Maatschappelijk kapitaal in groen

Stadsnatuur De Groene Connectie is ‘rond’ sinds de opening van het Essenburgpark. Frank van Dijl liep er en kwam konijnen, vogels, en vrijwilligers tegen.

Voor mijn voeten springt een konijn weg. In een nis onder de spoordijk ligt een matras met daarop kussens en recht getrokken dekens. Hier woont een keurig iemand. Op elk oppervlak dat zich daartoe leent, is graffiti aangebracht, altijd kleurrijk, soms leesbaar: ‘Okus’, ‘Timoty’, ‘Behind Hakim’, ’09’.

Achter het bushokje van lijn 38 richting Schiedam, net over de Beukelsbrug, ben ik het parkeerterrein op gelopen waarop bij wedstrijden Sparta-supporters hun auto stallen. Het is nu helemaal leeg. Verderop ligt een in onbruik geraakte spoorbrug over de Horvathweg. Deze brug geeft toegang tot de stadsoase die het Sparta-stadion verbindt met het Marconiplein, een olifantenpaadje met aan weerszijden uitbundig groen en bloemen die het voorjaar vieren.

Het maakt deel uit van de Groene Connectie, een ‘groen lint’ door Delfshaven dat allerlei bestaande, al dan niet groene initiatieven met elkaar verbindt langs een acht kilometer lange wandelroute. Die voert door verwilderde buitengebieden zoals de Spoortuin en het pad langs Spangen, het nieuwe Essenburgpark, het Dakpark boven op de één kilometer lange winkelpromenade aan de Vierhavenstraat en de Tuin op de Pier in het Lloydkwartier en langs de Heemraadssingel terug naar de Spoortuin.

Geen stadsschoenen

Als ik in maart Philip Kuypers, een van de initiatiefnemers, in de Spoortuin ontmoet in een oud onderkomen van de NS is het nog koud. Met een bijl splijt Kuypers blokken hout om ze vervolgens aan het vuur in de kachel prijs te geven, geen overbodige luxe. Achter het raam rijden treinen van en naar het Centraal Station over de talloze sporen voorbij. Kuypers draagt stevige wandelschoenen: zo dadelijk loopt hij een deel van de Groene Connectie. Gewone stadsschoenen zijn vandaag niet voldoende om je op de drassige bodem staande te houden.

Op de op karton geplakte plattegrond wijst hij de loop van de Groene Connectie aan, een ruime slinger dwars door het westen van Rotterdam. Uit het groene lint groeien op bepaalde plekken gele blaadjes die de initiatieven voorstellen die de Groene Connectie aan elkaar knoopt.

Eerder dit jaar is het Essenburgpark geopend, waarmee de Groene Connectie nu ‘rond’ is. Foto Walter Herfst

Kuypers spreekt van ‘maatschappelijk kapitaal’ als hij het heeft over de Educatieve Tuin, Stadstuin Vreelust, het Kleine Avonturenpark, Landgoed van Cool tot Terhave, de Speeldernis, Singeldingen of kinderboerderij De Bokkesprong; stuk voor stuk ontstaan doordat buurtbewoners de schouders eronder staken en nu niet meer zijn weg te denken uit de wijk.

Het zijn vaak vrijwilligers die de boel draaiende houden, zoals ik op een zonnige maar frisse zondagmiddag in mei ervaar in de Pluktuin in het Essenburgpark. „Nee, ik hoef niet met mijn naam in de krant”, zegt de mevrouw die me meesleept naar de kruidentuin en het kasje waarin jonge scheuten opkomen. Rond een labyrint staan vruchtbomen in grote potten, terwijl ze vertelt over de Japanse tuin, compleet met vijver en bruggetje.

Het pièce de résistance is het ‘pontje’ waarmee je de Essenburgsingel naar de Pluktuin kunt oversteken, een vlonder die langs twee touwen over het water wordt getrokken.

„We doen alles zelf”, zegt de mevrouw trots. „Kijk”, wijst ze met een weids gebaar langs het groen en de blokhut waar workshops worden georganiseerd, poëzie wordt voorgelezen en muziek gemaakt, „nog maar een paar jaar geleden was dit allemaal asfalt. Kun je je dat voorstellen?”

Gemeente en waterschap moesten nog wennen

Ik doe mijn best en zie inderdaad een desolaat parkeerterrein voor me. Op de foto’s die ik later tegenkom, is het nog erger: daarop staat het terrein half onder water. Het verwijderen van het asfalt was te duur. De vruchtbomen die aanvankelijk in big bags groeiden, deden het goed. Eerst waren er zes, nu staan er 110. Losse tuinaarde en houtsnippers dienen als bed voor frambozen en ander fruit,

„Ze noemen de Pluktuin de parel van de wijk”, zegt mijn gids. „De tuin is er voor iedereen, natuurlijk in de eerste plaats voor kinderen uit de buurt, maar ik ken ook mensen die elke zaterdag van verder weg komen om hier te werken. Of om gewoon lekker van de tuin te genieten.”

De Pluktuin is maar een klein onderdeel van het Essenburgpark dat zich langs het spoor uitstrekt van het Marnix Gymnasium tot de Mevlana-moskee. Vlakbij de moskee staat nog wat ooit het station Beukelsdijk zou worden, een stop op de verbinding tussen Hoek van Holland en Duitsland. Het ontwerp van het houten stationsgebouw (en de twee eveneens houten wachterswoningen aan weerszijden) stamt uit 1903, maar al in 1910 werd het verbouwd tot woning. Sinds 2011 heeft het stationsgebouw – dat dus nooit als zodanig heeft gefunctioneerd – de status van gemeentelijk monument.

Het park staat vol jong geboomte en in de aangelegde waterpartijen krijgen jonge nijlganzen zwemles van hun ouders. Langs het spoor, onzichtbaar door een hoge betonnen afscheiding, is het terrein opgehoogd: daar mogen honden los lopen, elders dienen zij aangelijnd te blijven.

Wild woekerende bramen

Later in mei wandel ik van eerder genoemd bushokje via het olifantenpaadje langs Spangen via het Dakpark naar Delfshaven. Aan beide kanten van het smalle pad staat het groen manshoog. Bramenstruiken slaan wild om zich heen, wilde rozen proberen daar niet voor onder te doen en gipskruid, klaprozen, boterbloemen en margrieten zetten gul hun accenten. Op de achtergrond klinkt altijd het geluid van de stad, maar tot het Marconiplein weet ik me begeleid door vogelzang. Een enkele paal en een scheefgezakt en met graffiti bespoten electriciteitshuisje herinneren aan het enkelspoor dat het westelijke havengebied verbond met het nationale spoorwegennet. Ik kom niet meer dan drie mensen tegen.

Op het Dakpark staan geurpalen die, zegt een bord, konijnen moeten verdrijven. Ontelbaar zijn de konijnenkeutels die hier verspreid liggen, brutaal zijn de konijnen die zich te goed doen aan het malse dakgras. Ze gaan er lekker voor zitten als ik een foto maak; ambassadeurs van de Groene Connectie.