Vijf Afrikaanse landen

Pleidooi om verbod op ivoorhandel tijdelijk op te heffen

Zimbabwe, Botswana, Zambia, Angola en Namibië pleiten voor tijdelijke opheffing van het verbod op ivoorhandel. Zij willen een deel van hun ivoorvoorraad kunnen verkopen, schrijft de Britse krant The Guardian. Dit geld zou gebruikt kunnen worden voor natuurbehoud (zegt de Zimbabwaanse leider Emmerson Mnangagwa) of om mensen schadeloos te stellen voor schade door wilde dieren (een voorstel van de Namibische president Hage Geingob).

Mnangagwa is de gangmaker. Hij vindt het huidige embargo op ivoorhandel „oneerlijk”. Zimbabwe heeft een ivoorvoorraad met een straatwaarde van 600 miljoen dollar (ruim 680 miljoen euro). De Afrikaanse landen doen hun oproep aan de vooravond van overleg, in augustus, over de CITES-overeenkomst over de handel in bedreigde plant- en diersoorten.

In 2008 werd het verbod op ivoorhandel ook kort opgeheven, waardoor eenmalig ivoor kon worden verkocht aan China en Japan. Volgens het Wereld Natuur Fonds leven op dit moment nog zo’n 415.000 olifanten in Afrika. De illegale handel in ivoor is de belangrijkste bedreiging.