Alleen op reis was hij gelukkig

In deze rubriek elk weekeinde een necrologie van iemand die recent is overleden. Fotojournalist Frans Schellekens (1954-2019) fotografeerde de ziel van de jazz.

Jazzfotograaf Frans Schellekens in 2000 bij café de Engelbewaarder in Amsterdam.
Jazzfotograaf Frans Schellekens in 2000 bij café de Engelbewaarder in Amsterdam. Francesca Patella

Frans Schellekens had een bijnaam: ‘Schel’ of ‘de Schel’. Misschien had die iets te maken met zijn wat stuurse, norse karakter. „Als je een foto van hem wilde hebben, bijvoorbeeld voor de publiciteit, dan kreeg je eerst een halve grom, maar daarin brak meteen de zon door en er verscheen een twinkeling in zijn ogen”, zegt Huub van Riel, toenmalig artistiek directeur van het befaamde Amsterdamse jazzpodium het Bimhuis, waar Schellekens in de jaren tachtig als barkeeper werkte. „Op een gegeven moment legde Frans een camera achter de bar, en nam hij foto’s van optredens van grootheden als Archie Shepp, Arnett Cobb, Willem Breuker, Misha Mengelberg en Dexter Gordon,” aldus Van Riel, „of hij fotografeerde zijn helden zittend aan de bar”.

Ook fotograaf Francesca Patella herinnert zich Schellekens als een collega die „norsheid paarde aan behulpzaamheid”. In 1994 kwam zij als studente musicologie uit Bologna in Amsterdam om een scriptie te schrijven over het Bimhuis, destijds gevestigd aan de Oudeschans. „Frans was toen ongeveer de fotobaas”, zegt ze. „Ik begon zelf ook te fotograferen en al snel gaf hij me aanwijzingen, zonder enige onderlinge jaloezie. Dat was bijzonder in de fotografie. We hadden allebei een Nikon en hij leende me zijn lenzen.”

Patella bracht het fotoarchief van het Bimhuis op orde. „Sommige foto’s uit de dozen hoefde ik niet eens om te draaien om de naam van de fotograaf te lezen, ik herkende Schel gelijk”, aldus Patella. In 1999 verscheen het jubileumboek Bimhuis 25. Stories of twenty five years at the Bimhuis, door Kevin Whitehead, met een groot aandeel van Schellekens jazzfotografie. In 2014 wijdde de Openbare Bibliotheek Amsterdam een expositie aan Bimhuis 40 years of interaction met veel werk van Schellekens. Patella: „Het beeld van de jazz in het Bimhuis en pop in Paradiso is in die tijd bepaald door zijn stijl.” Meteen na een concert dook hij de doka in om de volgende ochtend een afdruk aan een redactie te kunnen leveren. Zijn jazz- en popfoto’s verschenen in kranten en tijdschriften als de Volkskrant, NRC, Vrij Nederland, Nieuwe Revu, JazzNu en zelfs The New Yorker.

Al vroeg had Frans Schellekens grote belangstelling voor „popmuziek met jazzinvloeden als Soft Machine en Steely Dan”, aldus zijn jongere broer Tie. „Frank Zappa was zijn grote held en hij zong nummers mee uit zijn hoofd.” Frans was op 3 maart 1954 tijdens carnaval in Breda geboren in een katholiek gezin, als oudste van zeven. Tie: „De eerste drie jaar van de middelbare school, de hbs, zat hij op kostschool bij de Augustijnen, het Augustianum. Hij heeft getuigenis afgelegd bij de commissie die kindermisbruik onderzocht. Tegenover ons heeft hij er nooit veel over gezegd, behalve dat de angst voor bepaalde broeders er goed in zat onder de leerlingen.”

Op vakantie in 1960 (staand rechts) met naast zich broertje Tie en zus Marlies.

Een van zijn eerste baantjes was barkeeper in het Bredase jazzcafe Het Hijgend Hert der Jacht Ontkomen. Uit die tijd kent Dos Elshout hem, nu docent cultuursociologie en -beleid aan de Universiteit van Amsterdam. Ze studeerden beiden aan een hbo-opleiding voor toerisme.

„Hij wilde werken waar hij het liefste was, in het jazzmilieu”, aldus Elshout. „We deelden de voorliefde voor Zappa en de avantgarde van jazzhelden als John Coltrane, Horace Silver, Cecil Taylor, Archie Shepp. En we reisden samen veel, naar Canada, Cuba, New York. Als fotograaf was hij autodidact. Hij had altijd de camera paraat. Onderweg van New York naar Canada passeerden we in Woodstock het beroemde huis Big Pink waar The Band en Bob Dylan musiceerden. Hij maakte daarvan meteen foto’s, ‘voor je weet maar nooit’.”

Later kwamen ze elkaar weer tegen bij het Bimhuis, waar Elshout workshops geschiedenis van de jazz gaf. „Hij was altijd on the spot, hij fotografeerde de ziel van de jazz. Zoals de iconische foto van Cecil Taylor in het Concertgebouw, of die van Miles Davis in een taxi bij North Sea Jazz in 1984, met brandende blik. Dat was uniek: Davis zonder trompet, maar het was wel helemaal jazz.” Zijn gedigitaliseerde archief van ruim zesduizend jazzfoto’s bracht Schellekens in 2007 onder bij Getty Images.

Schellekens maakte ook reisreportages in China, Afrika en Latijns-Amerika, voor onder andere de bladen van de GPD (Geassocieerde Pers Diensten) en Onze Wereld. Een tijd lang werkte hij in Shanghai. „Frans was een onrustige jongen, alleen als hij op reis was, was hij gelukkig”, zegt Dos Elshout. „Hij fotografeerde om te reizen”, zegt broer Tie. Hij ging deels in Cuba leven toen bleek dat hij daar een zoon had verwekt, de nu veertienjarige Yasimar José.

Hij stopte toen ook abrupt met fotograferen; via onder meer Getty had hij genoeg inkomsten om van te leven. Een tornado die in januari 2019 over Cuba raasde werd hem noodlottig. Volgens zijn familie is nog steeds onduidelijk of hij is gevallen of werd getroffen door een rondvliegende steen. Na het ongeluk wist hij niet meer „of hij dood was of levend”, aldus broer Tie. Hij overleed op 27 mei in Amsterdam aan de gevolgen.