Recensie

Recensie Muziek

Zangtalenten verleiden publiek in ‘Il Matrimonio Segreto’

Regisseur Monique Wagemakers geeft operatalent alle kans om te schitteren in ‘Il Matrimonio Segreto’, de 18de-eeuwse komedie van Domenico Cimarosa.

‘Il Matrimonio Segreto’
‘Il Matrimonio Segreto’ Foto Nationale Opera en Ballet
    • Joost Galema

Goede operaregie is niet noodzakelijkerwijs de kunst van het actualiseren: van het spitsvondig proppen van oude verhalen in een tijdmachine om er zodoende moderne thema’s aan te kunnen ophangen. Ambachtelijkheid – vaak verguisd – blijkt minstens even belangrijk, bewijst Monique Wagemakers, in haar aanpak van Il Matrimonio Segreto, de 18de-eeuwse komedie van Domenico Cimarosa. Gewoon inspiratie halen uit de inwendige logica van de handeling werkt vaak aanstekelijk genoeg. De enscenering gaf de zes zangtalenten uit de Nationale Opera Studio alle kans het publiek om de vinger te winden.

Wat is het geval: een rijke koopman huwelijkt zijn oudste dochter ongezien uit aan een graaf, omdat hij wil toetreden tot de aristocratie. Maar de edelman ziet meer in haar jongere zus, die stiekem getrouwd is met de bediende. De jongen wordt op zijn beurt, zonder het te weten, begeerd door het meisje haar tante. In tegenstellingen tot soortgelijke opera’s uit die tijd – Mozarts Figaro, Rossini’s Barbier – doet Cimarosa het zonder vermommingen. Een sterk punt van de veronachtzaamde ‘Matrimonio’.

Drie jaar geleden bleek Wagemakers’ regie het volmaakte voertuig voor de jonge zangers uit de opleiding van de drie Nederlandse Operagezelschappen. Die kracht was onverminderd. Alleen tenor Lucas van Lierop viel wat uit de toon, met een stem die meer riep dan zong, en weinig gevoelskleuren kende.

Martin Mkhize en Cody Quattlebaum joegen de lach aan met machtige baritons, vooral in hun hilarische tweestrijd aan het begin van het tweede bedrijf. Zangeressen Julietta Aleksanyan, Verity Wingate en Polly Leech lieten horen dat hun stemmen karakter en diepte bezitten. Zelfs in zo’n screwball comedy als deze. Onderwijl ronkte het Orkest van de Achttiende Eeuw met dirigent Gianluca Capuano als een geolied Mozartiaans motortje.

Mooiste moment was het welterusten van dochter (Wingate) en haar adellijke versmader (Mkhize), waarin subtiel wat warmte opbloeide, zodat de goede afloop niet rauw op het dak viel. De toekomst van opera in Nederland ziet er zonnig uit met zulke talenten.

Aangepast op 30 juni 2019: de auteur van deze recensie is Joost Galema, en niet zoals eerder vermeld Joep Stapel.