Recensie

Recensie Uit eten

Veganistisch boetseerwerk is niet van echt te onderscheiden

Op Rotterdam Beach (Hoek van Holland dus) is een nieuwe veganistische strandtent geopend. Frank van Dijl at een burger die ‘niet van echt te onderscheiden’ was.

Foto Pele Surf Shack
Foto Pele Surf Shack

Op de grijzige woensdagmiddag dat ik voor het eerst Pele Surf Shack bezoek – de nieuwe zaak van Charlotte Damen van het succesvolle Lilith aan de Nieuwe Binnenweg – is er haast niemand op het strand van Hoek van Holland. Ook binnen is het stil. Wie gaat er nu ook om een uur of drie ’s middags eten – en dan nog veganistisch ook?

De barman (baard, wollen muts) kijkt er niet gek van op. Hij heet me welkom in het Engels en noteert mijn bestelling: een ‘big kahuna burger’ en een glas pinot grigio. Ik zet me aan een grote ronde tafel en kijk om me heen. Overal liggen buitenmodel schelpen en in een hoek staat een totempaal.

Bij een hamburger denk je aan een stuk gehakt en gekruid vlees in een broodje. Hoe bereid je een burger zonder dat essentiële onderdeel? Toch lijkt wat ik in het flink uitgevallen brioche-achtige broodje aantref wel gepaneerd kipvlees. Ik krijg het gerecht geserveerd in een plastic mandje, bovenop frietjes op een papieren servet. Het broodje is verder gevuld met sla, jalapeñopeper, tomaat, guacamole, uitjes en cheddar, dit alles rijkelijk overgoten met saus. De cheddar is natuurlijk, net als het vlees, 100 procent plantaardig, want dat moet in een veganistische tent. Bij al dat rechte in de leer komt het plastic aan als vloeken in de kerk.

Hoe eet je zo’n hamburger zonder dat je na afloop onder de douche moet en je kleren naar de stomerij kunnen? Dat is niet eenvoudig, zeker niet vanwege dat krappe mandje en het servet dat aan de onderkant van het broodje blijft plakken. De smaak is goed, dankzij de pepers met pittige accenten.

Twee dagen later is het heet, eindelijk zomer op de langste dag van het jaar. Mijn vrouw en ik kiezen een tafeltje op het terras. Er is plek genoeg, want opnieuw is het rustig bij Pele. Later komen er meer mensen om bier te drinken in de ligstoelen en te kijken hoe de zon maar niet achter de horizon wil verdwijnen. Kolossale schepen die de havenmond verlaten liggen hoog op het water.

Dit keer worden we bediend door een jonge vrouw met getatoeëerde onderbenen en een ringetje in haar neus. Ze is kunstenares, vertelt ze later, de meeste tato’s heeft ze zelf gezet. We bestellen nachos en ‘lemon shrimps’ van de snackkaart als voorgerechten (die we sharen, want dat hebben we het afgelopen seizoen wel geleerd). Voor het vervolg kiezen we de gadogado-bowl en Pele’s power bowl met zalm.

Net als eerder de kaas in de hamburger is de gesmolten kaas op de maïschips nep, dat wil zeggen: niet gemaakt van koemelk maar van kokosnoot, zetmeel en olijfolie. Het stoort niet, sterker nog: het valt niet eens op. De gamba’s zijn wonderlijker. Geen gamba’s dus, maar door mensenhand (of machine, daar wil ik vanaf wezen) gemaakt van, zegt de serveerster desgevraagd, graan en soja. Ze zijn gepaneerd en gefrituurd en ze smaken naar, ja, naar gepaneerde en gefrituurde gamba’s. Lekker dippen in het sausje en je doet er niemand kwaad mee.

Een van de ingrediënten van mijn Pele-bowl is veganistische ‘zalm’, ook weer zo’n kunststukje uit de boetseerkeuken. Bijna niet van echte zalm te onderscheiden: oranjeroze en vet-dooraderd. Daar zie je het aan: het ‘vet’ is te regelmatig. Ook merk je het aan de structuur, maar de smaak is wel degelijk zalmig. Mijn kom bevat verder sojabonen, komkommer en mango op blauwe rijst – gewoon lekker. De gadogado van mijn vrouw ziet er ook goed uit en is erg smakelijk, hoor ik.

Blijven we na deze prettige avond op het strand wel kauwen op de vraag: waarom moeten namaakingrediënten op het origineel lijken? Veganistische zalm op echte zalm, veganistische garnalen op echte garnalen? Zou dat zijn omdat we anders onze smaakpapillen niet zouden geloven?

Frank van Dijl is culinair recensent en journalist.