Minder incidenten, meer leden bij criminele motorclubs

Criminele motorclubs Ondanks alle clubverboden stijgt het aantal leden van criminele motorbendes, blijkt uit onderzoek dat donderdag verscheen.

GinoPress B.V.

Kijk naar het straatbeeld en de aanpak van criminele motorclubs lijkt een succes. Sinds het verbod van de Hells Angels, onlangs door de rechter, en eerder van de Bandidos, Satudarah en No Surrender, zijn de clubs minder nadrukkelijk aanwezig in de openbare ruimte. Geen machtsvertoon meer met ride-outs waarbij de leden van de clubs met honderden tegelijk de verkeersregels overtreden. En ook het aantal incidenten met leden in hun clubkleuren, zoals geweld tegen omstanders, nam af.

Maar kijk je vérder dan de straat, schrijven onderzoekers in de donderdag verschenen Voortgangsrapportage Outlaw Motorcycle Gangs, een rapportage aan minister Ferdinand Grapperhaus (Justitie en Veiligheid, CDA), dan is de aanpak minder effectief. Het aantal clubleden dat de politie in beeld heeft, is ondanks de verboden vorig jaar juist gestégen: van 1.980 in 2017 naar 2.100. Er worden nieuwe clubs opgericht en ook het aantal brotherhoods en supportclubs stijgt.

De rapportage sluit aan bij het in maart gepubliceerde rapport van de Rijksuniversiteit Groningen. Daarin schreven onderzoekers al dat de huidige verboden nauwelijks zin hebben, dat er behoefte is aan regels die „sneller en eenvoudiger” zijn toe te passen en dat clubs „onder de radar” doorgaan.

Fluïde verenigingsleven

De huidige „integrale” aanpak begon in 2012 en moet criminele motorclubs via het straf-, bestuurs-, civiel en fiscaal recht zo veel mogelijk dwarszitten, zoals met een verbod op clubhuizen en het intrekken van vergunningen. Maar de doorlooptijden van de juridische procedures zijn „lang” en vragen „veel tijd en inspanning”, schrijven ook de rapporteurs in de Voortgangsrapportage. Zo is een civiel verbod niet direct strafrechtelijk te handhaven zolang het niet onherroepelijk is, waardoor de club zijn activiteiten kan blijven voortzetten – een ingediend wetsvoorstel moet hierin verandering brengen.

Desondanks heeft ook een voorlopig verbod wel nut, schrijven de onderzoekers. Na het verbod van Satudarah in juni 2018 is het aantal incidenten van chantage, afpersing en geweld gedaald, „zeker in contrast met de overlast die de club daarvóór veroorzaakte”.

De clubs opereren „steeds meer fluïde”, staat in de rapportage. Opvallend is het aantal mutaties in ledenaantallen: de verboden clubs verloren in 2018 relatief veel leden, de nieuwe clubs groeiden juist sterk in korte tijd. Ze werken steeds meer in „netwerkstructuren” en hebben een minder streng toelatingsbeleid.

Het fluïde verenigingsleven zie je terug in de aanpak van de clubhuizen van de motorclubs. Vorig jaar werden zestien van de in totaal 63 bekende clublocaties gesloten. Maar er werden er óók weer veertien geopend. Daarbij kiezen steeds meer motorclubs ervoor om hun vaste locatie voor samenkomst op te geven. De clubleden komen samen in woonhuizen, bedrijfspanden, horeca en verplaatsen hun activiteiten zonodig naar België, dat nog geen „integrale aanpak” kent.

Lees ook: Hoe zorg je dat de Hells Angels ook echt ophouden te bestaan?