chesler publiceerde onlangs haar memoires over de vrouwenbeweging. In A Politically Incorrect Feminist: Creating a Movement with Bitches, Lunatics, Dykes, Prodigies, Warriors, and Wonder Women blikt de schrijfster van de bestseller Women and Madness (1972) terug op haar jaren als prominent feminist. Chesler was een van de stekeligste persoonlijkheden van de beweging, zie ook in de decennia na de tweede golf regelmatig van zich liet horen, als boze stiefmoeder, en ook als islamcritica en verdediger van Israël.

Haar boek zit vol herrie en kift, vooral in de eindeloze reeks anekdotes over kopstukken als Gloria Steinem en Andrea Dworkin. Soms is dit at vermakelijk en opzienbarend: het toont de rafelrandjes van een revolutie waarin sisterhood vaak alleen voor de bühne standhield. Voor Chesler kwam het dieptepunt toen ze na een verkrachting steun zocht bij Steinem en anderen, maar gevraagd werd haar mond te houden om de beweging niet in diskrediet te brengen.

Zo worden er flink wat persoonlijke vetes uitgevochten en diagnosticeert Chesler nog even alle prominente feministen met een psychische stoornis. Zelfreflectie of het begin van een analyse van wat de anekdotes zeggen over idealisme, activisme en de uiteindelijke balans, ontbreekt. Dat levert een wrokkig boek op, dat soms moeilijk door te komen is.

Vijandigheden

Terugkijkend ziet Vuijsje daarentegen dat de teksten die door ‘het soort feministen over wie zoveel nare verhalen had gehoord’, haar nu opeens ‘vilein-geestig’ voorkomen. Het illustreert hoezeer ideologie verbonden is met persoonlijke verhoudingen en het beeld ervan vertroebeld kan worden door vijandigheden. Iets dat ook hedendaagse activisten (en feministen) zich mogen realiseren.

Vuijsje merkt op dat de waardering voor schrijfsters in de vrouwenbeweging meestal groter was dan voor de aanvoersters van die beweging. Uiteindelijk vertrouwt ze er op dat De Beauvoirs ‘gedachtengoed wordt hooggehouden door jonge feministen die meer doen dan “bah” roepen.’ De boeken blijven, ook nu.