‘Zelfmoordpoeder’ niet meer te koop voor particulieren

Het poeder voor zelfdoding wordt niet verboden, maar particulieren kunnen het voortaan niet langer zelf aanschaffen.

Foto Hollandse Hoogte

Fabrikanten en leveranciers van middelen die gebruikt kunnen worden voor zelfdoding, stoppen met leveren aan particulieren. Dat heeft minister Hugo de Jonge (Volksgezondheid, CDA) gemeld in een woensdagavond gepubliceerde brief aan de Tweede Kamer. Eerder had de Kamer gevraagd om een verbod op ‘zelfmoordpoeder’.

Volgens De Jonge is de werking van dergelijke poeders op het lichaam in veel gevallen onbekend. Omdat volgens de minister zelfdoding „zoveel mogelijk voorkomen moet worden”, zijn afspraken gemaakt met de chemische industrie, groothandelaren, Stichting 113 Zelfmoordpreventie en de Raad Nederlandse Detailhandel. In de gedragscode is bovendien afgesproken om namen van dergelijke middelen geheim te houden, „om te voorkomen dat publiciteit tot nieuwe incidenten leidt”.

Lees ook: Dodelijk poeder in een feestelijke envelop

Inkoopgroepen

De zelfregulering volgt op een discussie die twee jaar geleden ontstond. Coöperatie Laatste Wil (CLW) deelde destijds informatie over ‘humane’ en pijnloze middelen die suïcide mogelijk zouden maken. Een van die middelen was een legaal, een in winkels verkrijgbaar conserveringsmiddel.

De CLW deelde de naam van het middel niet, maar wilde het wel via zogenoemde inkoopgroepen beschikbaar stellen aan leden. Het poeder zou daarbij grootschalig worden ingekocht en worden verdeeld over kleinere groepen leden. Het ledenaantal van de CLW groeide in een half jaar tijd van 3.400 naar meer dan 23.000.

Omdat hulp bij zelfdoding verboden is, stelde justitie een strafrechtelijk onderzoek in naar de organisatie. Een week nadat het onderzoek was aangekondigd beloofde de coöperatie aan het OM om het poeder niet te zullen verspreiden.

Mede door de publiciteit over de poeders steeg het aantal innames van „enkele keren per jaar” naar een kleine twintig in 2018. In het merendeel van de gevallen had de inname geen dodelijke afloop, stelt het ministerie.