Foto Frank Ruiter

‘Vlees eten is niet normaal, noodzakelijk en natuurlijk’

Lunchinterview Roanne van Voorst (36) , antropoloog en schrijfster, voorspelt dat de ‘carnisten’ worden ingehaald door veganisten. „Afschaffing van slavernij werd ook voor onmogelijk gehouden, en de emancipatie van vrouwen ondenkbaar.”

‘Ha, gluten”, zegt Roanne van Voorst (36) en stort zich op de sneetjes brood die net bij ons op tafel worden gezet. Zo is meteen maar duidelijk wat ze wél eet. We zitten hier, bij Choux in Amsterdam, om te praten over wat ze niet (meer) eet: vlees, vis, eieren, alles waarvoor een dier heeft moeten lijden. Een x-aantal lezers zal nu zuchtend afhaken. ‘Weer een foodie/hipster/eco-yup die moeilijk doet over eten.’ Zij wéét dat. Haar plantaardige eetpatroon is niet de norm, nog niet. Maar in haar pas verschenen boek Ooit aten we dieren voorspelt ze een „eiwitrevolutie”, waarbij ‘carnisten’ worden ingehaald door veganisten en de volgende generatie vol ongeloof en schaamte zal terugkijken op wat wij, hun voorouders, op ons bord hadden liggen.

„Het hoeft niet, hè,” zegt ze als ik me aansluit bij haar keuze voor het plantaardige menu. Ze wil niemand dwingen te eten zoals zij. Zal best, maar ik heb dus net haar boek uit, en of je het wil of niet, halverwege vergaat je de lust toch. Dat zit ’m niet eens in de krankzinnige aantallen die ze noemt, wereldwijd eten we 66 miljard landbouwdieren per jaar; elke dag doden we 150 miljoen dieren, dat is inclusief vissen en ‘afvaldieren’ – stieren, haantjes, de beesten ónder het bont. Voor cijfers raak je immuun. Waar ze me heeft, is met haar begripvolle redelijkheid. Zij heeft vlees ooit óók lekker gevonden – gebraden kip „heerlijk”. Het kost haar heus moeite om boter, melk en ei te laten staan. Ze doet het, omdat het moet, zegt zij. Is het niet om massale dierenmishandeling in de bio-industrie te boycotten, dan wel omwille van het milieu en het klimaat dat door de vleesindustrie versneld wordt vernietigd.

En ze doet het omdat het kan. „Want er is een oplossing, er zijn alternatieven, er is een keuze.” Dus kies ik net als zij voor het mengsel van macadamianoten in plaats van geitenkaas, en eet ik geroosterde venkel en geen forel.

Roanne van Voorst is antropoloog, (cum laude) gepromoveerd op haar studie naar het effect van klimaatverandering op de mens. Ze leerde Bahasa en woonde jaren tussen de inwoners van een sloppenwijk in Indonesië. Ze leerde Deens en woonde twee keer een half jaar bij de Inuit op Groenland.

„Klimaatrampen veroorzaken of intensiveren conflicten. Van huiselijk geweld tot oplaaiende burgeroorlogen.” Goed onderzoek, vindt ze, kun je alleen doen door zelf te ondervinden wat er gaande is. „Het probleem van de mensen daar moet ook het mijne worden.”

Dus pakte zij in Indonesië net als iedereen gelaten haar boeltje als de nabijgelegen rivier weer eens overstroomde. Op Groenland konden de mannen uit haar dorp niet meer met bootjes de zee op om te jagen. De ijslaag was door het warmere zeewater in gevaarlijk scherpe brokken gebroken. Ze leefde, net als de dorpelingen, op een dieet van vogelvlees en zeehondenbloedsoep. Na een paar maanden was ze uitgeput, mager, verward en viel haar haar uit. Ze was ondervoed.

Krankzinnig systeem

Dat gaat best ver, zeg ik. „Ja, eenmaal thuis, weer gezond en aangesterkt, bleef ik me zorgen maken om de Groenlanders die ik in honger en armoede had achtergelaten. Ik gunde mezelf niks. Niks lekkers, geen vrije middag op een terrasje, geen nieuwe kleren, zelfs geen spiegel in huis. Ik sloeg een beetje door.”

Lijkt wel een klimaatdepressie… „Dat bestaat hè, climate anxiety. Mensen, ook kinderen, zijn zó verontrust door wat ons te wachten staat, dat ze er diep ongelukkig van worden. Daar kan je lacherig over doen, maar het is een serieuze aandoening.” Inmiddels is disaster studies een snel groeiend wetenschappelijk vakgebied aan de universiteit. Zij begeleidt nu promovendi die onderzoek doen naar het effect van klimaatverandering en natuurrampen op conflicten in Zuid-Soedan, Myanmar en Haïti.

Indirect betaal je mee aan een systeem dat dieren als afval beschouwt

Vegetariër was ze al sinds haar zestiende. Maar dat ze alsnog medeplichtig was aan „massale dierenmishandeling” in de bio-industrie realiseerde ze zich pas toen ze in de dertig was. Ze zat op een terras in Philadelphia – haar (Nederlandse) man is daar kunstconservator. Ze dronk een cappuccino en las een artikel over de Amerikaanse melkindustrie. „Over koeien die keer na keer bezwangerd worden om de melkproductie op peil te houden, over kalfjes die direct van hun moeders gescheiden worden, de stiertjes vrijwel allemaal vernietigd. Dat was echt geen nieuws voor me, maar ineens drong het tot me door dat ik met m’n biologische melklaagje op m’n fairtradekoffie indirect meebetaalde aan een krankzinnig systeem dat gezonde dieren als afval beschouwt.” Ze begon een onderzoek naar de „dierenproductie-economie”, en een zelfonderzoek naar haar eigen aandeel daarin.

Vleeseters zitten gevangen in een ideologie, zegt zij. „Artsen, wetenschappers, leraren, je ouders vertellen je van jongs af aan dat vlees eten normaal, noodzakelijk en natuurlijk is.” Dat klopt niet, zegt zij, in elk geval niet meer. „Het is een verhaal dat in stand wordt gehouden. Er wordt gedaan alsof het niet anders kan.”

Niet de pret bederven

Ze weegt haar woorden heel precies, omdat ze weet dat die snel worden mis verstaan. „De afschaffing van slavernij werd ook voor onmogelijk gehouden, de emancipatie van vrouwen was ondenkbaar. Slaven en vrouwen zijn natuurlijk niet te vergelijken met varkens, het gaat om het systeem erachter dat in stand houdt wat niet deugt.”

Het kan wél anders, zegt zij. En het moet anders, vindt zij. Plantaardig eten is volgens haar de meest effectieve manier om een nog grotere klimaatramp af te wenden, en de enige manier om een immorele, gewelddadige industrie te boycotten. En nee, veganisme is geen dieet, geen verkapte gezondheidsmanie. „Chips, wodka en oreo-koekjes zijn ook vegan. Dik of ongezond zijn, kan nog steeds.” En ja, avocado’s zijn ook slecht voor het milieu, maar lang niet zo vervuilend als een koe in de wei. En ja, het is een luxe om het reguliere voedselaanbod af te slaan en te kiezen voor een ander menu. „Wij, in het Westen, hebben die luxe. Dus laat ons de voorhoede zijn.”

Die boodschap probeert ze niet te boos te brengen, dat schrikt mensen af. Niet te activistisch, dat maakt het onaantrekkelijk. „Ik ben geen reltrapper, ik wil niet altijd de zeikerd zijn en vaak heb ik ook geen zin om er een punt van te maken.” Dus als ze met vrienden gaat kaasfondueën, en er is geen veganistisch alternatief, dan berust ze in weer een avondmaal van sla met brood. Als haar vader – „een Bourgondiër” – een etentje geeft in een restaurant en een zesgangenmenu heeft afgesproken dat niet kan worden „geveganized”, wil zij de pret niet bederven. „Maar na afloop mail ik het restaurant beleefd met de vraag waarom de kok voor mij niet iets aparts kon maken, maar wel rekening hield met mijn zwangere schoonzusje. Ik hoop dat mensen dan begrijpen dat de vraag naar plantaardig eten groeit. ”

Er bestaan al vegan-sexuals, geen grap

In haar boek voorspelt ze toenemende frictie tussen dieren- en planteneters. „Er bestaan al vegan-sexuals, ik maak geen grap.” Dat zijn veganisten die alleen een relatie willen met een gelijk-etende. Haar man is vegetariër. „Hij is een fanatiek klimmer, en denkt dat hij niet zonder zuivel kan.”

Tegen vleeseters heeft ze geen principiële bezwaren, zegt ze. „Ik ben niet dogmatisch of radicaal anti. Als mijn omaatje van 93 speciaal voor mij een slagroomtaartje haalt, begin ik echt niet een discours over de zuivelindustrie, dan eet ik dat taartje, anders gooit ze het weg en dat helpt de koe en het milieu ook niet.” Haar vader koopt heel goeiïg potjes hummus voor haar, maar vindt haar keuze ondertussen best radicaal. „Hij is bezorgd. Ik tors al zoveel leed op mijn schouders, zegt hij, moet ik dan ook nog vegan worden?” En wat zegt zij daarop? „Je ogen sluiten voor de schade die we berokkenen, dat vind ik radicaal.”

Rationeel besluit

Maar nu even praktisch, waar doet ze haar boodschappen? „Ah, ja, dat is wel een ding,” zegt ze. „Ik heb een groente- en fruitabonnement van Odin. Verder probeer ik minder plastic gebruiken, ik heb vaak een rugzak bij me, die laad ik vol. Om de drie maanden ben ik in Philadelphia…” Ze onderbreekt zichzelf. „Binnen Europa doe ik alles met de trein, maar ik vlieg dus wel twee keer per jaar naar mijn man.” Daar wonen ze tussen Aldi en Wholefoods in. „Bij Aldi is alles plastic, bij Wholefoods ben je 50 dollar kwijt voor een vegakaasje en een zuurdesembrood.” En kleren? „Ik las een artikel over hoe je een capsule collectie opbouwt.” Een kleine garderobe met alleen de noodzakelijke kledingstukken. „Zeven broeken per seizoen, stond er. Daar moet ik een beetje om lachen. Ik heb er vijf in totaal, daar red ik het prima mee.”

Lees ook: dit essay van een vleesverlater

Ze heeft zichzelf opgelegd plantaardig te eten. „Dat was een rationeel besluit.” Ze vindt dat het haar taak is anderen te informeren over de reden achter die keuze. „Wat het lastig maakt is dat een gesprek over eten zo snel polariseert. Het is niet vegaburger tegenover vlees, sojamelk tegen zuivel, het wordt een politieke battle tussen links of rechts, agrariërs en activisten. Of ik word weggezet als naïef vegan-meisje.”

Ze is gevraagd om op de radio in debat te gaan met een barbecuekok. Ze aarzelt nog, zegt ze. „Als meisje van 10 schreef ik in een opstel over de Tweede Wereldoorlog dat die tijd voor de Duitsers ook helemaal niet leuk was.” Ze lacht en zegt dat ze wat dat aangaat niet zoveel is veranderd. „Ik snap de andere kant te goed.”

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.