Biden heeft moeite met concurrenten

Debat Democraten Op twee Democratische debatavonden bleek dat het rijke verleden voor Biden ook een last is. En dat vrijwel iedereen naar links is opgeschoven.

Democratisch presidentskandidaat en voormalig vice-president Joe Biden spreekt op een conferentie in Chicago, 28 juni 2019.
Democratisch presidentskandidaat en voormalig vice-president Joe Biden spreekt op een conferentie in Chicago, 28 juni 2019. Foto Kamil Krzaczynski/Reuters

Nog voordat vrijdag de resultaten van de peilingen over de twee Democratische debatavonden binnenkwamen, waren de analisten het donderdagavond al eens: koploper in de peilingen Joe Biden heeft zichzelf geen dienst bewezen met zijn optreden. De oud-vicepresident kreeg en nam donderdag op de tweede avond de meeste spreektijd in een veld van tien Democratische presidentskandidaten, maar hij moest ook de meeste aanvallen incasseren, en dat ging hem niet goed af.

Lees ook: Democraten nemen het tegen elkaar op in eerste tv-debat

Biden, die in 1973 senator voor Delaware werd, torst het volle gewicht van een lange politieke loopbaan mee. Hijzelf probeert dat in zijn campagne te presenteren als een voordeel: in het debat van donderdag haalde hij voortdurend wapenfeiten van vroeger aan, met name uit de jaren dat hij Obama’s vicepresident was. Maar zijn tegenstanders vinden in Bidens cv even bruikbare munitie voor hun aanvallen. Toen Biden zichzelf prees voor een belastingverhoging waar zelfs de Republikeinen mee hadden ingestemd, viel senator Michael Bennet uit Colorado hem in de rede. „Die wet was een complete overwinning voor de Tea Party” (destijds de uiterst conservatieve vleugel van de Republikeinse Partij), aldus Bennet. „Het was een nederlaag voor Amerika.”

Met name de zeer persoonlijke aanval van senator Kamala Harris uit Californië leek Biden van zijn stuk te brengen. Zij vroeg hem waarom hij afgelopen week twee oud-senatoren als „beschaafd” had geprezen, terwijl zij indertijd verklaarde voorstanders van de segregatie tussen witte en zwarte Amerikanen waren. Ze vroeg Biden of hij spijt had dat hij samen met hen tegen een federale wet had gestemd die schoolbussen zou regelen waarmee zwarte kinderen naar scholen in betere buurten werden vervoerd. Biden ontkende, hakkelde en eindigde met een hoopvolle blik op de klok en zei: „Ik geloof dat mijn tijd erop zit.” Harris werd in bijna alle media tot winnaar van de tweede avond uitgeroepen.

Linkser

In het algemeen bracht de tweede avond van de live uitgezonden debatten meer vuur dan de eerste. Op beide avonden werden complexe politieke thema’s als migratie, economie, gezondheidszorg, wapencontroles, buitenlands beleid en klimaat in hoog tempo aan de orde gesteld. President Trump, op reis naar de G20-top in Japan, kon het tijdens het eerste debat niet laten om van buiten de landsgrenzen „BORING” te twitteren.

De in totaal twintig Democraten die deze twee avonden met elkaar in debat gingen, mogen het op veel punten onderling oneens zijn, vrijwel allemaal zijn ze naar links opgeschoven ten opzichte van de laatste Democratische presidenten, Clinton en Obama. Ook Buttigieg, burgemeester van South Bend, Indiana, zat stevig op de linkervleugel. Hij maakte indruk door te erkennen dat hij er in zijn gemeente niet in is geslaagd politiegeweld tegen zwarte inwoners te voorkomen. Op de vraag donderdag van de presentator wie voorstander is van gezondheidszorg voor migranten zonder papieren, staken donderdag alle tien de Democraten de hand op, tot de gematigde John Hickenlooper en Michael Bennet aan toe.

Bernie Sanders, die in 2016 furore maakte in de tweestrijd met Hillary Clinton, is nog altijd het meest uitgesproken links – met pleidooien voor een grote rol voor de federale overheid en een omvangrijke herverdeling van de nationale rijkdom – maar hij heeft gezelschap gekregen van collega-senatoren als Harris, Elizabeth Warren, Kirstin Gillibrand, Cory Booker. Warren omhelsde woensdag voor het eerst Sanders’ plan voor een landelijke zorgverzekering van overheidswege, waarbij de commerciële zorgverzekeraars buitenspel worden gezet. Op de eerste avond was het bedrijfsleven sowieso de grote vijand. Vooral zorgverzekeraars en de farmaceutische industrie moesten het ontgelden.

Lees ook: Kan Biden de druk van een fel debat aan?

Wie beide avonden nauwelijks werd genoemd, was president Trump. Sommige kandidaten wezen hem desgevraagd aan als „het grootste gevaar voor de VS”. Maar de enige belangrijke kandidaat die stelselmatig aanvallen lanceerde op de president was Joe Biden, die zijn antwoord op de eerste vraag begon met „Donald Trump denkt…” en die zijn laatste opmerking afsloot met de opmerking dat „de president de ziel uit ons land heeft gescheurd”. De tactiek leek duidelijk: Biden probeert óver de hoofden van zijn rivalen heen, het gevecht met Trump te beginnen. Alleen lieten die rivalen zich donderdag nadrukkelijk gelden.