Recensie

Recensie

De Clio is wel een gaaf wagentje, maar niet toekomstbestendig

Autotest Het is eigenlijk tijd om de Clio op te geven, denkt . Maarja, het is de kurk waar Renault op drijft.

De nieuwe Renault Clio. Foto Merlijn Doomernik
De nieuwe Renault Clio. Foto Merlijn Doomernik

Je bouwt een ongehoord succesvol autootje, de Renault Clio. Sinds 1990 heb je er vijftien miljoen aan het volk gebracht. Dan zijn in 2019 Andere Tijden aangebroken. We gaan allemaal elektrisch rijden, dat is zeker. Mooi zo. Renault was er ruim op tijd bij met de Zoe. Daar komt binnenkort een geheel nieuwe editie van. Hij wordt een prima alternatief voor de gewone kleintjes van Renault. De huidige komt op één lading al best ver en hij mag alle steden in die voor de Clio op termijn verboden zijn.

Wordt het, dit overwegende, niet tijd de Clio met zijn diesel- en benzineblokjes op te geven?

Als Renault kon, had het dat vast gedaan. Het verdienmodel staat het helaas niet toe. Hij is de kurk waarop de firma drijft. Van de laatste Clio, ontworpen onder regie van de Nederlandse designchef Laurens van den Acker, zijn er sinds 2012 2,6 miljoen verkocht. Afgelopen jaar stond de Clio hier nog steeds op drie in de toptien van best verkochte auto’s. Zo veel Zoes zie ik Renault in zes jaar bouwen noch verkopen. Grootschalige batterij-productie blijft een bottleneck, en er zijn zat kopschuwe gewoontedieren die ’s zomers zonder laadpalengedoe naar Spanje willen. Voor wie een Zoe te duur is, of die hem niet aantrekkelijk genoeg vinden. Dus bouwt Renault, beseffen wij het economische gewicht van het besluit, tussen twee vuren in toch maar een nieuwe Clio. Voor een decennium waarin steden gefaseerd de deuren zullen sluiten voor de auto. Waarin de volgende Zoe zich zal moeten meten met elektrische compacts van de concurrenten PSA en Volkswagen. Ze komen snel, ze zijn met veel; de Peugeot 208 en Opel Corsa, de VW Up! en Skoda CitiGo. Je meet de Clio onontkoombaar met twee maten. Aan de ene kant beoordeel je de auto zelf, aan de andere zijn vermoedelijke plaats in de geschiedenis.

Aanminnig wagentje

Het is een aanminnig wagentje geworden in de stijl van zijn voorganger. Marktconforme upgrades zijn de fors gegroeide achterlichten en de van grotere Renaults bekende C-vormige led-weerhaken, die de koplampen als virtuele boekensteunen op hun plaats houden. Anderzijds stelt Renault met de kaasschaaf paal en perk aan de bezopen groeikoorts in zijn klasse. Op het oog zou je niet zeggen dat hij een centimeter korter en ruim vier centimeter lager is geworden. Ook binnen heeft de krimp geen sporen nagelaten. De hoofdruimte blijft althans voorin uitstekend en de bagageruimte zou met 391 liter de grootste in zijn klasse moeten zijn.

De verbeteringen zitten waar je ze verwacht. De inhoud van de driecilinder basismotor is vergroot van 898 naar 999 cc, het ‘Smart Cockpit’ gedoopte dashboard nu volledig digitaal. Renault gaat prat op het breedste infotainmentscherm in zijn klasse, dat het blijft tot de volgende partij het met drie millimeter overtreft. De voorheen rumoerige turbo is met 100 in plaats van 90 pk en veel meer trekkracht vlotter en stiller geworden. Voor wie Mercedessen wil inhalen is er een viercilinder met 130 pk en automaat, fijn autootje. Zelfs een diesel is nog leverbaar, en volgend jaar komt de hybride Clio E-Tech met een 1.6 liter viercilinder plus twee elektromotoren. Een elektrische Clio? Nee, men heeft de Zoe al. Het wordt pappen en nathouden zolang de kruik te water gaat.

Dan moet je toch voorzichtig zijn met grote woorden. Kon ook al niet. Marketing draait op hyperbolen. „In het interieur”, zegt Renault, „is duidelijk sprake van een revolutie”. Grappig, want die bleef daar juist uit. Terwijl met detailverbeteringen is geprobeerd ruimtelijkheid en transparantie te vergroten – de stuurkolom is wat smaller gemaakt, het stuur biedt een betere doorkijk naar de meters – houdt de zit voorin iets claustrofobisch. De middentunnel is te hoog en te breed, de armleuningen in de deurpanelen steken te ver naar binnen. De bestuurder wil een cockpit, maar hij krijgt een nis waarin zijn knieën links en rechts voortdurend ergens tegenaan dreigen te stoten. Deze interieurarchitectuur is aan een radicale omslag toe. De versnellingspook kan naar het stuur, die tunnel moet verdwijnen. Allemaal problemen die op een volelektrisch platform efficiënt zijn op te lossen. Maar ja, de bedrijfsresultaten. Maar ja, de mode.

Je bent gaaf, Clio. Maar wat moet je nog ongezond lang mee, in Andere Tijden. Ik eet mijn hoed op als de teller over zeven jaar op 2,6 miljoen staat.